Drie dertiende-eeuwse munten op een zestiende-eeuws Slagveld bij Noordhorn.

Door: Alexander Nicolai

Noordhorn is een dorp in de Provincie Groningen. Het dorp ligt op een Keileem rug en is ontstaan in de IJstijd. Vondsten van vuurstenen artefacten en een Enkelgrafcultuur strijdhamer wijzen erop dat de zandrug al lange tijd bezocht werd door de mens. Noordhorn is een rustig dorp waar niets doet vermoeden dat het ooit het middelpunt van strijdgewoel was.

In 1417 werd ten Zuidwesten van Noordhorn bij de Okswerderzijl strijd geleverd tussen de Schieringers en Vetkopers, waarbij de laatsten het gevecht wonnen. Deze slag was onderdeel van de Grote Friese Oorlog. In 1498 werd Noordhorn en Zuidhorn door roofridder Nittert Fox bijna volledig in de as gelegd na een confrontatie met een leger uit Groningen.  De plek van deze veldslag is tot op heden onbekend.  Ook in 1514, 1516 en in 1522 vonden en plunderingen en verwoestingen plaats.

De 80-jarige oorlog en de Slag bij Noordhorn, 30 september 1581

Op 3 maart 1580 koos de stad Groningen onder aanvoering van Rennenberg, stadhouder van Groningen, Friesland Overijssel en Drenthe, de Spaanse, Koningsgezinde kant. Door het verraad van Rennenberg opende er zich in het noorden een nieuw front. Hoewel de stadhouder succesvol was in het verjagen van de rebellen uit de ommelanden slaagde hij er niet in dit ook in Westerlauwers Friesland te doen. Alexander Farness, de Spaanse gouverneur-generaal van de Koning in de Nederlanden, stuurde veldheer Francisco Verdugo met een leger naar het noorden om Renneberg te helpen de rebellen uit Friesland te verdrijven.

Op 23 juli 1581 overleed Rennenberg echter plotseling. Verdugo werd aangewezen als zijn plaatsvervanger totdat er een nieuwe Gouverneur was benoemd. De Spaanse veldheer sloeg zijn kamp op bij het klooster van Aduard, een dorp aan de west kant van de stad Groningen.

De landraad moest op de komst van Verdugo naar het noorden reageren en stuurde een leger onder het beval van ‘Black Jack’ John Norrits om vanuit Friesland orde op zaken te stellen en Verdugo het hoofd te bieden.  Norrits beschikte over 30 vendels voetsoldaten en 500 ruiters volgens het verslag over de Slag van Pieter Bor uit 1621. Volgens Bor voerde Verdugo 24 vendels en 4 vanen ruiters aan.  Abel Eppens (29 maart 1534 -1590), geeft in zijn kroniek de Staatsen 45 vendelen van ieder 200 tot 250 man en 800 ruiters. De Spaanse aantallen zijn dezelfde als Bor noemt.  Het exacte aantal troepen aan beide zijden Hoe lang waren zilveren en gouden munten eigenlijk in omloop? Er zijn muntschatten bekend waarvan de oudste en jongste munt enkele eeuwen verschilt. Onmogelijk is de soldij gedachte niet is niet met zekerheid vast te stellen Aannemelijk is dat het Staatse leger groter was dan het Koningsgezinde Spaanse.

Verdugo was op de hoogte van de naderende Staatse troepen vanuit Friesland. Omdat de Stad Groningen een Staatse aanval op Noordhorn verwachtte, verzocht het Verdugo om zich te verplaatsen naar Noordhorn. Verdugo voldeed met tegenzin aan het verzoek. In Noordhorn aangekomen versterkte hij het dorp. Ondanks deze versterkingen besloot de Spaanse aanvoerder om het Staatse leger buiten het dorp Noordhorn, op een door hem gekozen veld, op te wachten. De Staatse commandanten bleken verrast door het plan van Verdugo.  Ze hadden verwacht dat Koningsgezinde troepen zich in Noordhorn zouden verschansen. Het leger onder het commando van Norrits besloot ondanks de verassing tot de aanval op het Koningsgezinde leger.

Verdugo had het terrein, vol met sloten, echter geprepareerd waardoor de Staatse troepen niet in verband konden optrekken. Hij paste daarnaast een tweetal krijgslisten, een hinderlaag en een geveinsde cavalerie vlucht op Verdugo zijn rechtervleugel, toe waardoor de Koningsgezinde troepen de overwinning behaalden.  In plaats van het vluchtende Staatse leger te achtervolgen in de richting van de schans in Niezijl, gingen de Spaanse huurlingen zich te buiten in het beroven van de gesneuvelden en de gewonden.  Verdugo slaagde er mede daardoor niet in de Schans te veroveren.

Eigen onderzoek naar de Slag

In oktober 2012 stuurden de molenaars Klaas Hekker en Drewe Schouten in het kader van het 125-jarig bestaan van de molen Fortuna, een brief aan de Provinciale staten om aandacht voor de vergeten Slag bij Noordhorn te vragen. Dit verzoek resulteerde in het AWN-onderzoek dat in 2014/15 plaatsvond.  Het AWN-onderzoek richtte zich op een veronderstelde plek waar de slag, met de toen voorhanden zijnde informatie, vermoedelijk had plaatsgevonden.

Het onderzoek leverde geen conclusie op over de precieze plek waar de slag plaatsvond. Historicus René van Iterson wees tijdens het onderzoek een plek tegen de dorpsgrens aan, als de locatie van de slag. Het verslag van het onderzoek is gepubliceerd in een publicatie  van AWN-afdeling Noord-Nederland en in Archeologie in Nederland, 2016-2017.

Rond het uitbrengen van het AWN-verslag startte ik mijn eigen onderzoek naar de Slag bij Noordhorn. Al vroeg in het onderzoek twijfelde ik aan de plek die van Iterson voorgesteld had. Ik kon me niet voorstellen dat Verdugo deze plak had uitgezocht om zich te verdedigen. De plek van de Slag moest door de ligging van wegen en het terrein veel meer Westelijk gelegen hebben dan verondersteld.

Mijn onderzoek kon bovendien de plaats waar de Slag door de historicus werd verondersteld niet bevestigen. Daarnaast maakte ik uit het verslag van Francisco Verdugo dat hij schreef over zijn jaren als legerleider en gouverneur namens Filips II in Stad en Lande van Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Lingen (1581-1595) schreef, op dat de commandant een heel andere plek beschreef.

Mijn onderzoek vond plaats met 3 verschillende metaaldetectoren. Iedere vondst werd in een vondstenzakje gedaan met een label naar de vindplaats. Door de het plotten van de vondsten op een kaart ontstond een spreiding van vondsten (musketkogels, knopen en andere vondsten) die de grenzen en vluchtroutes van de veldslag lijken weer te geven. Naast veldonderzoek deed ik literatuuronderzoek in diverse archieven. De Provinciaal Archeoloog en het AWN werden (en worden) op de hoogte gehouden van de vorderingen va het onderzoek. De vondsten zijn opgeslagen in het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) in Nuis voor nader onderzoek.

Margarehta II van Constantinopel in Noordhorn

Tijdens een van mijn onderzoeksdagen stuitte ik op een halve zilveren munt op een hoogte in de Noordoosthoek van het Slagveld.  Na het voorwerp schoon gemaakt te hebben bleek het om een geknipte zilveren 2/3 Ruitergroot te gaan. De munt is geslagen tussen 1244 en 1280 in Valencienes in opdracht van Margaretha II van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Henegouwen. Op de voorzijde staat een ridder te paard met getrokken zwaard optrekkend naar rechts. Het paard draagt een dekkleed en een pluim op het hoofd.  Op de munt staat Moneta Valencenen Cis Signum Crvcvs.

Een aantal weken later vond ik in hetzelfde veld op meer dan 200 meter in Zuidwestelijke richting weer een geknipte zilveren munt van Margaretha II. Vrijwel meteen kwam de gedachte van een muntschat bij me op. Deze gedachte werd versterkt door contact met een medewerkster van het PAN (Portable Antiquities of the Netherlands). De vondsten waren de vroegste tot nu toe in dat veld.

Aan de Westzijde van het veld ligt een dijk. De dijk, nu een boeren ree, werd in 1375 aangelegd, honderd jaar na het slaan van de munt.

Waarom lagen twee munten uit dezelfde periode in het veld honderden meters uit elkaar? Stond het veld niet onder invloed van de Lauwerszee in 1244-1248? Waren de munten verloren of verstopt? Of zou het kunnen dat de munten veel langer in omloop waren? En zo ja voor hoe lang?

Hoe lang waren zilveren en gouden munten eigenlijk in omloop? Er zijn muntschatten bekend waarvan de oudste en jongste munt enkele eeuwen verschilt. Onmogelijk is de soldij gedachte niet

Enkele weken later vond ik tot mijn stomme verbazing nog eenzelfde soort munt en weer van Margaretha II uit exact dezelfde periode, net als de andere twee geknipt. Het lag aan de andere kant van een oude dijk, weer honderden meters verder, maar precies op een rechte lijn met de andere 2 van Noordoost naar Zuidwest, een lijn die beweging doet vermoedden. Alle drie Ruitergroot munten lagen bovendien binnen de grenzen van het slagveld uit 1581.

Valenciennes en Noordhorn zover uit elkaar maar toch dichtbij?

Nog veel vragen om op te lossen, wie helpt!

Valenciennes, waar de munten zijn geslagen, viel op 24 maar 1567 in Spaanse handen. Op 23 mei heroverde Lodewijk van Nassau, de broer van Willem van Oranje, de stad op de Spanjaarden totdat het in augustus weer in handen van de Hertog van Alva viel. In 1577 werd de stad na het tekenen van het Eeuwig verdict door de Spanjaarden verlaten. In 1580 viel de Hertog van Parma de stad binnen waarna vele Calvinisten naar het Noorden vluchtten.

De munten liggen op dezelfde lijn als de route die de Engelse Cavalerie tijdens de Slag bij Noordhorn nam om troepen op de Staatse rechterflank te ontzetten. Toeval? Of toch niet. Zou het mogelijk zijn dat de strijders in de 16de eeuw bij Noordhorn betaald werden met zilver uit Valenciijn?

Hoe lang waren zilveren en gouden munten eigenlijk in omloop? Er zijn muntschatten bekend waarvan de oudste en jongste munt enkele eeuwen verschilt. Onmogelijk is de soldij gedachte niet.

Bronnen:  

Voor God en mijn Koning. Inleiding tekst en toelichting Jan van den Broek

Vervolgh der Nederlandtse oorlogen, Beroerten ende Borgerlijcke oneenichheyen, tweede deel Pieter Bor 1621

Onderzoeksverslag “Op zoek naar de Sag bij Noordhorn”, AWN Afdeling 1 Noord-Nederland 2016-2017 en “Archeologie in Nederland”, 2017

De Kroniek van Abel Eppens tho Equart

Veldonderzoek 2017-2020 Alexander Nicolai