Vondsten

Een (archeologische) vondst kan in principe overal worden gedaan, zoals bij tuinwerkzaamheden, in molshopen, op omgeploegde akkers, in het water of bij bouwwerkzaamheden. Een archeologische vondst is niet altijd een fysiek object maar ook bijvoorbeeld een grondspoor (verkleuring in de grond). Vondsten waarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat die archeologische waarden hebben moeten worden gemeld (zie hieronder).

Veldverkenningen en metaaldetectie

Vondsten kunnen worden gedaan bij het systematisch afzoeken van bijvoorbeeld akkers of slootkanten, al dan niet met behulp van een metaaldetector of een zogeheten supermagneet. Bij een veldverkenning wordt opgeraapt wat aan de oppervlakte ligt. Veldverkenning en zoeken met een metaaldetector is op veel plaatsten toegestaan, mits men zich aan de regels houdt. Er is toestemming nodig van de grondeigenaar en er mag niet worden gezocht op beschermde archeologische terreinen.

Voor kwetsbare (natuur)gebieden kunnen een AWN afdeling en de grondeigenaar een vergunningenstelsel afspreken – waarin nadere afspraken zijn gemaakt, zoals niet zoeken tijdens het broedseizoen, – zodat onderzoek toch mogelijk is.

Vergunningstelsel Goois natuurreservaat.

Archeologisch relevante vondsten melden

Het vinden van archeologische objecten is spannend en interessant. Ze kunnen waardevolle aanvullingen of inzichten geven over mogelijke archeologische vindplaatsen, of van waarde zijn voor bijvoorbeeld de numismatiek (zoals munten), tabacologie (zoals pijpenkoppen) of andere vondstgroepen.

Dan moeten die vondsten echter wel gemeld worden met zoveel mogelijk informatie over de context. Zoals de precieze vindplaats, bijvondsten, diepte, grondlaag, grondspoor, vinder en dergelijke. Die aanvullende informatie maakt  het verschil tussen een verzamelaar of objectspecialist en een archeoloog. Een archeoloog beziet vondsten ook vanuit verschillende invalshoeken. De financiële waarde is doorgaans van ondergeschikt belang. Wel belangrijk is bijvoorbeeld de zeldzaamheid, informatiewaarde, kwaliteit of ‘verhaalkracht’ van de vondst.

Een vondst waarvan verwacht kan worden dat deze van archeologische waarde is, moet volgens de Monumentenwet worden gemeld bij de minister van OCW. Het beleid in de praktijk is dat een melding bij voorkeur wordt gedaan bij de gemeente of provincie, die alleen bij bijzondere vondsten de RCE inschakelt. Daar zijn echter (nog) geen heldere criteria voor.

In veel gevallen kun je voor een vondstmelding ook terecht bij een gemeentelijke, regionale of provinciaal archeoloog. Zij nemen dan de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige beschrijving van de vondst.

Enkele provincies hebben een eigen meldpunt. Informatie hierover is te vinden op de website van de detectoramateur.

Eigendomsrecht

Een vondst is voor de helft eigendom van de eigenaar van de grond en voor de helft van de vinder. Bij (financieel) waardevolle vondsten moet de vinder de eigenaar van de grond dus informeren en nadere afspraken maken. Toevalsvondsten worden nooit eigendom van de provincie of gemeenten, zoals dat wel het geval is bij archeologisch onderzoek. Zij hoeven dus ook niet te worden overgedragen aan een provinciaal of gemeentelijk depot. De vinder dient de vondst wel 6 maanden ter beschikking te houden voor eventueel onderzoek. Vondsten gedaan in AWN-verband (bijvoorbeeld een gezamenlijke veldverkenning) mogen volgens de statuten niet in privé eigendom worden behouden. In de praktijk worden deze vondsten na verslaglegging overgedragen aan het provinciaal archeologisch depot, waar deze beschikbaar blijven voor toekomstig onderzoek of presentatie – zoals een tentoonstelling.

Behoud van archeologische vindplaatsen na een toevalsvondst

De mogelijkheid om bij toeval gevonden archeologische resten in de bodem te behouden of alsnog op te graven, is beperkt. De minister kan werkzaamheden stil laten leggen, maar dat zal alleen aan de orde zijn bij vondsten van groot (inter)nationaal belang. Of nader onderzoek naar de aard en waarde van een toevalsvondst mogelijk is, hangt af van de welwillendheid van initiatiefnemer / vergunninghouder voor de betreffende bodemverstoring om daar ruimte voor te geven. Het hangt tevens af van de bereidheid van de gemeente of andere overheid als bevoegd gezag om daar financiering voor beschikbaar te stellen of vrijwilligers een kans te geven een noodopgraving uit te voeren.

Waar kun je vondsten laten determineren?

Wie zelf een vondst heeft gedaan en daar meer over wil weten kan daarmee naar de AWN-afdeling in de eigen regio gaan. Daar is veel deskundigheid aanwezig en waar AWN-leden er zelf niet uitkomen, hebben zij korte lijnen met beroepsarcheologen voor nadere analyse.

Voor het determineren van metaalvondsten kunt u terecht op de website van de detectoramateur (DDA). Daar is ook te vinden waar en wanneer DDA determinatiedagen plaatsvinden. Er zijn ook diverse determinatie fora, zoals:

www.muntenbodemvondsten.nl en www.bodemvondstenwereld.nl.

Pas op voor waarde verlies!

Een archeologische vondst verliest veel van haar waarde indien niet bekend is wat de context is van de vondst (zie ook hierboven). Noteer daarom altijd zoveel mogelijk gegevens over een vondst! Veel (detector)zoekers en/of AWN leden gebruiken hiervoor een logboekje.