Unieke biografie over archeoloog Jay Butler (1921-2014)

Met het overlijden van Jay Butler is in 2014 een markante archeologische persoonlijkheid uit ons midden verdwenen.

Als AWN zijn wij trots op wat Jay Butler gedaan heeft om de archeologie van Noordwest-Europa tot bloei te brengen! Hij heeft een schat aan prachtige publicaties en herinneringen achtergelaten.

Jay was geliefd bij zijn vrienden, zijn collega’s, zijn studenten en bij amateurarcheologen. Ook als AWN hebben wij zijn rol als inspirator zeer gewaardeerd. Bij vragen konden wij altijd bij hem terecht.

Over Jay Butler is een unieke Biografie verschenen. Hannie Steegstra heeft zijn leven, zijn werk, zijn contacten, zijn publicaties, etc. bijeengebracht in een unieke en interessant geïllustreerde biografie. Door deze biografie zal hij niet vergeten worden en zal zijn naam verbonden blijven aan de archeologie en alle archeologische onderzoeken die hij uitvoerde en publiceerde.

Hieronder volgt de bespreking van de biografie van dr. Wijnand van der Sanden, voorheen provinciaal archeoloog van Drenthe. Thans archeoloog/conservator bij het Drents Museum in Assen.

——————————

H. Steegstra, Jay. European Connections of a Bronze Age Scholar, Barkhuis Publishing, Eelde 2018. 324 pp;

ISBN 9789492444578; € 15; en als e-Book € 7,50.

Het aantal biografieën van Nederlandse antiquarians en archeologen is op de vingers van één hand te tellen. Tot deze selecte groep behoren Johan Picardt, Casper Reuvens, Leonardt Janssen en Nicolaus Westendorp. Hun biografieën zijn lang na hun overlijden geschreven, met als onvermijdelijk gevolg dat er maar weinig persoonlijke informatie voorhanden was. In de studie die Hannie Steegstra schreef over Jay Butler (Philadelphia 1921- Haren 2014) – internationaal gerespecteerd deskundige op het gebied van metalen wapens, werktuigen en sieraden uit de Europese Bronstijd – speelt dat laatste niet. Zij heeft de hoofdpersoon vanaf 1984 van nabij meegemaakt en haar boek verschijnt amper vier jaar na Jay’s overlijden. Steegstra heeft zich veel moeite getroost om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de man die meer dan een halve eeuw het gezicht van de Nederlandse Bronstijd was.

In de hoofdstukken volgen we Jay vanaf zijn geboorteplaats Philadelphia (Pennsylvania, Verenigde Staten) tot aan het verzorgingshuis in het Groningse Haren, waar hij op 93-jarige leeftijd rustig insliep. Tot 2011 was hij actief met zijn onderzoek, zijn toevluchtsoord. Jay was geen familieman, wat vermoedelijk teruggaat op zijn jeugdjaren bij een pleeggezin en het Hebrew Orphan Asylum in New York. Jay had weinig contact met zijn moeder, zijn biologische vader (William Zier) en zijn stiefvader (Mayr Butler) en had er duidelijk ook geen behoefte aan. Hij trouwde in 1942 met Jean Rogovin, zangeres van folk- en protestsongs en nam in de oorlogsjaren deel aan de geallieerde opmars naar Berlijn. Zijn studie geschiedenis aan de Universiteit van Wyoming wilde hij na het afstuderen (1949) voortzetten aan de London School of Economics. Dat liep anders. Hij raakte geïnspireerd door de prehistoricus Vere Gordon Childe, die hem na het behalen van zijn Postgraduate Diploma in European Archaeology (1952) stimuleerde een proefschrift te schrijven over de handelsrelaties tussen de Britse eilanden en Scandinavië in de Bronstijd. Hij genoot van zijn reizen in het continentale deel van zijn onderzoeksgebied. Daar stonden verdriet en beslommeringen tegenover, verdriet door Jean’s beslissing om van hem te scheiden, beslommeringen omdat hij altijd geldgebrek had en geen permanente verblijfsvergunning kreeg, ondanks inspanningen van Childe en verschillende politici.

De reddingsboei kwam uit Nederland, net voordat Jay terug zou moeten naar de VS, waar hij ongetwijfeld weinig zou kunnen uitrichten met zijn specialistische kennis over de Europese Bronstijd. De jonge hoogleraar Tjalling Waterbolk bood hem een tijdelijke aanstelling aan het Biologisch-Archaeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen aan. Zijn opdracht: het beschrijven voor Palaeohistoria van die onderdelen uit zijn proefschrift die op Nederland betrekking hadden. In 1957 maakte Jay de oversteek en werd een van ons. Hij promoveerde in 1958 – tot zijn grote spijt was Childe, die hij als een vriend beschouwde, al overleden – en kreeg daarna een vaste aanstelling. Hij gaf colleges aan zowel het BAI als aan het IPP van de Universiteit van Amsterdam en startte zijn uitputtende inventarisatie van de Nederlandse metaalvondsten uit de Bronstijd. De catalogi vonden vanaf 1992 hun weg naar Palaeohistoria. Dat deze belangrijke dataset uiteindelijk toegankelijk werd gemaakt voor andere onderzoekers is niet in de laatste plaats te danken aan de inzet van Hannie Steegstra. Een toevallige ontmoeting in een Groningse konditorei in 1984 lag aan de basis van hun succesvolle samenwerking.

Steegstra’s biografie maakt inzichtelijk dat Jay belangrijke en blijvende bijdragen aan de Nederlandse archeologie heeft geleverd. Het boek bevat een lijst van meer dan 75 artikelen en boeken van zijn hand (appendix B), veel ervan na zijn pensionering geschreven. Verder was Jay de eerste in Nederland die een begin maakte met metaalanalyses om gefundeerde uitspraken over de herkomst van de metalen te kunnen doen. En hem mogen we ook de founding father van de Reuvensdagen noemen.

De in de Verenigde Staten geboren Jay Butler was een echte Europeaan, die in de Bronstijd een eerste Europese cultuur zag. Hoezeer hij geliefd was bij zijn collega’ s aan beide zijden van de Noordzee blijkt uit zijn Festschrift Patina, hem aangeboden ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in 2001. Meer dan zestig archeologen brachten hierin een eerbetoon aan deze reislustige, aan zijn werk verslingerde, vergeetachtige, zeker niet accentloos sprekende, licht-chaotische maar bovenal aimabele man. Steegstra’s biografie is een liefdevolle beschrijving van zijn leven.

Wijnand van der Sanden

Post a comment