Nederlandse Noordzee-duikers identificeren Engelse onderzeeboot uit Eerste Wereldoorlog

Afgelopen week hebben duikers op de Noordzee twee Engelse onderzeeboten uit de Eerste Wereldoorlog verkend. Van een van de wrakken kan nu met zekerheid worden gezegd dat het om de HMS E5 gaat. Deze Engelse onderzeeboot verdween op 7 maart 1916, ten noorden van Schiermonnikoog, vermoedelijk toen het op een Duitse mijn liep. Door een unieke samenwerking tussen de Nederlandse overheid en sportduikteams konden de wrakken in kaart worden gebracht.
 
Naast de identificatie van de HMS E5 is ook de HMS E26 verder verkend. De locaties waar de onderzeeboten liggen waren al langer in beeld, maar duikonderzoek is risicovol en vrijwel onmogelijk omdat ze midden in de drukbevaren scheepvaartroute liggen. Met behulp van de Kustwacht is het internationale scheepvaartverkeer enkele uren op veilige afstand gehouden zodat amateurduikers de locaties konden verkennen en een professionele fotograaf en cameraman de onderzeeboten konden vastleggen. De HMS E26, die nu verder is verkend, werd al in 2006 door duikclub Ecuador van Terschelling geïdentificeerd.
Van de HMS E5 is dus nu de locatie vastgesteld. Duikteam Zeester was initiator van deze omvangrijke operatie, waarbij zowel Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945, Stichting Duik de Noordzee Schoon als de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nauw betrokken waren. Vanwege het groot cultureel historisch belang is door Rijkswaterstaat en de Kustwacht toestemming verleend en gefaciliteerd om te kunnen duiken in de scheepvaartroute. Dankzij deze unieke samenwerking is de ontdekking van de HMS E5 een feit.
Remy Luttik, Duikteam Zeester: ‘Een stukje van de puzzel van de maritieme geschiedenis van de Noordzee is boven water gehaald. De resultaten bieden hoop voor nabestaanden die op zoek zijn naar hun vermiste geliefden en familieleden. Wij zijn als gepassioneerde maritiem amateurarcheologen al jaren op zoek naar schepen en onderzeeboten die in de Noordzee gezonken zijn, maar nog steeds niet zijn teruggevonden.’
Martijn Manders, Programmamanager Maritiem van de Rijksdienst: ‘We zijn vorig jaar al een pilot gestart bij Texel om de mogelijkheden voor samenwerking met vrijwilligers in de maritieme archeologie  te onderzoeken en te verbeteren. Deze eerste gezamenlijke duikoperatie op de Noordzee leidt een nieuwe pilot in. We zijn verheugd dat we zo met meerdere duikgroepen in Nederland kunnen werken aan behoud en beheer van ons maritiem erfgoed. Met onze Britse collega’s hebben we intensief contact over deze vindplaatsen, die we ook zien als ‘lieux de memoire’. Zorgvuldige omgang met oorlogsgraven als deze staat voor alle betrokken partijen voorop.’
Jouke Spoelstra, projectleider vanuit de Koninklijke Marine en de Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945 voor de zoektocht naar de in de Tweede Wereldoorlog op de Noordzee verdwenen Hr.Ms.O13: ‘Vanuit allerlei bronnen krijgen we tips binnen van onderzeebootwrakken die we vervolgens proberen te identificeren. Soms, zoals nu, met succes. In nauwe samenwerking met professionele bedrijven, verantwoordelijke Rijksdiensten en vrijwilligers kunnen we zo stapje voor stapje het lot van veel spoorloos verdwenen onderzeeboten, maar ook van andere schepen met hun bemanningen achterhalen. Deze samenwerking draagt enorm bij aan bewustwording rond dit voor velen onbekende militaire erfgoed en het belang voor nabestaanden voor het beschermen van en respectvol omgaan met deze laatste rustplaatsen van familieleden.’

Plaats een reactie