Bezwaarprocedure

Wanneer en door wie

Wanneer iemand door een beslissing van een bestuursorgaan persoonlijk of als organisatie  in zijn of haar belangen wordt getroffen, is bezwaar maken mogelijk. Het kan daarbij gaan om:

  • wanneer men het niet eens is met de beslissing die het bestuursorgaan op zijn of haar eigen aanvraag heeft genomen;
  • wanneer men het niet eens is met een beslissing die het bestuursorgaan heeft genomen op een aanvraag van een ander en men hier rechtstreeks bij betrokken is;
  • wanneer het bestuursorgaan niet of niet tijdig een beslissing neemt;
Men moet dus belanghebbende zijn om bezwaar te kunnen maken. Bezwaar moet schriftelijk worden  ingediend bij het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen of had moeten nemen. Het bezwaarschrift moet binnen zes weken na verzending van de beslissing van het bestuursorgaan verzonden zijn. Wanneer men bezwaar aantekent tegen een niet of niet tijdig genomen beslissing van een bestuursorgaan, geldt er geen bezwaartermijn. Dat moet dan wel binnen een redelijke termijn.

Horen door de gemeentelijke commissie

Een bestuursorgaan is als regel verplicht een bezwaarmaker te horen. Dat horen is niet nodig:

  • wanneer het bezwaar duidelijk niet-ontvankelijk is;
  • het bezwaar kennelijk ongegrond is;
  • wanneer betrokkenen aangegeven hebben dat zij niet gehoord willen worden;
  • wanneer aan het bezwaar geheel tegemoet wordt gekomen zonder dat anderen daarvan nadeel ondervinden;

Bewaren tegen gemeentelijke besluiten op het gebied van ruimtelijke ordering worden onderzocht en beoordeeld door een onafhankelijk gemeentelijke Commissie voor Bezwaar. De commissie bestudeert alle stukken en hoort de bezwaarmakers en andere betrokkenen in elkaars aanwezigheid.

Zo zal bij bezwaar door een archeologiegroep tegen een vergunning ook de vergunningvrager en de gemeente zelf worden gehoord.  De bezwaarmaker kan zich in de hoorzitting laten bijstaan door deskundigen. Tijdens zo’n hoorzitting zal de Bezwaarcommissie veelal helpen zoeken naar een voor alle partijen acceptabele oplossing. Dat kan leiden tot nieuwe openingen en afspraken met de vergunninghouder. Als een archeologiegroep daar als bezwaarmaker voldoende vertrouwen in heeft kan die het bezwaar tijdens de hoorzitting intrekken. Dat intrekken van een bezwaar kan ook buiten de hoorzitting om, wanneer blijkt dat gemeente of vergunninghouder aan de bezwaren tegemoet is gekomen.

De hoorzitting vindt plaats achter gesloten deuren, tenzij anders in bepaald.

Beslissing op bezwaar

Wanneer het bezwaarschrift niet wordt ingetrokken adviseert de Bezwaarcommissie aan B&W over het te nemen besluit. B&W neemt het besluit.

Het bestuursorgaan moet in het algemeen binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift beslissen. De beslissing kan met vier weken worden uitgesteld. Wanneer ten behoeve van de beslissing op bezwaar een adviescommissie is ingesteld is de termijn 10 weken en ook in dat geval kan de beslissing met vier weken worden uitgesteld. Dit uitstel moet worden meegedeeld aan de betrokkenen.

De beslissing kan inhouden:

  • een niet ontvankelijkheid van het bezwaarschrift
  • een heroverweging van het bestreden besluit.
De bezwaarmakers krijgen bericht van de beslissing die op hun bezwaar genomen is. Het bestuursorgaan geeft bij de bekendmaking de reden(en) waarom een bepaalde beslissing is genomen. De beslissing op bezwaar moet goed gemotiveerd zijn. Wanneer men het daar niet mee eens is, kan men in de regel binnen zes weken beroep instellen bij de rechtbank. Bij de beslissing moet vermeld staan waar en binnen welke termijn beroep mogelijk is.

Volgende pagina:
Beroepsprocedures