Geschiedenis

In 1951 wordt de Archaeologische Werkgemeenschap voor Westelijk Nederland opgericht (AWWN). In 1964 wordt dat de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) en in 2011 wordt de naam aangepast en is nu AWN Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie. Hieronder vindt u een korte geschiedenis van de AWN, die inmiddels meer dan zestig jaar bestaat en uit meer dan 2000 leden bestaat.

Archeologie als passie

Het ‘zoeken naar oudheden’ is vanaf begin 19de eeuw in opkomst en heeft vanaf die eerste periode veel liefhebbers het veld in doen gaan. Vooral in Oost- en Zuid-Nederland zijn op de zandgronden nog zichtbare overblijfselen aanwezig zoals de hunebedden en grafheuvels.

In 1818 wordt C.J.C Reuvens als eerste hoogleraar archeologie ter wereld in Leiden aangesteld. Hierdoor ontstaan vooral in Oost- en Zuid-Nederland provinciale genootschappen die het onderzoek naar oudheden willen bevorderen.

In de loop van de 20ste eeuw groeit het aantal amateurarcheologen sterk. Vaak zijn zij verbonden met historische en heemkundige verenigingen. De universiteiten van Leiden en Groningen zijn de wetenschappelijke centra en hier breidt het aantal beroepsarcheologen zich geleidelijk uit. Amateur- en beroepsarcheologen werken in deze periode veel samen.

In de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog wordt het oudheidkundig bodemonderzoek met ongekende ijver aangepakt. Grote delen van Nederland lagen letterlijk in puin. De wederopbouw vraagt alle aandacht. In snel tempo werden steden uitgebreid en wegen aangelegd. Het bodemarchief werd door deze veranderingen bedreigd. Dit was de directe aanleiding tot de oprichting van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in 1947. Het aantal onderzoeken en vondstmeldingen stijgt in die jaren snel en veel va deze meldingen komen van amateur-archeologen.

1951 – 1964 Archaeologische Werkgemeenschap voor Westelijk Nederland – AWWN

Archeologie is in West-Nederland in de periode 1951 – 1964 een onderbelicht gebied. Er is nauwelijks wetenschappelijke belangstelling voor archeologie en er zijn geen ondersteunende organisaties. Om deze reden wordt de AWWN opgericht door vrijwilligers die menen dat de archeologische kennis over het kustgebied tekort komt. Zij willen de in West-Nederland aanwezige oudheidkundige overblijfselen redden en nodeloos verlies van bodemschatten voorkomen. De vereniging richt zich op de provincies Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Utrecht. In 1952 worden de eerste vijf afdelingen opgericht in het Gooi, Amsterdam. Kennemerland, Rijnstreek en Den Haag e.o. In de jaren 1958 – 62 is er sprake van verdere groei van de vereniging en worden zes nieuwe afdelingen gevormd.

1964 – 2011 Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN)

De vereniging krijgt in Oost-Nederland steeds meer leden, waardoor er in 1964 een landelijke vereniging werd opgericht. De statuten en naam werden aangepast en ook werden er nieuwe afdelingen gevormd. Het ledental groeit in de periode 1970 – 75: van 2000 naar 2500.

In deze jaren wordt er veel grond verzet. Er worden groeikernen en Vinexwijken aangelegd, er vinden ruilverkavelingen plaats en het Nederlandse wegennet wordt sterk uitgebreid. Oplettende AWN’ers horen en zien waar bodemarchief bedreigd wordt en helpen mee om daaraan voorafgaand nog zo veel mogelijk onderzoek te doen.

In 1992 wordt het Verdrag van Malta gesloten wat beoogt het archeologisch erfgoed beter en vooral vroegtijdig te beschermen. In Nederland krijgt dat verdrag een vertaling door aanpassingen in de Monumentenwet (2007) en in de Wet ruimtelijke ordening.

Het archeologisch bestel verandert daardoor. Er komt meer en grootschalig onderzoek door archeologische bedrijven en een toenemend aantal professionals. Er is ook sprake van voortschrijdende specialisatie en nieuwe technieken die nauwelijks binnen het bereik van de amateur liggen. De rol van de amateurarcheoloog verandert daardoor. Er komt meer nadruk te liggen op veldverkenning, documentatie en monumentenzorg (ogen en oren van de archeologie) en op educatie, publieksvoorlichting en belangenbehartiging (ambassadeur van de archeologie).

2011 AWN, Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie

De nieuwe naam weerspiegelt de veranderde rol van de AWN. We blijven een vereniging met veel amateurarcheologen, maar we doen meer. We zetten ons, op vrijwillige basis in voor:

  • het vergroten van de kennis over het archeologisch erfgoed
  • het uitdragen van kennis en het bevorderen van betrokkenheid van de bevolking
  • bescherming van en belangenbehartiging voor het bodemarchief

Onze leden zijn vrijwilligers maar ook beroepsarcheologen die aan deze doelstellingen hun bijdragen willen geven.

Zelf actief archeologisch onderzoek doen Het gaat om de sensatie van een ontmoeting met het verleden. We voelen ons daarbij mede verantwoordelijk om het verleden dat nog in de bodem ligt te beschermen en te bewaren en waar het niet bewaard kan worden te ontsluiten. Onze kracht als vrijwilligers is de sterke betrokkenheid bij en kennis van de lokale geschiedenis.

Meer over de geschiedenis van de AWN is beschreven in E.H.P. Cordfunke A.P. van den Band, Archeologie in veelvoud. Vijftig jaar Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland, Utrecht 2001