
Veel activiteiten
Hieronder treft u de samenstelling van het bestuur van Afd. 1. Vanuit het bestuur worden diverse activiteiten voorbereid en veel staat op korte termijn te gebeuren. Hieronder treft u activiteiten aan die zijn geweest en zullen komen.
Wij willen ook tussentijds informeren over onverwachte vondsten of excursies naar opgravingen melden, deze zo genaamde “flits”informatie kunnen ons gezien de kosten alleen versturen per mail. Als u interesse heeft voor archeologische "flits"berichten stuur dan een mailtje naar de secretaris van de afdeling awn@vdbeemt.nl.
Samenstelling bestuur AWN – Afd. 1 Noord-Nederland
Voorzitter
I.L.C.C. van der Velde (Isabel)
Kortenaerstraat 9a
9726 HJ Groningen
06-22677596
Vice voorzitter
J. Bosch (Joop),
Gravenmaat 13, 9302 RA Roden,
050-5011425,
joop.bosch@zonnet.nl
F. G. van den Beemt (Fred)
Ruiterakker 19
9407 BE Assen
0592-345165/ 06-50231996
Penningmeester
M. Brug (Matthijs)
Elzenlaan 25
9674 BP Winschoten
0597-785212
06-40070893
c.brug.9674bp@canaldigitaal.nl
Algemeen bestuurslid
J. Boonstra (Jetze)
B.B. Lohmanlaan 11
9251 LA Burgum
0511-463989
jetzejb@xs4all.nl
M. Uildriks (Martin)
De Tinge 3
9901 BW Appingedam
0655803089
Uildriks.m@gmail.com
K.J. Bekkema (Klaas)
Skoallestrjitte 16
9201 GE Drachten
Op zoek naar hunebed G4
In het afgelopen jaar heeft in het kader van de onderzoeksmodule 'Op zoek naar de Trechterbekercultuur' ook onderzoek plaatsgevonden naar de ligging van het verdwenen hunebed G4.
Hierover is een verslag gepubliceerd op de website van 'land van ontdekkingen' met daarbij de mogelijkheid tot het posten van commentaar en het stellen van vragen. Graag attenderen wij de bezoekers van deze site er op dat er de mogelijkheid is tot het deelnemen aan een (openbare) discussie over het onderzoek en mogelijk vervolg. De link naar het artikel/verslag is:
http://blog.land-der-entdeckungen.eu/nl/2013/01/die-suche-nach-g4/
Uw reacties worden zeer op prijs gesteld.
Het bestuur heeft in samenwerking met het Hunebedcentrum en de Bibliotheek van Assen een basiscursus archeologie samengesteld. De cursus is gegeven in Borger (Hunebedcentrum) en in Assen (Bibliotheek De Nieuwe Kolk). Aan de cursus hebben 70 cursisten deelgenomen. De cursus bevatte onder meer de recente resultaten en inzichten van het archeologisch onderzoek in Noord-Nederland. Zaterdag 8 december 2012 vond er onder bijzondere weersomstandigheden een afsluitende dagexcursie plaats met 90 deelnemers. Volgend jaar zal de cursus worden vervolgd.
Archeologie-cursisten op zoek naar prehistorische sporen
Bron: DvhN - Martin Vlaanderen
Langs grafheuvels, karrensporen, hunebedden en een pingo
De grond van Kampsheide knerpt. Het is zaterdagmorgen. Bos en heide zijn spierwit en bevroren. Negentig archeologiecursisten struinen door het gebied. Het is de afsluitende excursie, georganiseerd door het Hunebedcentrum, de Bibliotheek Assen en de AWN, de Vereniging van vrijwilligers in de archeologie. Ieder heeft zijn reden om hier te zijn.
"Ik ben gefascineerd door bodemvondsten", zegt Nicolette Leenstra (55) uit Assen. "Ik scan altijd de grond waar ik loop. In België heb ik ooit een mooie vuistbijl gevonden. Maar ik kijk ook omhoog hoor. Naar de vogels, bomen en plantjes. Ik schrijf gedichten en ben met muziek bezig. Het liefst loop ik alleen. Maar in zo’n groep leer je weer allemaal nieuwe dingen van mensen om je heen."
Fred van den Beemt is mede-organisator en gids. De Assenaar is al vijftig jaar gefascineerd door historie en archeologie. "Waar woon je, wat zit onder je voeten, waarom hebben hier mensen gewoond, waarom zijn ze vertrokken? Met die vragen lopen we hier."
Van den Beemt hoopt dat zijn onderwijs leidt tot meer respect voor het landschap. Grafheuvels, voor geriefhout geknotte eiken, karrensporen, hunebedden, een pingo, het is ons erfgoed. Dat wil ik goed overdragen. Daar ben ik voor bezig. Kampsheide laat zich lezen als een geschiedenisboek. Je ziet hoe het gebied zich vanaf de ijstijd tot nu heeft ontwikkeld."
Minstens zo bevlogen is cursist en bioloog Ernest Mols (65) uit Diever. "In mijn hoofd probeer ik het leven van de prehistorische mens op deze plek te reconstrueren. We lopen nu in de kou en sneeuw. Dan vraag je je af hoe die mensen in zulke barre omstandigheden overleefden." Van den Beemt: "Precies. Je had geen C1000, Albert Heijn of Jumbo om de hoek." Mols: "Dat overleven vergt heel specifieke kennis, vaardig-heden, samenwerking en een cultuur die zulke kennis overdraagt. Het is management. Ik noem een aspect. Ik heb zelf een houten kar gemaakt uit het laatste deel van de Steentijd, ongeveer 2000 voor Christus. Vind nog maar eens een boom met een diameter van 1.20 meter. Zo’n dikke boom is nodig voor het wiel. En dat moet je uit de lengte van die stam halen. Daarvoor is een rechtdradige stam nodig. Anders wordt je wiel scheef. Maar of die stam rechtdradig is, zie je niet aan de buitenkant. En dan het splijten. Zonder zaag is dat een enorme klus, waarvoor je wiggen nodig hebt."
Bij hunebed D16 wijst Van den Beemt de cursisten op de cupmarks in de enorme keien, kleine kuiltjes die erin zijn gehouwen. "Een raadsel die kuiltjes", zegt hij. "Je ziet ze ook in Duitsland en Denemarken. Je kan er olie in doen om aan te steken, kruiden in vijzelen of kleurstoffen in maken en mengen. Het blijft gissen naar het waarom."
Na twee uur krijgt de groep een lunch in het Hunebedcentrum in Borger. Cursist Klaas Bolding (49) uit Hooghalen: "Ik wilde ooit archeoloog worden. Maar er was geen droog brood in te verdienen en dan neem je er een beetje afstand van. Toch blijft die interesse in
het landschap. En zo’n cursus wakkert het alleen maar meer aan." Toch misschien die studie oppakken? Bolding moet lachen. "Nog niet, maar wie weet later."
(Foto: Matthijs Brug, Winschoten)
“Steilrand van Donderen” - Tweede aardkundig monument van Drenthe
28 november 2012
Op woensdag 28 november 2012 is het tweede Aardkundige Monument van Drenthe onthuld. De provincie beschouwt haar aardkundig erfgoed als een kroonjuweel van Drenthe. Door het aanwijzen en onthullen van Aardkundige Monumenten wil de provincie Drenthe iedereen kennis laten maken met de rijke geschiedenis van de Drentse ondergrond. Het zijn onderdelen in het landschap die iets vertellen over de ontstaanswijze van het gebied, onder invloed van ijs, wind en water. Het Drouwenerzand werd in 2009 als eerste Aardkundige monument onthuld. Nu is de “Steilrand van Donderen” bestempeld als Aardkundig monument van Drenthe.

De steilrand bij Donderen is een overblijfsel van een zandafgraving en kan gezien worden als een rijk geïllustreerd aardkundig geschiedenisboek, waarin de ontwikkelingsgeschiedenis van de provincie Drenthe gedurende meer dan 100.000 jaar in de bodem is te lezen.
De provincie Drenthe wordt gekenmerkt door twee stelsels van evenwijdig aan elkaar lopende ruggen. Deze zijn gevormd tijdens de op één na laatste ijstijd (Saalien) door schuivende ijsmassa's in verschillende richtingen. Het meest opvallende stelsel ruggen is het Hondsrugcomplex. Op één van de ruggen parallel aan de Hondsrug, de Rolderrug, ligt het esdorp Donderen.
Het aardkundig monument Donderen is gelegen aan de zuidoostelijke rand van de Zuideresch. Omdat de zandwinning plaatsvond in de relatief hooggelegen Rolderrug en deze als het ware in de rug is ingesneden, bleef een steilrand van enkele meters hoogte over, die ons een schitterend inkijkje biedt in de geologische geschiedenis en de bodemvorming van Drenthe.
Gedeputeerde van de provincie Drenthe Tanja Klip en wethouder Harm Assies van Tynaarloo onthulden het informatiepaneel.
http://www.youtube.com/watch?v=oNMsTHY32dY
Open dag opgraving Emmer Es
Zaterdag 24 november 2012
De afgelopen maanden is op het uitbreidingsterrein van dierenpark Emmen een grote archeologische opgraving uitgevoerd door ARC bv uit Groningen. Hierbij zijn talloze sporen en vondsten aangetroffen die aangeven dat hier vroeger heel wat oer-Emmenaren rondgelopen moeten hebben. Mooie vondsten zijn onder meer een Trechterbeker (ca. 3200 v.Chr.), een grote diepe waterput uit de IJzertijd (ca. 800 - 12 v.Chr.) en een compleet erf uit de Laat-Romeinse Tijd (ca. 400 n.Chr.), waarop een boerderij stond van bijna 30 meter lang.
Zaterdag 24 november werd een deel van de sluier opgetild en konden belangstellenden in een mistige omgeving een kijkje nemen in een van de opgravingsputten. Voor zowel de oudere als jongere bezoekers was er veel te zien en vooral ook te doen.
Zie: www.youtube.com/watch?v=0LWH0r-RbTs&feature=youtu.be
Archeologische uitwisseling Nederland – Duitsland
Op zoek naar de Trechterbekercultuur
Door: Jacqueline Habets – 21 november 2012
In het kader van het project Land van Ontdekkingen heeft op 21 november 2012
in Groningen een tweede internationale ontmoeting plaatsgevonden. Amateurarcheologen, hovo-studenten, medewerkers van de Bezirksarchäologie en van de universiteiten uit Duitsland en Nederland (30 personen in getal) kregen die dag een mooi programma aangeboden over de Trechterbekercultuur.
Het programma werd met enthousiasme, zowel in het Duits als in het Nederlands, geleid door Henny Groenendijk, provinciaal archeoloog in Groningen, een van de initiatiefnemers van dit project en Jana Fries, Bezirksarchäologin van de regio Weser-Ems. Het programma bestond uit twee delen: een bezoek aan het onderzoek van Trechterbekerscherven door het GIA en aan een aantal hunebedden op het noordelijkste deel van de Hondsrug.

Het gezelschap Duitse- en Nederlandse amateurarcheologen en Professionals bijeen
Scherven brengen geluk
’s Ochtends, in de ateliers van de voormalige bontzaak Vopel, werden wij op de eerste verdieping ontvangen door Jan Lanting en Anna Brindley. Deze twee archeologen, man en vrouw, werken daar samen aan het sorteren, verzamelen en restaureren van tienduizenden fragmenten aardewerk die zijn aangetroffen in hunebedden. Op ‘ehrenamtliche’wijze, dat wil zeggen onbetaald[Anna krijgt voor Ostenwalde wel betaald!], maar met grote toewijding en deskundigheid, bestuderen zij deze fragmenten afkomstig uit Nederland.
Sinds een jaar echter maken ook de resten uit een hunebed in Duitsland deel uit van hun onderzoekswerk. In het kader van dit project heeft men er in Duitsland namelijk mee ingestemd dat tienduizenden aardewerkfragmenten afkomstig uit een hunebed bij Ostenwalde op de Hümmling (60/70 km. ten oosten van Eext-Anloo) voor nader onderzoek zijn uitgeleend aan het GAI in Groningen.
Wij zagen lange houten schragen, bedekt met chronologisch gesorteerde en ogenschijnlijk bij elkaar horende aardewerk fragmenten uit de Trechterbekercultuur. Bij het sorteren van bij elkaar horende fragmenten konden zij gedeeltelijk voortborduren op wat eerder al (bij de eerste opgraving) bij elkaar was gezocht .
Jan Lanting vertelde: “Op deze tafels ligt duizenden uren sorteerwerk van ons beiden. Dit werk van kijken, zien, herkennen, vergelijken en reconstrueren houd je niet langer dan een uur of drie per dag vol. Dan is de menselijke prime time voor dat werk voorbij en is het tijd voor andere klussen. We zijn nog niet klaar met deze collectie en we hopen van harte dat deze Duitse collectie nog langer hier mag blijven, want het is en blijft fascinerend werk om te doen!”

De gereconstrueerde fragmenten worden, aan de hand van een decoratie- en vormschema dat gebaseerd is op Nederlandse fragmenten, ingedeeld in zeven horizonten (zie Palaeohistoria 1986). De oudste horizont wordt gedateerd van 3350 tot 3300 v.Chr., de zevende horizont beslaat de periode 2800 tot 2750 v. Chr.
Jan en Anna hebben ontdekt dat de Drentse en Duitse versieringen en vormen inderdaad op elkaar lijken, zoals men ook steeds heeft verondersteld. Jan: “Maar vanaf de vijfde horizont (2975 tot 2850 v. Chr.) hebben wij in het patroon op de scherven uit de collectie uit het hunebed bij Ostenwalde voor het eerst afwijkingen gevonden van die in de contemporaine collecties aardewerk uit Drentse hunebedden. Daar hoort echter een waarschuwing bij: die afwijking hebben we niet gevonden in de collectie van een ander contemporain hunebed op de Hümmling. Eigenlijk weten we nog lang niet genoeg van de hunebedden en hun inhoud. Als je de scherven heel goed bestudeert kun je naar mijn mening ook verschillen zien tussen fragmenten afkomstig van de Noordelijke Hondsrug en de Zuidelijke Hondsrug”.
De fragmenten die bij elkaar horen worden door Jan en Anna met Velpon aan elkaar gezet. “Ja, Velpon”, zei Jan desgevraagd, “want die droogt niet zo hard uit. Als er dan een gelijmd fragment breekt, dan tenminste in de breuk, niet in het aardewerkfragment”.
Jan Lanting. “Men veronderstelt dat in hunebedden heel veel doden werden begraven. Dat is begrijpelijk, gelet op de resten van de aardewerken schalen en potten die er in zijn te vinden. Zelf acht ik het waarschijnlijker dat in het hunebed alleen plaats was voor bijzondere doden. Die werden misschien met bepaalde rituelen bijgezet in het hunebed. Denk aan een ‘Leichenschmaus’, een begrafenismaal. Na afloop daarvan lieten de gasten op de begrafenis de gebruikte schalen, potten en kommen achter bij de dode in het hunebed’.
Op de tweede verdieping van hun kantooratelier stonden wederom schragen en tafels volgeladen met scherven. Dit keer afkomstig uit hunebed D 14. Op een tafel apart lagen aardewerkfragmenten die niet afkomstig waren uit een hunebed, maar mogelijk uit een nederzetting. “En dat zijn dezelfde soort fragmenten”, lichtte Jan toe.
Aan Anna legde ik tijdens de lunch de vraag voor die ik van Hans Dalenberg had gehoord: waarom hebben de mensen van de Trechterbekercultuur altijd van die geometrische patronen op hun potten en schalen gemaakt? Waarom geen blaadjes en bloemetjes? Anna meende: “Ze konden niet anders. Het maken van ronde lijnen op het natte aardewerk vol steentjes en grof zand is denk ik bewerkelijker dan het zetten van puntjes. De ‘lijnen’ die je nu op het aardewerk ziet, zijn eigenlijk ook geen doorgetrokken lijnen, maar steeds opnieuw gezette puntjes, korte streepjes eigenlijk”.
Een Groninger archeoloog over het Trechterbekercultuurlandschap
Het reisdoel van de middag was de kop van de Hondsrug, de hunebedden G1, D3 en D4, het Besloten veen, Moeskers gat en de plaats waar ooit G4, het hunebed nabij Onnen moet hebben gelegen.
Via het Beslotenveen reden we over de flank op van de Hondsrug, met uitzicht links op het Hunzedal. In Noordlaren stonden we even stil bij het kerkje net buiten het dorp.
Even verderop, op de grens met Drenthe, bezichtigden we daarna G1, een pronte ruïne van het ‘uiteinde’ van een hunebed, dat in 1957 is opgegraven door Van Giffen en Jan Albert Bakker. Nieuw voor mij was dat in het gebied rond G1 vroeger veel zand is afgegraven en verkocht. Het huidige maaiveld ligt dan ook lager dan dat van het oude hunebed.
Daarna bezichtigden we in Midlaren D3 en D4. Twee hunebedden in elkaars verlengde tussen twee kleine boerderijtjes. De grote oude eiken die er naast staan hebben de hunebedden groen geverfd. In 1870 heeft men deze twee aandoenlijke hunebedden “lekker vrij gemaakt” en de zandheuvels eromheen weg gegraven. In al hun naaktheid liggen de twee hunebedden daar sindsdien te wachten op wat komen gaat: de dekstenen liggen bijna allemaal op de grond. Zal iemand ze nog eens in hun oorspronkelijke opbouw mogen herstellen?
Henny herinnerde ons er nog aan dat voor de bouw van de hunebedden heel wat bomen gerooid moeten zijn: anders krijg je alle geschikte stenen niet bij elkaar gesleept.
Provinciaal archeoloog van Groningen - Henny Groenendijk.
Daarna bekeken we Moeskers gat, een particulier veentje (dobbe) vol water in een strak gazon. Henny had ons ’s ochtend verteld dat de Hondsrug een gatenkaas kan worden genoemd, ‘einen Emmentalerkäse’. Kijk maar naar de talloze pingoruïnes, vennetjes, veentjes en uitgewaaide gaten op de hoogtekaarten van de Hondsrug.
Bij Moeskers gat vertelde hij een mooi verhaal. In 1943 is door boer Moesker naar turf gegraven, iets wat door de bezetter verboden was. Des te meer schrok hij toen hij daarbij een menselijke voet aantrof, botten en de huid er nog aan. Doordat een dammetje doorbrak, verdween dat menselijk relict weer in het zwarte water. Pas in 1949 besloot de Friese archeoloog Halbertsma eens te onderzoeken wat er waar was van dat bijzondere verhaal. De voet heeft hij niet meer gevonden, maar wel andere menselijke resten van bot en huid: een veenlijk! Het hele bundeltje werd bij iemand achterop de fiets naar het instituut in Groningen gestuurd, maar het is daar nooit aangekomen! Soms is een verhaal over verliezen nog mooier dan over vinden.
Om half vier reed de Duitse buschauffeur over Onnen terug naar Groningen. Onderweg werd ons de plek aangewezen, achter op het land, waar onlangs tevergeefs naar hunebed G4 is gezocht.
In de late wintermiddagzon verbleekte langzaam maar zeker de herinnering aan de Trechterbekercultuur. We keerden terug naar november 2012.
Tot slot
Henny Groenendijk en Jana Fries zijn van mening dat het einde van het project Land van Ontdekkingen niet het einde mag zijn van deze interessante internationale ontmoetingen. Er zijn immers aan beide kanten van de grens organisaties en verenigingen die excursies en gezamenlijk onderzoek heel goed zelf kunnen organiseren. Wij hebben elkaar door dit project leren kennen en begrijpen, we hebben ook gezien dat er veel meer overeenkomsten zijn dan we eerder beseften. Juist voor amateurs en vrijwilligers ligt in de eigen streek aan deze en gene zijde van de grens nog veel onderzoekswerk te doen, waar de beroepsarcheologie niet aan toekomt, maar waar ze wel graag gebruik van wil maken.
Leden van AWN afdelingen Lek- en Merwestreek en Helinium brachten een bezoek aan archeologisch Drenthe
In het weekend van 5 oktober hebben 15 leden van de afdelingen Lek- en Merwestreek en Helinium deelgenomen de archeologische excursie door Drenthe. De excursie is uitgezet door onze afdeling. De deelnemers hebben diverse archeologische sites bezocht zoals het Tumuliebos en Archeologisch reservaat Kampsheide bij Rolde, De grafheuvels en hunebed bij Tynaarloo en het Balloerveld. Ook werd een bezoek gebracht aan het Hunebedcentrum te Borger en de eeuwenoude kerk van Anloo. Op vrijdagavond hebben de deelnemers een presentatie voorgeschoteld gekregen met als titel: “Zonder IJstijd geen Drenthe” maar ook geen Alblasserwaard of Eiland van Dordrecht.

Overleg over de route naar de Celtic Fields, middeleeuwse karrensporen en grafheuvels
Lezingen en excursies
Er zijn voor het voorjaar van 2013 lezingen en excursies in voorbereiding. Wij zullen daarin zo veel mogelijk samenwerken met de noordelijke archeologische verenigingen zoals de Drents Prehistorische Vereniging (DPV), het Argeologysk Wurkferbân fan de Fryske Akademy en Vereniging van Terpenonderzoek. Bij de excursies en de lezingen van de DPV zijn de leden van de AWN van harte welkom. Zie voor informatie www.dpv.nu – Lezingen/Excursies. Uiteraard is deze afspraak wederzijds.
Archeologische expedities voor scholen in Coevorden een succes.
In de afgelopen maanden is in samenwerking met Kunst en Cultuur Drenthe en de gemeente Coevorden de cursus “Met Kwast en Vergrootglas” uitgevoerd voor de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs in Coevorden. Wij kunnen meedelen dat de cursus op school en de afsluitende excursies/expedities goed zijn verlopen. Met het afsluitende onderdeel van het project, de excursies/expedities, zijn 500 kinderen, 35 leerkrachten en 36 ouders bereikt. Gezien de reacties van de kinderen, leerkrachten, ouders en op websites van deelnemende scholen is het een geslaagd project. Met Kunst en Cultuur Drenthe wordt gekeken of het project volgend jaar kan worden voorgezet.
Cineast/filmmaker Jannes van Echten heeft een film in bewerking over het project. Zie voor de archeologische- en geologische films van hem www.groetenuitdrenthe.nl.
Zie ook de filmpjes van één van de excursies voor het basisonderwijs in Coevorden van RTV Drenthe en van het landelijke Jeugdjournaal:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/archeologieles-voor-leerlingen-basisschool-coevorden
http://jeugdjournaal.nl/item/356090-geschiedenisles-in-het-bos.html
AWN op Oertijdmarkt Borger.
Op zondag 5 augustus a.s. stond de AWN afd. met een nieuwe stand op de jaarlijkse Oertijdmarkt bij het Hunebedcentrum te Borger. Verenigingen en organisaties gaven informatie over archeologie. Daarnaast waren er zo'n 70 kramen met mineralen, fossielen en bijzondere sieraden. De AWN heeft voorlichting gegeven over de AWN en de activiteiten.
Verzameling vuurstenen werktuigjes uit Havelte en Balloo
Via AWN-er Tom van Bommel uit Driebergen ontving het bestuur een verzameling vondsten, vooral vuursteen uit het gebied rondom Havelte en het Balloërveld. De vondsten zijn afkomstig van voormalig leger kapitein amateur archeoloog Jaap de Vlieger uit Driebergen. Na het overlijden van Jaap de Vlieger is door de echtgenote gevraagd het materiaal naar de provincies terug te brengen waar Jaap het heeft gevonden. De vondsten zullen worden geinventariseerd/gedocumenteerd. Daarna zullen de vondsten worden opgenomen in de collectie van het Noordelijk Archeologisch depot in Nuis (bij Marum).
Verwerken vondsten van hunebed G4 Noordlaren
Provinciaal archeoloog van Groningen, dhr. H. Groenendijk heeft ons gevraagd vondsten uit te willen werken die gevonden zijn bij hunebed G4 van Noordlaren. Vrijwilligers die interesse daarvoor hebben, kunnen zich melden bij het secretariaat, awn@vdbeemt.nl.
Assen heeft een educatieve IJzertijdroute uitgezet.
Aan de noordzijde van Assen, ten noorden van het bedrijvenpark Messchenveld (afslag Assen Noord afslag Mac Donalds), heeft de gemeente Asen een archeologische educatieve IJzertijdroute uitgezet. De route op zich is al prachtig omdat de route door mooie stukjes natuur is uitgezet. De route is vooral gericht op kinderen. 10 vragen die op paaltjes worden gesteld, moeten worden opgelost. Op de achterzijde van de paaltjes staat het antwoord. Bij het begin van de route is een met palen een verkleind IJzertijdhuis uitgebeeld. Daarbij staat op panelen informatie over het gebied en wordt er een reconstructie weergegeven over hoe het Messchenveld er in de IJzertijd moet hebben uitgezien.
Landelijke Algemene ledenvergadering 2013 in Rouveen
De algemene ledenvergadering zal plaatsvinden op zaterdag 13 april in de Veldschuur van afd. 20 IJsseldelta-Vechtstreek te Rouveen. De afdeling heeft een aantrekkelijk programma in voorbereiding Voor leden die met openbaar vervoer komen wordt vervoer geregeld vanaf station Zwolle.
Raadpleging archeologische gegevens in Archis
Het heeft even geduurd maar nu is het eindelijk zover. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) wil de leden van de AWN graag toegang geven tot een aantal gegevens uit ARCHIS door middel van de applicatie Archeologie in de gemeente http://archeologie.erfgoedthesaurus.nl/
De applicatie kan worden beschouwd als een voorproefje op ARCHIS 3.0 dat in het voorjaar van 2013 de rol van deze applicatie als archeologische zoekvoorziening zal overnemen. Zodoende kunnen de AWN leden vast een kijkje nemen. Met het gebruik van de applicatie kan de RCE ook ervaring op doen met het beschikbaar stellen van de waarnemingsgegevens. Aanvullende gegevens over de applicatie zijn hieronder opgenomen. Op de website van de RCE (zie onder) wordt toelichting gegeven over het nieuwe beleid van openbaarheid van archeologische gegevens.
http://www.cultureelerfgoed.nl/archeologie/archeologie/archis/naar-nieuw-archis/openbaarheid-vondstmeldingen
De RCE zal, terwijl de applicatie al toegankelijk is, de komende tijd nog een aantal aanpassingen plegen, zoals toevoeging van recenter afgerond onderzoek.
Aan u als leden het verzoek om de ervaringen met de RCE te delen. Om dit hanteerbaar te houden kunnen de opmerkingen worden gemaild naar Fred van den Beemt, awn@vdbeemt.nl, Hij is vanuit de AWN de contactpersoon voor Archis. Mochten er vragen zijn, aarzel niet Fred van den Beemt
te benaderen.
Prachtige uitgave ‘Hoogte op kleur’
Zelfs het kleinste hoogteverschil kan van grote invloed zijn op het gebruik van een landschap en op de ontwikkeling van de natuur. Sinds 2000 bestaat er een nauwkeurig ingemeten hoogtekaart van Nederland. Het boek ‘Hoogte op kleur’ beschrijft 44 landschappen, verspreid over de drie noordelijke provincies, aan de hand van deze kaart. “Voor wie zich verdiept in de kleuren van de hoogtekaart, ontvouwt zich een boeiend verhaal”, is te lezen op de achterkant van het boek. Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Stichting Noorderbreedte hebben samen aan dit boek gewerkt. Wim Boetze, oud-landschapsarchitect van DLG en Ben Westerink, wetenschapper en bekend schrijver van Noorderbreedte en lid van de AWN en de DPV, schreven de teksten. Geo-informatie-analist bij DLG, Bas van de Wetering, maakte de kaarten. Van harte aanbevolen.
Uitgever: Noorderbreedte, ISBN 978-90-804259-0-3, Prijs: € 15,00