December 2019

Twee Hoogtes aan het Zuiden van ’t Gooi

pijltje, toon tweede kaart

Het Gat in ’t Bos

Weerszijden van de plaats op de kaart van Perk uit 1843 geduid als “het Gat in ’t Bosch” verheffen zich twee bergjes, die de naam aan deze plaats gaven. En hierachter moet tot in de 16de eeuw het oude Gooiersbos zich hebben uitgestrekt. De naam is aan het gebied blijven kleven, ook al is daar in de 17de eeuw klaarblijkelijk niet veel meer van over dan een dorre heide met hier en daar wat rijshout. De laatste woudreuzen zouden volgens de overlevering zijn geveld in 1601 om het nieuwe stadhuis in Naarden te bouwen. Maar in de middeleeuwen was hier bos, waarnaar nog steeds de Hilversumse straatnamen Eikbosserweg & Bosdrift verwijzen. Ook gaan enkele van ons oudste documenten over de relatie van overheid en bevolking erover, de zogenoemde Gooische Bosbrieven.

De westelijke berg is de beroemde en geliefde Hoorneboeg, oostelijk bevind zich de intrigerende Zwarte Berg. De weg hier tussendoor was de kortste weg naar Hilversum waarbij men het minste klimmen en dalen hoefde. Het bracht je naar het midden van het dorp of naar het Veeneind, tegenwoordig Emmastraat aan de oostzijde van het dorp. De vele karrensporen rond de twee hoogtes getuigen dat er alternatieven waren. Later lijkt het dat, misschien onder invloed van de zogenoemde Noodweg vanuit Loosdrecht en vanaf de 17de en in de 18de eeuw vooral de weg van ’s Graveland op Utrecht de route achterom de Hoorneboeg, de Bosdrift populair was. Deze bracht je naar de westzijde van het oude dorp en de Kerkkwartier.

Oorspronkelijk heeft het oerbos zich natuurlijk uitgestrekt over de bergjes heen. In de loop van de middeleeuwen krijgen de hoogtes met de komst van strijd tussen Gooi en Sticht een militair-strategische waarde. Misschien al in de dertiende eeuw maar zeker nog in de middeleeuwen zullen de zuidelijke flanken zijn ontdaan van zicht belemmerende opslag. Toen ontstond dus een gat in het bos. Later is het Tienhovenskanaal naar deze plaats doorgetrokken. Het lag in de bedoeling het kanaal door te trekken naar de Gooirsgracht en Zuiderzee. Een uitgezette greppel is nog traceerbaar tot aan de A1. De plannen zijn echter nooit doorgezet.

Het Gat in het Bos en de Twee Hoogtes

Wanneer je dan later in vredestijd rustig met je karretje van uit het Stichtse met zijn oneindige veenvlakte naar het Gooiland reed, moet het een indrukwekkend gezicht zijn geweest. Als twee Gooise zuilen van Hercules waarachter het donkere bos lag, de zuidelijke poort van ’t Gooi. Het vormde een duidelijk overgang van landschap en kondigde tevens de overgang aan naar een ander land.

De aangehaalde karrensporen zijn verre van de enige archeologie rondom de twee hoogtes. Het raatakkercomplex ten noorden hiervan zijn recentelijk met LIDAR-technologie in volle omvang aan het licht gekomen. Nog ouder is de indrukwekkende verzameling grafheuvels. Deze beiden verdienen hun eigen stukje. Losse vondsten kun je zomaar vinden langs een der vele paden. En de randbijl uit de vroege bronstijd, gevonden langs de laan die de Hoorneboeg met de Zwarte Berg verbindt is hiervan een extreem geval. Die verdient op zich al een eigen studie. Zo is er een vroegmiddeleeuws zwaardfragment gevonden dichter naar de Hoorneboegse heuvel langs de tegenwoordige oprijlaan. Niet uniek maar een bijzonder getuige van een periode die voor het verhaal van ons landstreek zeer interessant en tevens bijzonder duister is. Het is waarschijnlijk niets teveel gezegd, als we zeggen dat de Hoorneboegse heide een waar cornucopia van de Gooise archeologie is.

Maar op dit moment willen we aandacht schenken aan de heuveltjes op zich, als archeologische objecten. Naast een historische en veldarcheologische beschouwing, die dit eigenlijk is, is er gezien hun context een uiterst hoge archeologische verwachting. Maar een bodemarchief betreft niet alleen schatten of museale objecten. Het betreft alle archeologische informatie. Van het oudheidkundig verhaal van deze deze heuvels, van steentijd tot de moderne tijd zijn hier op allerlei niveaus bewijsmiddelen aanwezig. Het is de zaak van van de oudheidkundige deze te onderzoeken. Hoewel in de praktijk dit onderzoek geen sinecure is, moge het duidelijk zijn dat dit bodemarchief in al zijn integriteit belofte geeft zijn ongetwijfeld zeer interessante verhaal verder te onthullen.

De Hoorneboeg

Hoorneboeg November Namiddag

De Hoorneboeg lijkt op oudere kaarten nog onbewoond. De excentrieke oud-schepen van Amsterdam, “Gouden Piet” van Loon, telg uit de oude regentenfamilie kreeg de Hoorneboeg en omgeving in 1792 in erfpacht. Hij liet er in 1794 een flinke donjon opbouwen, compleet met wachttorens. Maar het was niet echt! In plaats van steen was alles slechts van hout. Het was een lustpaviljoen, op niet al te ver afstand van de familiebuiten aan de Vecht. Hij noemde het “Hilveroord”. Alles opgeschilderd om zo authentiek mogelijk te lijken. Dat dit aardig lukte, bewijst de volgende anekdote.

Toen in 1795 de Franse troepen Nederland kwamen bezetten (of zo je wil, bevrijden), zag de commandant in de verte dit bolwerk hoog op de berg. Het een en ander wordt verwoord in “Ons eigen tijdschrift”, bedrijfsblad van Houten te Weesp in juni 1928 door J.J.F. Schilt:
Eens scheen een afdeeling Fransche ruiterij (’t was in 1795), die een rit maakte van Utrecht naar Naarden, door den aanblik van het monumentale gebouw verontrust te zijn. Door een vijandelijk land reizende, waren de Franschen ter dege op hun hoede en derhalve besloot de bevelhebber, waar hij een uitval in den rug vreesde, een trompetter vooruit te zenden, die de overgave van het fort in optima forma moest eischen. Na zijn luid geschetter werd de poortdeur spoedig geopend en wel door…. een oud vrouwtje, dat de huisbewaarster en tevens de eenige bewoonster van het jachthuis bleek te zijn! De Fransche troepen konden dus met een gerust hart verder trekken.

Nog geen twintig jaar later was het uit met de pret, vergaan, verrot en gesloopt. Er bestaat nog een leuke anekdote hoe wij over de afbeelding van “het oude jachthuis” beschikken. In de Gooi & Eemlander van 30 oktober 1925 wordt op de voorpagina linksonder het volgend vermeld:

links het huidige schilderij, rechts foto uit oude krant

Een merkwaardige vondst.
Tijdens het sloopen van ’t oude huis aan de Langestraat, waar de fa. Van der Paauw zooveel jaren gevestigd is geweest, werd door de werklieden in September j.l. een merkwaardige vondst gedaan. Achter het behang ontdekten zij een muurschildering, gedeeltelijk onder het roet verscholen. Men waarschuwde den heer Heek om bij hem te informeeren wat deze schoorsteen-schildering kon voorstellen en of ’t de moeite van bewaren waard was. Deze wendde zich tot den heer Pijnappel van de Hoorneboeg. Na een nauwkeurige bezichtiging bleek deze verrukt met de ontdekking, en stelde den heer M. Betlem voor, de muurschildering. zoo getrouw als dat mogelijk was, na te schilderen op doek. Dit werk met vele moeilijkheden gepaard, daar de oude muur telkens dreigde af te brokkelen, de kleuren verbleekt en enkele gedeelten door een dikke laag roet onzichtbaar waren. Doch de heer Betlem heeft zich op zeer verdienstelijke wijze van zijn taak gekweten, en binnenkort zal het door hem nageschilderde doek naar den nieuwen eigenaar den heer Pijnappel. Het schilderij stelt een jachtpartij voor. In de nabijheid van het oude jachthuis „Hilveroord” op Hoorneboeg, dat een honderdtal jaren geleden, door de Franschen werd afgebroken. Vermoedelijk is de vervaardiger deze muurschildering, de bekende schilder J. van Ravenzwaay, die zoovele van zijn werken aan Hilversum en omstreken heeft ontleend.

De Top van de Hoorneboeg

Dat van die Franschen is dus niet waar. Maar wat een opsomming van bekende namen uit Hilversums verleden. Later is, toen mevrouw Pijnappel de Hoorneboeg aan de Romonstrantse Broederschap ter beschikking stelde, in de krant een foto ervan afgedrukt. De Hoorneboeg-kenners zullen opmerken dat deze afwijkt van de schilderij in bezit van de Stichting Hoorneboeg, getoond in de Archeologica Naerdincklant in 2017. Vermoedelijk heeft de heer Pijnappel met het door Betlem gemaakte kopie van de schoorsteenschildering een “echt” schilderijtje laten maken. Of de wachttorentjes dan vierkant, zeshoekig of rond waren? Wellicht is dit ter plaatse nog na te gaan.

De Zichtlaan

Rond 1812 is hier een rechthoekig landhuis gebouwd, verbouwd rond 1882, voorzien van belvedere. Deze is in de jaren tachtig van de vorige eeuw gesloopt. Beiden grondpatronen lijken op de hoogtekaart terug te vinden.
Velen, lang niet allen remonstrants, hebben fijne herinneringen aan deze hoogte. Logisch dat zo’n landgoed door een beetje bijzondere mensen werd bewoond. Van de tijd van de familie Moormann wordt bijvoorbeeld verteld dat er zelfs een slotkapelaan de Eerwaarde Heer Holman was gehuisvest. De omgevende archeologie zou doen vermoeden dat de hoogte in een diep verleden ook werd gebruikt. Of dit altijd slechts om het praktische nut ging, of dat hier toen al bijzondere bijeenkomsten waren, we kunnen vooralsnog alleen naar gissen.

Hoorneboeg op de AHN3 Hoogtekaart

De Engelse Landschapstuin zal wellicht onder Pieter van Loon begonnen zijn. Of hij er al de huidige padenstructuur heeft aangelegd is onduidelijk. De andere gebouwen zijn in de loop van de 19de eeuw en tot in de vorige eeuw bijgebouwd. Maar van andere dingen is het niet duidelijk of hoe oud ze zijn.

De Wal

Van deze is de omwalling het meest in het oog springend. De veel kleinere Tafelberg wordt ook door een omwalling opgesierd. Die komt ook op oude kaarten al voor. Hoewel aan de oostzijde van de Tafelberg die verdwenen is, liep die vroeger wel rond. En deze heeft ook nog een wellicht oude doorgang, aan de westzijde. Van de wal op de Hoorneboeg (op een klein stukje na compleet) is op oude kaarten niets te zien. Maar misschien is het bijzondere dat die van de Tafelberg wel werd weergegeven.
Het is niet onmogelijk dat de omwalling op de Hoorneboeg gebouwd is om de donjon meer cachet te geven. Kan bij een romantisch Engels tuin behoren en geld had van Loon genoeg. Maar het lijkt een beetje overkill.

Doorgang in de Noordelijke Wal

Als deze omwalling ouder is, kan hij wel veel ouder zijn. Hoe zal dat dan zitten met de gaten in de wal, de doorgangen? En hebben we feitelijk met een zelfde soort object te maken als om de Tafelberg? In elk geval zal er door van Loon een doorgang gebruikt zijn om vanaf de oude oprijlaan en zichtlaan aan de zuidzijde op de berg te komen met de rijtuig. Als er geen doorgang was heeft van Loon zeker één aangelegd. Dus van al de doorgangen moeten we vooralsnog zeggen misschien zeer oud, misschien vrij recent.
Als deze, of enkelen hiervan heel oud blijken, wat dan te denken van die grote stenen die de doorgang op de noordzijde opsieren? De stenen kunnen best vanaf de berg zelf afkomstig zijn. In die zin zijn ze zo oud als de berg zelf. Het past bij de Engelse tuinstijl. Men gaat er nu vanuit dat het daar bijhoort. Zelfs recenter kan dit gebeurd zijn. Anderzijds is het verre van onmogelijk dat het een zeer oude wal is met een zeer oude doorgang voorzien van twee zeer oude stenen. We weten het eigenlijk niet.

De Zwarte Berg

Een Steen Bovenop de Zwarte Berg

Op de hoogtekaart doemt de Zwarte berg op als vier hopen zand, van west naar oost oplopend in grootte. Het is niet netjes te spreken van het lelijke zusje van de Hoorneboeg. Het is misschien het kleine, eenvoudige zusje en wat minder mooi of ontwikkeld.

Toch heeft de Zwarte Berg een eigen plek in de geschiedenis van de archeologie met een oude vermelding. Hortensius was rector van de Latijns school in Naarden. Hij maakte de uitmoording van Naarden mee in 1572 en schreef er een verslag van, “Over de Opkomst en Ondergang van Naarden”. Hij had tijdens zijn leven een historische interesse en liet hierin heel wat oude feiten uit het Gooiland de revue passeren.

Zo weet hij te melden: Het land is, waar het niet bearbeid wordt, schraal en onvruchtbaar. Men graaft er stenen van ontzaglijke omvang uit den grond.

Enkele jaren hiervoor. in 1564 had Hortensius in het Latijn een gedicht aan onze streek geschreven, de Chorographia Goilandiae. Over het Gooi komt daarin de volgende passage voor: Daar, waar het land, naar binnen toe, hoger en heuvelachtiger wordt of, slecht bebouwd weder daalt, graaft men stenen op, groot en breed. Ik heb gezien hoe men trachtte een gevaarte, als een piramide, boven de stevige grond te brengen: maar vergeefs was de moeite.

Lambertus Hortensius

In 1866 heeft Peerlkamp het boek en gedicht met vertalingen uitgegeven. De Hilversumse historicus Albertus Perk (hij was natuurlijk nog veel meer) verzorgde hierbij een nalezing met aantekeningen. Hierover zegt Perk: Iets dergelijks is voor ettelijke jaren gevonden op den zwarten berg bij Hilveroord, op zeven ellen diepte van de kruin des heuvels : eene opeen stapeling van zware keijen, met veel moeite opgetrokken. Een steen van blaauwachtig graniet werd op eenigen afstand van daar bezuiden dé Gooijer gracht gevonden, waarvan de zwaarte berekend werd op ruim 30000 oude ponden.

Zeven el was oorspronkelijk zo’n vijf meter. In zijn tijd was de el de wijdgebruikte term voor de meter, van 100 centimeter. Dit lijkt een behoorlijke diepte op deze toch weer niet zo hoge berg. Het kan dat de kruin oorspronkelijk hoger was. Maar goed. Hoeveel zijn “ettelijke” jaren? Is dat een handje vol, een generatie of wellicht eeuwen? Hij was er niet de onderzoeker naar om zelf iets te verzinnen. Wel ging hij rond bij de mensen om verhalen en feiten uit vorige generaties nog overgeleverd op te tekenen. Helaas is er in zijn papieren nog geen bron of verdere informatie boven gekomen.

Perk geeft ons aldus de volgende informatie:

a) Er zou ettelijke jaren geleden hier gegraven zijn. Dat ligt niet voor de hand op deze berg. De kruin toont in huidige toestand inderdaad sporen van gegraaf. Maar geen gaten meters diep.

b) Hierbij zijn grote stenen aangetroffen. Voor de geoloog niet schokkend, je kunt hier zoiets verwachten. Dit zou kunnen verklaren waarom men is gaan graven. Als mooie, grote stenen aan de oppervlakte waren, zou men heel goed deze te gelde hebben willen maken.

c) Het is niet precies duidelijk wat er met met veel moeite opgetrokken bedoeld wordt. Door werklieden uit de zeven ellen diepte of indertijd door bouwers van die steenmassa?

d) Zeven meter diepte, of zelfs maar vijf lijkt een verband tussen meerdere stenen te suggereren. Als je op de top een steen ophaalt, zal je op de bonne fooi toch niet zomaar verder graven om misschien nog een ander wel of niet vinden. Tenzij ze al op elkaar liggen. Als hij hier een megalithisch structuur beschrijft, komt dit dus begrijpelijker voor. Niet uit te sluiten is dat enkele grote stenen los aan de zijde van de heuvel, enkele meters onder de top verspreid lagen. Geen structuur. Maar dan klopt met veel moeite opgetrokken niet meer, zou je zeggen.

Perk kende de steen aan de Vuursche en beschouwde deze als een ware oude structuur, een hunnebed. Ook helpt hij mee aan “De Hilversumsche Oudheden” van Janssen uit 1856. Perk speculeert op grond van plaatselijke verhalen dat er wel meer op de Vuursche geweest kunnen zijn. Waarom worden deze Hilversumse stenen niet genoemd? Het kan dus heel goed zijn dat hij het verhaal erover tussen 1856 (Janssen) en 1866 (Peerlkamp) te horen kreeg, wellicht zelfs juist naar aanleiding van de eerdere werk.

e) Uit de context blijkt dat Perk wel degelijk uit ging van een door mensen opgetrokken structuur, doch heeft het, wellicht vanwege gebrek aan bewijs of enig onzekerheid, het niet al teveel aangedikt.

De situatie doet denken aan de Anna Hoevese Berg in Hilversum, waar op de grens van de oude berg en de in de crisisjaren van de vorige eeuw hierboven opgeworpen berg, een groot steen zich bevindt. Wie weet wat daaronder tevoorschijn zou kunnen komen.

Laan omhoog vanaf het Gat

In het stuk van J.J.F. Schilt in “Ons eigen tijdschrift” (waar een bedrijfsblad van Houten toch allemaal goed voor is) komt de Zwarte Berg ook aan de orde. Het verhaal wordt nog beter:
In de onmiddellijke nabijheid ligt ook de „Zwarte Berg”, waar in het midden der vorige eeuw een zeer merkwaardige, oudheidkundige vondst werd gedaan. Een groot aantal steenen was daar op een diepte van meer dan twintig voeten tot een muur opeengestapeld en tegen dien muur lag een hoop houtskool ter dikte van acht voeten. Het vermoeden ligt voor de hand, dat hier in lang vervlogen tijden de offervuren opvlamden van de primitieve bewoners van het Gooi van wie hier nog meer sporen werden aangetroffen; de bodemgesteldheid doet ook vermoeden, dat hier eens door den mensch uit het grijs verleden gewassen verbouwd zijn geworden. Even verder vond men onder eenige zware steenen een tweesnijdend zwaard, dat van jongeren datum is, vermoedelijk „slechts” van een duizendtal jaren her, zouden we zeggen indien wij aan den ouderdom van de offerplaats denken.

Hoe komt Schilt aan zoveel archeologische informatie en hoe kan het dat het verhaal uit 1928 verloren is gegaan? Is het allemaal verzonnen? Kern van waarheid? Zou zo’n zwaard bijvoorbeeld ergens nog bestaan? Als zo’n object gekoppeld zou kunnen worden aan deze berg, is het niet meer de vraag of maar wat & hoe.

Hiermee is dan, vanuit archeologische zijde, enig interesse voor het kleine, minder mooie, eenvoudige en minder ontwikkelde zusje gerechtvaardigd. En heden ten dage bevindt zich nog steeds, een stukje van de top, op de zuidzijde van de berg een mooi steen fragment. Toevallig daar of als laatste stille getuige van een belangwekkend verleden, alleen toekomstig onderzoek kan het uitwijzen. In elk geval mooi dat die steen er nog is.

In hoeverre de bodemgesteldheid afwijkt van de overige hoogten in de omgeving en dit aan landbouw toe te schrijven is, is niet duidelijk, al is dit misschien goed na te gaan met moderne onderzoeksmethodes. Wel is ten noorden van de berg het uitgebreide raatakkercomplex honderden jaren in gebruik geweest. Etymologieën blijken vaak erg moeilijk. Of de naam van de berg naar de bodemgesteldheid verwijst, ligt voor de hand maar zou net zo goed ergens anders vandaan kunnen komen. Men moet immers altijd oppassen teveel zien, wat je wil zien.

De hoogtekaart beschouwend vallen enkele zaken op. Ten noorden van de berg zien we een imposante karrensporenbundelcomplex. Op oude kaarten zien we dat enkele routes hier liepen. De kaart toont echter een sporenbundel van meer dan 100 meter. Ten zuiden van de berg zijn aan weerszijden van het pad gangetjes gegraven. Die zijn erg modern.

De Zwarte Berg op AHN3

Het westelijke pad naar boven, vanaf de plaats van het gat in het bos loopt over de twee grootste bulten. Het pad naar beneden, aan de andere zijde van de berg staat in een hoek ten opzichte van de andere. Wel lijkt het westelijke pad bij het gat doorgelopen te hebben en zodat het zich aansloot op de zichtlaan naar de Hoorneboeg. Weliswaar maakt het pad een gekke knik onderaan en loopt het tegenwoordig niet door, dat zou goed te verklaren zijn door recentere vergravingen wellicht verricht vanwege het kanaal. Het is een houdbare hypothese dat de ene laan in de andere overging, hetgeen die knik onderaan het pad meteen verklaart.

De twee toppen waarover het pad loopt, zijn duidelijk afgeplat. De grootste en hoogste van deze lijkt sporen te hebben van een bijna vierkante omwalling, nu haast weggesleten.

In het veld niet meer herkenbaar maar duidelijk op de hoogtekaart is een ander “weg”, die zeer recht de berg op, erover en weer naar beneden loopt, zonder te lijken ergens naartoe te gaan. Een stukje bewalling aan een pad ten oosten van de berg lijkt erbij te horen. We zien dat deze weg over de afgeplatte top loopt. Die afgeplatte top was er dus eerder dan die weg.

Zwarte Berg naar het Oosten

Alle megalithische beschouwing daargelaten, deze weg zou wellicht een vergeten onderdeel kunnen zijn van de Gooise schans. Ooit heeft de afgeplatte top er natuurlijk ook bij gehoord. Maar deze top kan ook veel ouder blijken. Het valt op dat die weg de vierkant van de top op een eigenaardige wijze doorkruist. Zou je het zo doen indien je beiden tegelijk plant?

Vroeger heeft de Zwarte Berg gehoord bij de grote landgoed van Hilveroord, in één particuliere hand. Die merkwaardige weg kan om wat voor reden dan ook, ook uit die tijd stammen. Het huidige pad kan ook uit die tijd stammen. Past precies in een Engelse landschapstuinfilosofie. Kan echter ook daarin geïncorporeerd zijn. Dat de lanen die beide hoogtes verbinden, dit deden voordat van Loon hier terrein pachtte en dus veel ouder zouden kunnen zijn, zou het meest bijzondere zijn.

Het is voor te stellen dat de eigenaar een theekoepel wilde plaatsen op die berg, vanuit die filosofie, die inmiddels is vergaan of gesloopt en voor ons onbekend gebleven. Dat zou de archeologische ontdekkingen van die stenen wel verklaren. En als zijn eigendom mocht die eigenaar met zijn vondsten doen wat hij wilde.

Er zijn ongetwijfeld nog vele hypotheses te maken over die berg. Het nu eenmaal de archeoloog meestal niet gegeven al zijn vragen te mogen uitzoeken, laat staan de ontdekkingen na zijn tijd gedaan mee te nemen in zijn beschouwingen.

.

.

.

.

.

Toekomst

cartografie door BosmaGrafiek, 2014.

Toekomst is altijd onzeker. Op het moment zijn de twee hoogtes in verschillende handen. De Zwarte Berg is van het GNR. Recentelijk is de aanleg van het ecoduct over de Utrechtse Weg ingrijpend geweest. Die zullen netjes met al hun terreinen willen blijven omgaan. Dit geldt zeker, naast natuurwaarden ook voor de archeologische waarden.

Enkele jaren geleden leek de toekomst van de Hoorneboeg, in particuliere handen, onzeker. Potentie voor een luxe villapark was erg groot. Veel geld waard. Maar niet alles is geld. En op het moment geven exploitant en eigenaar blijk van besef een bijzondere berg te hebben en willen zij in overeenstemming met het gedachtegoed van Mejuffrouw Pijnappel het beheer blijven uitvoeren.
Ook een club als Levend Landgoed Hoorneboeg geeft blijk van een diep historische besef van de Hoorneboeg. Van hen is het overzichtskaartje van al wat we historisch al weten op de berg Hartelijk dank voor toestemming die te mogen gebruiken, we hadden geen betere kunnen maken.

Wetenschappelijk archeologisch onderzoek heeft voor zover bekend nooit plaatsgevonden op één der bergen. En als er geen dwingende noodzaak voor is, zal er gelukkig geen ingrijpend onderzoek hoeven plaatsvinden. Iets anders is het verdere niet schadende onderzoek. Archiefonderzoek, inventarisatie en wat klein werk. En laten we hopen dat de nieuwe omgevingswet helpt behouden wat het behouden waard is en beschermen wat beschermd moet worden.

En moge allen die houden van de Hoorneboeg en zich inzetten voor behoud van alle waarden, een plekje in hun hart bewaren voor haar kleine, wat minder mooie, eenvoudige zusje, de Zwarte Berg, waarmee zij ooit samen waren.

Fijn Dagen Toegewenst

.