Persbericht aanvullend beroepsschrift kelder onder Nieuwe Kerk Delft

De Oudheidkundige Werkgemeenschap Delft (OWD) en de Vereniging van vrijwilligers in de Archeologie (AWN) zijn bij de Raad van State in hoger beroep gegaan tegen de bouw van een grote

kelder onder de Nieuwe Kerk in Delft. De gemeente Delft heeft toestemming voor die kelder gegeven en daarmee dreigt een groot deel van het archeologische erfgoed definitief verloren te gaan, zo luidt de kritiek door beide verenigingen.

In en rond de kerk, een rijksmonument, hebben vele begravingen plaatsgevonden tussen de veertiende en de achttiende eeuw. Ter plekke van de nieuwe kelder bevinden zich naar schatting zo’n 2000 skeletten. Daarvan zal slechts een zeer klein deel opgegraven en archeologisch onderzocht worden. Er bestaat een hoog risico dat veel archeologische objecten beschadigd zullen raken tijdens de aanleg van deze kelder. Het overgrote deel van dit archeologisch archief verdwijnt met de afgevoerde grond en kan daardoor nooit meer geanalyseerd worden.

Het hoger beroep richt zich tegen kelderuitbreiding nr. I, aan de zuidkant. Kelder I is groot en diep. Kelderuitbreiding nr. II, aan de oostkant, wordt in hoofdlijnen echter wèl door de OWD‑AWN geaccepteerd. Kelder II is kleiner en ondieper.

De verenigingen geven in hun beroepschrift aan dat de belangenafweging en besluitvorming hierover onzorgvuldig is geweest. Er is nu een aanvullend beroepschrift ingediend. De aanvulling gaat nader in op de financiële aspecten en – dat is nieuw – op de risico’s van het kelderplan voor de Nieuwe Kerk als historisch gebouw.

OWD en AWN constateren dat zowel de Protestantse Kerk als de gemeente in de beginfase van de planontwikkeling geen rekening hebben gehouden met de kosten voor archeologie, terwijl die wel degelijk te voorzien waren. Toen de kosten duidelijk werden concludeerde de gemeente dat die voor de Protestantse Kerk redelijkerwijs niet te dragen waren. Dit zonder goed te onderzoeken in hoeverre de beoogde commerciële exploitatie van die kelder daar wel in kon voorzien. Vervolgens heeft de gemeente haar verantwoordelijkheid voor het archeologisch erfgoed niet genomen. Zij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wet biedt om, op verzoek of op eigen initiatief, een tegemoetkoming in die kosten te bieden.

Nieuw in het aanvullend beroepschrift is informatie uit technisch onderzoek door Plan-AE, bureau voor architectuur en bouwkundig advies. In het onderzoeksrapport wordt geconcludeerd dat de integriteit van het monument vergaand aangetast zal worden door het aanleggen van de betreffende kelder. Over een lengte van 35 meter zal het middeleeuwse fundament zijn constructieve functie geheel verliezen. Een groot gedeelte van de bestaande fundering en van de grondmuur onder het maaiveld wordt gesloopt of verstoord. Het bouwen onder de historische fundamenten alsmede de omvang en diepte van de kelder brengen grote risico’s voor schade aan het kerkgebouw met zich mee. Schade die niet of heel moeilijk – en dan slechts zeer ten dele – te herstellen zal zijn. Het advies is om af te zien van het huidige plan en een (veel goedkoper) alternatief te zoeken. Bureau Plan-AE stelt goedkopere, veiligere uitbreidingsalternatieven voor.

Het rapport sterkt OWD en AWN in hun standpunt dat de besluitvorming onzorgvuldig is geweest, de risico’s te groot zijn en veiligere alternatieven niet zijn overwogen. Vanwege het belang van het rapport voor de Nieuwe Kerk als monument hebben zij de Protestantse Kerk en de gemeente Delft hierover geïnformeerd en maken zij de bevindingen openbaar.

Binnen een Europese context (zoals o.a. beschreven in het Verdrag van Lissabon en het Verdrag van Malta) ligt het voor de hand om het culturele erfgoed beter te beschermen. dat dient ook voor de Delftse binnenstad te gelden. Goede, volledige bescherming van het bodemarchief èn van het rijksmonument zijn nodig om unieke cultuurhistorische waarden voor de toekomst te behouden.

Documenten waar in dit bericht naar verwezen wordt, zijn hier te vinden.

Plaats een reactie