Veldwerk 2011

Struintocht langs de noordzijde van De Waal
Onder leiding van regio-archeoloog Joris Habraken werd op 2 december 2011 een tocht georganiseerd met het doel om inzicht te verkrijgen in de verspreiding van artefacten die te maken kunnen hebben met de overstroming van het verdonken dorp Doornik. Dat dorp lag aan de Waal tussen de plaatsjes Bemmel en Lent. Omdat het op dat moment extreem laag water was, ontstond er de mogelijkheid om tussen de kribben in de modder en kleikwelders te zoeken naar overblijfselen die bij de overstroming van 1799 zouden kunnen passen.
Naast de gebruikelijke pijpenkoppen en WO II spullen (waaronder een soort brandstoftank of torpedo) werden er een aantal scherven steengoed en aardewerk gevonden, en de verrotte afbakeningen van oude aanlegsteigers. In Doornik is er een oude muur opgemeten die normaal 2 meter onder de waterspiegel ligt. Het geheel overziend, onder het genot van enkele uitsmijters en warme chocolademelk, werd de tocht voortgezet richting Oosterhout. Het lage water en het zachte weer maakten deze tocht naar “Verdronken Dorpen” een succes dat zeker zal worden herhaald.
Velddag Archeologiewacht
Op een mooie, zonnige zaterdag in november verzamelden zich ongeveer 40 archeologie geïnteresseerden, waaronder natuurlijk ook een groep AWN-ers, in Natuurvriendenhuis Bosbeek nabij Bennekom, met het doel om samen de nabijgelegen Celtic fields op te knappen.
Na een korte uitleg van Martijn Grievink van Stichting Landschapsbeheer Gelderland en Irene Velthuis van Archeologische Monumentenwacht over de dag en een toespraak van de Edese wethouder Evert van Milligen ging de groep op weg naar de Celtic fields. Hier werd eerst een nieuw informatiepaneel onthuld door de wethouder en de jongste deelnemer.Na enkele korte instructies werden de handen uit de mouwen gestoken. De struiken langs de Celtic fields werden gesnoeid, zodat de vele mensen die over de naastgelegen weg fietsen, weer zicht hebben op het terrein. Op het terrein zelf werd de ene na de andere braamstruik uit de grond getrokken. Dit moest allemaal met de hand gebeuren, om ook de wortels te kunnen verwijderen. Dit leverde heel wat stekels op in kleding en handen, maar dat werd voor lief genomen. Dankzij de grootte van de groep schoot het werk lekker op en na een paar uurtjes werden de kenmerkende walletjes van de Celtic fields weer zichtbaar.
Om 13 uur was het tijd voor een gezamenlijke lunch, verzorgd door Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Helaas was dat voor mij het moment om weg te moeten, en volgens de achterblijvers heb ik daardoor een overheerlijke lunch misgelopen. Daarna werden de werkzaamheden weer hervat. Ondanks het harde werken is het niet gelukt om het gehele terrein aan te pakken. Maar op deze dag is ook het startsein gegeven aan de Archeologiewacht Ede, die nu al uit 15 personen bestaat. Deze groep gaat na verdere instructies in het voorjaar het onderhoud van de Celtic fields en grafheuvels in de omgeving op zich nemen. Er zullen dus nog meer van zulke zaterdagen volgen en die zullen ongetwijfeld net zo gezellig zijn als deze prachtige dag in november. (Annereinou Dijkstra)
Een Merovingisch graf
Op dinsdag 25 oktober brachten wij met een aantal AWN’ers een bezoek aan Lent bij Nijmegen met als doel een opgraving van Merovingische graven bij te wonen en meer te leren over dit volk. Dit Merovingisch grafveld kwam te voorschijn tijdens de aanleg van een nieuwe woonwijk en een autoweg aldaar.
Arjen de Braaven, archeoloog te Nijmegen, die ons ontving, stelde voor het betreden van de site enkele ’huisregels’ vast.Bij het zeer boeiende betoog en na de beantwoording van vragen werd al gauw duidelijk dat er op deze plek zo`n 50 mensen begraven liggen. Deze mensen leefden en stierven ca 1500 jaren geleden aan de randen van de rivier in vruchtbaar gebied. Ook werden er een heel aantal kindergraven ontdekt.De Merovingers hielden er veel overeenkomsten in hun gebruiken op na die gelijkenissen vertonen met de onze. Mannen en vrouwen hadden vermoedelijk een gelijkwaardige status. Dit werd o.a. duidelijk aan de zwaarden en andere gebruiksvoorwerpen die macht uitdrukken en in beider graven gevonden werden.
Zoals gebruikelijk is het archeologische onderzoek in een reeds vrijgegeven gebied afhankelijk van snel werkende en goed geschoolde vrijwilligers en archeo – diensten.
Indien het weer niet meewerkt, zoals deze dag, moet er worden voorzien in aanpassingen zoals tenten om de vers dagzomende geraamten der Merovingers te beschermen tegen de elementen.Aan de verkleuring van de grond bij het afschaven is al snel te zien dat de doden in één richting zijn begraven. Bovendien is er op dit terrein een duidelijke lagenstructuur te zien die duidt op basische rivierklei en direct daaronder samengeperst beddingzand.
De Merovingers liggen op 1 a 2 meter diepte onder het maaiveld begraven en elk graf, elk geraamte, krijgt coördinaten mee bij ontdekking. De tanden kunnen een belangrijke bron zijn van DNA, waarmee eventueel koppeling kan worden verkregen in de vorm van familieverbanden onder dit volk, dat waarschijnlijk vanuit het zuidoosten Nederland binnentrok en bevolkte.
Al met al was de samenvatting: een zeer leerzame bijeenkomst en schaarse kijk in het verleden van ons land.
Marco Baas
Grafheuvelproject in Barneveld
Grafheuvelproject in barneveld met vrijwillige archeologiewacht van start.
Het beheer van archeologische monumenten en grafheuvels in het bijzonder is met name op particulier terrein al jaren een grote zorg. Gemeentelijk archeoloog van Barneveld, Peter Schut, heeft in samenwerking met de Archeologische Monumentenwacht (AMW) en Landschapsbeheer Gelderland (LSG) daarom een meerjarig project opgezet, met als doel het beheer van particuliere grafheuvels in de gemeente te regelen. Het project is onderdeel van het gemeentelijke uitvoeringsprogramma plattelandsontwikkeling. Bijzonder in dit project is dat een vrijwillige archeologiewacht met steun van de provincie Gelderland wordt opgezet. Dankzij de samenwerking van alle partijen, inclusief de enthousiaste medewerking van alle eigenaren en vrijwilligers, kan het project op veel steun rekenen.Intensief beheer en voorlichting verzekeren de toekomst van de drieduizend jaar oude grafmonumenten. Deze winter worden alle grafheuvels bezocht door de AMW en wordt ongewenste begroeiing en afvalhout verwijderd. ledere drie jaar zullen de grafheuvels worden geïnspecteerd. De vrijwillige archeologiewacht zal jaarlijks de grafheuvels bezoeken om klein onderhoud uit te voeren. Het onderzoek naar de crematies van de grafheuvels op de Bergsham door de Universiteit van Leiden wordt financieel ondersteund door de gemeente Barneveld en Museum Nairac, waardoor meer kennis wordt verzameld over de vroege bewoners van het gebied. De resultaten van dit onderzoek zullen worden verwerkt in een betere informatievoorziening ter plaatse.
Door informatievoorziening bij deze grafmonumenten wordt het draagvlak bij de eigenaren vergroot en bezoekers van de regio worden geïnformeerd over deze karakteristieke monumenten in Barneveld. Tegelijkertijd zijn in Museum Nairac de bijzondere vondsten uit de grafheuvels te bewonderen.Afgelopen 18 december gaf wethouder Gerard van den Hengel de aftrap voor het grafheuvelproject. Een groep van 20 vrijwilligers, bestaande uit leden van de IVN, A W N, afd. 17 en vrijwilligers uit Barneveld, ontdeden de eerste drie grafheuvels van begroeiing. Na een halve dag hard werken in een fraai winterlandschap waren de heuvels weer voor iedereen herkenbaar.
Een vrijwilliger vertelde dat hij hier al 30 jaar langs fietste, maar de heuvels door de begroeiing nog nooit had gezien. Dankzij het enthousiasme van de vrijwilligers bestaat er alle vertrouwen dat de Barneveldse grafheuvels weer de aandacht krijgen die zij verdienen. Het is de bedoeling dat LSG de komende jaren dit project gaat uitbreiden naar andere gemeenten op de Veluwe, waardoor het beheer van de grafheuvels wordt gegarandeerd.‘Gelders Erfgoed’ 2011 – 1, Kwartaalblad voor de erfgoedsector