De Erfgoedwetgeving heeft het de afgelopen decennia voor vrijwilligers in de archeologie steeds lastiger gemaakt om hun liefhebberij in het veld te kunnen beoefenen. Gelukkig kan het gebruik van niet-verstorende geofysische technieken uitkomst bieden.

Vrijwilligers van de AWN afdeling in Eindhoven hebben zich in de afgelopen jaren de techniek van het toepassen van bodemradar eigen gemaakt. Deze Werkgroep voor Innovatieve Meettechnieken in de Archeologie voerde voor een zeer vriendelijke vergoeding onderzoeken uit in opdracht van vrijwilligers van archeologische werkgroepen en heemkundekringen, die meer te weten wilden komen over lang geleden verdwenen objecten.

Afbeelding 1 Een veldmeting met een glimlach…

Vijf jaar en tachtig projecten later, legden ze hun ervaringen vast in een boek* en werd het tijd om een volgende stap te zetten.

De werkgroep gaat nu onder de vlag van de landelijke AWN, haar activiteiten uitbreiden over Nederland en gaat ook bemiddelen bij de inzet van andere technieken, zoals elektromagnetisch onderzoek en magnetometrie.

De nieuw opgerichte werkgroep gaat verder onder de naam Werkgroep Geofysische Meettechnieken in de Archeologie.

Het doel van de nieuwe werkgroep is, naast het aanbieden van betaalbaar onderzoek, het uitdragen van kennis en vaardigheid over geofysische technieken. AWN vrijwilligers krijgen de mogelijkheid om actief met de technieken aan de slag te kunnen gaan.

Heeft u al een interessant project op het oog, dan kunt u alvast het  aanvraagformulier bodemradar downloaden, invullen en opsturen naar onderstaand contactadres. De WGMA zal vervolgens zo spoedig mogelijk contact opnemen voor het maken van een afspraak ter voorbereiding van uw onderzoek.

Wilt u ook actief met bodemradar aan de slag, neem dan voor meer informatie contact op met onze werkgroep. Bodemradaronderzoek bestaat uit veel meer dan alleen techniek.

Contactadres : wgma@awn-archeologie.nl

Voorbeelden uit de praktijk

  De afgelopen jaren hebben vele projecten mooie resultaten opgeleverd, waarvan ter illustratie een drietal kort wordt beschreven.

Een greppel in Oerle

  Na meting op een opgravingsvlak van een Romeinse-ijzertijd nederzetting in Zandoerle, werd een veld van zeer sterke geeloranje reflecties, doorsneden met een zwakke blauwe band, zichtbaar (Afbeelding 2).

  Na verdieping van het vlak door studenten van de UVA, bleek de sterk reflecterende bodemmatrix ijzeroer te bevatten, die in de greppelvulling ontbrak. Deze stak daardoor scherp af tegen de bodemmatrix.

Afbeelding 2 De greppel tussen de rode lijnen.

De Via Belgica bij Rimburg

  Vlakbij Rimburg in Limburg, heeft in de Romeinse tijd de Via Belgica gelopen, die in Nederland de nederzettingen bij Maastricht, Heerlen en Rimburg verbond. In 1970 werd een klein deel van de weg blootgelegd. Langs de weg werden toen ook sporen van de nederzetting aangetroffen. Op verzoek van Parkstad werd een onderzoek gedaan naar mogelijke bebouwing langs de weg.

  De gele reflecties van de Romeinse weg (Afbeelding 3) kwamen goed in beeld en werden haarscherp onderbroken door de opgravingsleuf van de eerder genoemde opgraving. Nederzettingssporen ten noorden van de weg lieten flauwe maar duidelijke lichtblauwe reflecties zien.

Afbeelding 3 Het spoor van de Via Belgica bij Rimburg.

Fort Blauwe Sluis

  Fort Blauwe Sluis bij ’s-Hertogenbosch werd begin twintigste eeuw ontmanteld, maar dat gebeurde waarschijnlijk niet volledig. In de tuin van een nabije woning ontstond plotseling een zinkgat. Op verzoek van Erfgoed ‘s-Hertogenbosch werd gezocht naar resten van het fort .

  Naast de geeloranje reflecties van een aantal holle ruimtes, bleken er ook nog lichtblauwe spinnenwebachtige structuren (Afbeelding 4) te zien, die passen op het oorspronkelijke bouwplan van het fort. Waar de structuren uit bestaan is niet bekend, maar het fort is zeker nog niet verdwenen.

Afbeelding 4 Holle ruimtes en spinnenwebachtige structuren.

*Voor nog meer praktijkvoorbeelden en een beschrijving van de werking van de bodemradar, zie ons boek: “Echo’s van het Verleden” (bol.com).