Rapport opgraving Ede-Diedenweg is gereed !

Op 29 en 30 juni 2004 is onder leiding van Suzanne van der A, toenmalig gemeentearcheoloog van Ede, een archeologische begeleiding uitgevoerd bij het uitgraven van een bouwput van ca. 14 bij 21 meter op het perceel Diedenweg 1-3 in Ede. Bij de uitvoering en uitwerking hiervan is door leden van AWN afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland assistentie verleend. De rapportage heeft lang op zich laten wachten, maar nu is het dan zo ver!

Tot de blootgelegde sporen behoorde onder andere een waterput, gemaakt uit een uitgeholde eiken boomstam, die in de 12e eeuw wordt gedateerd. In de vulling van deze put werd een flinke hoeveelheid scherven gevonden, waaronder een fraaie Pingsdorfkan. Verder kon in de sporen een structuur in de vorm van een bijgebouw worden herkend en ook delen van twee mogelijke boerderijen, waarvan de plattegronden doorlopen tot buiten de onderzoeksput.

Het vondstmateriaal bestaat voor het overgrote deel uit Kogelpot-, Pingsdorf- en Paffrath-aardewerk. Aan de hand van deze vondsten en ook de vele aangetroffen grondsporen kan zonder meer worden geconcludeerd dat deze plek heeft behoord tot een nederzettingsterrein dat in de 11 en/of 12e eeuw werd bewoond. Op grond van de typen Pingsdorfaardewerk die zijn gevonden, is aannemelijk dat de bewoning een hoogtepunt had in de 12e eeuw. Het ontbreken van protosteengoed betekent dat de bewoning ter plaatse rond het eind van de 12e eeuw moet zijn opgehouden.

De sporen uit de volle middeleeuwen zijn nog gaaf in de bodem bewaard gebleven en liggen onder een afdekkend bodempakket van 0,8 tot 1,2 meter dikte. Dit betekent dat in dit gebied – ondanks de aanwezige bebouwing – sprake is van een goede conservering van de in de bodem aanwezige archeologische waarden. Daardoor zal toekomstig archeologisch onderzoek in dit gebied een hoge kans op resultaten hebben.

Het rapport Ede-Diedenweg is te downloaden op onze webpagina met rapporten.

> > > Naar de pagina met rapporten

 

Comments are closed.