KALENDER 2019

MAART 2020

foto Alexander van de Bunt

Bronzen Speerpunt gevonden op de Hollandse Rading

Vondst van het Jaar 2020

Deze eerste onderscheiding van AWN Naerdincklant is zeer terecht gegaan naar Niels Kampert, de gelukkige vinder. Een leuk stukje in de krant zal nog worden vervolgd door menig wetenschappelijk studie. Een zeer bijzonder vondst. Een toevalstreffer.

Zeer bijzondere vondsten zijn eigenlijk altijd toevalstreffers, als je ze zou verwachten waren ze allang een keer gevonden. In het Naerdincklant zijn enkele vergelijkbare vondsten gedaan, allen uniek voor onze archeologie.

Van een tongdolkje gevonden in een grafheuvel bij Laren weet je dat die vanwege die grafheuvel daar heeft gelegen. De sierbijl die vlak bij de Hollandse Rading, bij de Hoorneboegse berg is gevonden, lijkt zonder verdere context daar begraven. Deze lijkt nieuw en ongebruikt aan de berg te zijn toevertrouwd. Misschien was het ook nooit de bedoeling de bijl te gebruiken. Bewust begraven, denken we. Hoe zou het anders kunnen? Naar een reden moeten wij gissen. Misschien was hier een bronnetje ooit of heeft men bij ingebruikname of verovering van de omgeving de natuurkrachten goed willen stemmen. Deze objecten herinneren aan een bovenlokale materiële cultuur. We veronderstellen een zeer zelfvoorzienend gemeenschap waar toch luxe objecten en grondstoffen over grote afstanden werden uitgewisseld. Een Europees cultuur.

. Details Uitvergroot

Niels Kampert is een gelukkige vinder. En Naerdinklant is gelukkig met de vondst. We hebben ook geluk dat Niels er niets zelf aan heeft schoongemaakt. En dat hij het op zijn social media postte en dit op de rijksuniversiteit Groningen werd opgemerkt. Zij hebben kunnen onderzoeken en netjes schoonmaken. Er kan nu verdere studie plaatsvinden. Onze archeologie is er een stuk rijker op geworden. We hopen het voor het publiek tentoongesteld te krijgen. En nog veel meer erover te vertellen. Onderzoeken lopen..

In elk geval volgt hier wat we tot nu weten.

De steel was van hazelaar. In de schacht is een restant hiervan teruggevonden. Hierdoor kunnen wij organisch archeologie erop los laten. Dit is alweer bijzonder. Een C-14 maakt het mogelijk de tijdstip wanneer de steel gemaakt is te schatten. Met 95,4% zekerheid is gemeten dat die tussen 1188 en 946 voor het begin van onze jaartelling gesneden is. Dat komt overeen met 2-σ statistische zekerheid. C-14 levert alleen statistische zekerheid. 1 op 20 kans dat het of iets ouder of iets jonger zou zijn. Maar de kans hier eeuwen naast te zitten is uiterst klein.

.

Er wordt dankzij deze organische resten ook onderzoek gedaan naar stuifmeelpollen dat met de hazelaar mee is ingesloten. Nauwelijks waar te nemen deeltjes die overal in de omgeving van de producerende planten rondhangen en neerslaan. En zeer duurzaam blijken, na duizenden jaren worden teruggevonden. Wellicht genoeg om vanuit die schachtrestanten een beeld te vormen van het landschap waarin deze luxe speerpunt van steel werd voorzien.

Waar de speerpunt gemaakt is, is nog onbekend. Mogelijk is het lokaal gemaakt uit geïmporteerd brons. Hij kan ook kant en klaar uit de Alpen gekomen zijn, waar een centrum van productie geweest moet zijn. Maar we kunnen nu reeds vermoeden dat er geen Alpen pollen uit de schacht zal komen. We weten namelijk dat de speer ooit hersteld is.

C-14 resultaten door Dr. Sanne W.L. Palstra

Onze speerpunt heeft drie gaatjes. De gaatjes zullen gediend hebben om de steel te klemmen. We kunnen vermoeden dat twee tegenover elkaar in elk geval oorspronkelijk zijn. Van die derde is dat niet duidelijk, al is het heel goed mogelijk. Dit laatste gaatje laat echter een spoor zien van een krachtvolle klap erop. Het is een beetje ingedeukt. En daar gaat het om. Het is bewijs voor een restauratie. En als de speer gerestaureerd is, is hij waarschijnlijk ook gebruikt.

Een object van zulk hoge status dat ook gebruikt is, maakt de vondst nog bijzonderder. Er is ook jammer genoeg een stukje van de rand van de punt afgebroken. En Niels heeft verzekerd dat er op de vondstplaats helemaal niets metallisch meer te vinden was. Ons object heeft dus een gebruiksgeschiedenis.

Doordat zo voorzichtig met de vondst is omgegaan en deze zo goed geconserveerd is door Gert van Oortmerssen van de RUG, is het wellicht mogelijk meer van die geschiedenis te ontdekken. Hoe de kleine krasjes op zo’n speerpunt ontstaan.

.

Enkele krassen lijken echter zonder meer bewust aangebracht. Wat kunnen we erover zeggen? We weten niet of de maker, schenker, gebruiker of bijvoorbeeld een priesteres deze heeft aangebracht. Hoorden ze bij het object of bij de familie rond deze speer? Of heeft de eigenaar ze voor zijn plezier opgebracht? Wie ze ook heeft aangebracht, die had goede ogen en een stevig hand. ze zijn slechts enkel millimeters groot. En wat ze ook precies betekenen, ze geven een glimp in het geestesleven 3000 jaar geleden. Dat is altijd bijzonder. En een hoog status gebruiksobject met een eigen gebruiksgeschiedenis dat iets vertelt over zijn fysieke omgeving en iets over het geestesleven van de cultuur die het voortbracht maakt het zéér, zéér bijzonder.

analyse metalen door Portable X-Ray Fluor Rescence (XRF)

Tot slot blijft de vraag hoe het op de vondstplaats terecht is gekomen. Van grafvondsten kunnen we het vermoeden, al kunnen objecten latere bijzettingen zijn of desnoods voor ingebruikname zijn neergelegd. Van die sierbijl van de Hoorneboeg kunnen we niet voorstellen dat die niet bewust is neergelegd. Dus het was de bedoeling dat die daar lag, al weten we niet precies waarom.

Wellicht bergt de vondstplaats van de speerpunt nog meer informatie. Voor de detectorist is de rol uitgespeeld hier. Beter ter zijner tijd met de grootste omzichtigheid de precieze plaats onderzoeken. Dat het dus wellicht ook bewust daar is neergelegd. Indien de punt in de strijd hier is beland, de eigenaar niet in staat bleek hem op te halen, een tegenstander niet bewust van zijn waardevolle buit. Of was de eigenaar ver van huis daar gestorven zonder dat zijn bekenden hem of de speer konden terugvinden?

Die speerpunt vertegenwoordigde een veel te grote waarde om zomaar te laten liggen. Er moeten op zich veel meer luxe bronzen speerpunten zijn geweest. Ze zullen vrijwel allemaal zijn opgebruikt en kapot of versleten vanwege hun brons zijn hergebruikt. Wonder van metaal over steen, dat het steeds opnieuw gebruikt kan worden. En een of ander gelukkig toeval heeft dit object uit die kringloop gehaald en het overgeplant naar de 21ste eeuw. Het kan verkeren.

Speerpunt zoals die gevonden is door Niels Kampert

FEBRUARI 2020

Grenssteen tussen Prinsenstraat 2 en 4 te Bussum

Grenspaal tussen Hoog en Laag Bussum.

Tevens grenspaal tussen de gerechten Naarden en Huizen.

Later grenspaal tussen de gemeentes Bussum en Hilversum.

Deliminatie, afbakening van zaken. Men moet voorzichtig zijn zich niet op onbevoegd terrein te bevinden. Wat voor iedereen boven de grond zichtbaar is in de openbare ruimte, valt onder monumenten. Domein van monumentenzorg, lokale geschiedschrijvers en plaatselijk VVV. Archeologie is in onze streken dermate rijk dat het raadzaam is voor een stukje het niet te ver van huis te zoeken.

Maar als een monument voor iedereen zichtbaar toch onbekend blijft, niet opgemerkt door lokale historici of gemeentelijke overheid, met een oudheidkundig oog opgemerkt op een bijzondere plaats, is het misschien toegestaan deze “ontdekking” te delen en te duiden. Het moge hierna hierna als monument door de Bussumse gemeenschap in haar hart gesloten worden en in het zicht van de nieuwe gemeente Gooise Meren.

De gemeente Bussum heeft net geen twee eeuwen als zelfstandig gemeente bestaan, van 1817 tot 31 december 2015. Deze relatief jonge zelfstandige plaats had wellicht mede hierdoor relatief veel grenspalen, enkelen langs de heide rand, een mooie aan de Bussumergrintweg met Hilversum, net achter de brug op de Melkweg of één aan de oude Loodijk. Deze onderdelen van de openbare ruimte, het kleine meubilair is erg ondergewaardeerd. Geen enkele heeft een monumentale status tot nu verkregen. Wel een plantsoen, bankje en elektriciteitshuisje. Ongetwijfeld allen zeer terecht. Een object vertelt zijn eigen verhaal. Maar grenspaaltjes lijken geen enkel prioriteit te hebben. Hoewel door bewoners indien al opgemerkt vaak wel leuk gevonden worden, heeft het de overheden niet behaagd deze of andere haast anonieme plaaltjes te inventariseren, onderzoeken en hun verhaal onder het publiek te brengen. En wellicht als het verhaal daartoe aanleiding geeft, ook te beschermen.

Vaak staan ze nog ergens omdat ze tot nu toe nooit in de weg hadden gestaan. Anders waren ze allang opgeruimd. Een beetje klein zijn kan dus helpen. Maar vooral een beetje uit de weg, in een greppel of in de bosjes verstopt of op de grote heide.

Het is het leven dat niet alles van het verleden behouden kan worden. Verkeerstechnische eisen aan die zelfde openbare ruimte bepaalden vaak dat ze niet gehandhaafd konden worden. Een enkel Leeuwenpaal is verplaatst maar de meesten zijn verdwenen, naar een gemeentewerf, tuin of gewoon verdwenen. Het gevoelen over deliminaties is misschien ook negatief. “Laten we liever de grenzen slechten en tot elkaar komen.” Ook particulieren op wiens land zo’n paal stond, konden zo hun redenen hebben gehad deze weg te maken. Ooit bij een tuinderij aan die Melkweg geïnformeerd..

“Vroeger had die daar nog gestaan, maar die was tegenwoordig met de moderne systemen niet meer nodig. Hij stond ook altijd in de weg als het veld bewerkt moest worden en daarom weggehaald.” Ieder de een rationele bedrijfsvoering zou voeren, had hetzelfde gedaan, tenzij je een zwak hebt voor dat soort zaken.

Van de voormalige gemeente Bussum is het redelijk goed bekend hoe het aan het begin van zijn bestaan in 1817 uitzag. Er is bekend wat voor gebouwen er stonden. Twee eeuwen later blijken al deze gebouwen verdwenen. Het oude kerkje, schooltje en oude boerderijtjes teruggaand tot misschien 1500, alles is verdwenen! Een gevolg van twee eeuwen bloei en vooruitgang. De oudste monumenten dateren van 1830, de oude begraafplaatsen aan de Amersfoortseweg, hierop twee houten joodse grafmonumenten van rond 1850. En de meeste paaltjes stonden er ook niet in 1817.

Hier hebben wij echter toch iets bijzonders. Een grenspaal midden in de stad. Toevallig aan die Prinsenstraat overeind gebleven omdat die precies niet in de weg stond en de mensen er aardigheid in vonden. Hij heeft er vrij zeker al gestaan in 1817. Het is ook vrij zeker het oudst stukje door mensenhand gevormd openbaar meubilair in de bebouwde kom van Bussum.

Dit alles is genoeg reden even erbij stil te staan. Maar dit paaltje vervat een belangrijke geschiedenis van Bussum en deze locatie een verhaal van eminent belang van de Bussumse gemeenschap in vroegere tijden. Het historisch belang strekt zich zelfs uit naar de oorsprong van het oude dorp. Het geeft aanleiding een geleidelijk ontstane misvatting van enkele moderne auteurs hierover te ontwarren.

Het paaltje zelf oogt als een typische 17de-eeuwse blauw hardstenen paal, kan iets ouder zijn, achthoekig gekapt, voorzien van kraagje. De kroon is helaas grotendeels afgebroken. Aan de “achterzijde” is een rechthoekje diagonaal ingehakt. Hij loopt waarschijnlijk een einde onder de grond door, weggezakt. Hij helt ietwat voorover. Maar lang niet zover als sommige anderen. De paal bij de Kromme Rade aan de Vuntus hing, toen ik laatst keek meer dan 450 voorover, archeologie in wording. Bij de bestrating van de laan en het opmetselen van de tuinmuur is er rekening mee gehouden. Hij is met een beetje cement op straatniveau gezet zodat men er verder geen omkijken naar had.

Onze paal doet denken aan het eveneens overhangend paaltje aan de Meerkade lang het Naardermeer. Zo’n paal moet ook nog onder water liggen in het midden van het Naardermeer. De directeur van het Naardermeer kon dat bevestigen. Als dusdanig is het geen zeldzaam ding. Er zijn dus nog wel beteren. We zouden voorzichtig het cement eromheen wegbikken om te kijken of er onder de grond nog een teken of letter te vinden is. Maar dit is niet waarschijnlijk. Mogelijk waren die er wel op de hoeken van de straat, bij de Brinklaan naar Hilversum en de Doodweg naar Laren maar dat hoeft niet. Meestal wist men zo wel wat die paal betekende. Misschien dat er lager nog een uitgehakt stukje is onder die andere. Hij zou dus tevens ook als hek hebben kunnen gediend. Ook hierin is die verre van uniek. Enkele van die beroemde Leeuwenpalen hebben het ook.

Het unieke schuilt niet in het paaltje als object op zich. Het is dit paaltje op deze plek! En daarin ontrolt zich het verhaal dat nog verder terug in de tijd dan de eerste vermelding van het bestaan van een Bussummer gemeenschap. Daarmee wordt het ook weer “echte” archeologie en dat is prettig.

Het paaltje staat op een hoekje in een bocht van de Prinsenstraat. Vanwege dat hoekje staat die hier. Een hoekje op het grensverloop moest hier worden aangegeven. De Prinsenstraat was de oude grens met Huizen. Vanaf tenminste 31 december 1396 tot 1887. Vanaf hier kwam men op de Oude Eng, die dus direct hierachter begon. Toen overgegaan aan Bussum en hierna in 1902 de gehele Oostereng. Maar mogelijk liep die grens hier nog eerder. In die tijd was hier nog niets dat op een dorp leek. Rand van de wildernis. Bussum was gevestigd rond wat later Oud-Bussem ging heten. Tegenwoordig valt dat onder Huizen. Het blijkt dat die relatie ver teruggaat.

Bussum word het eerst genoemd in 1306. Een kostenverantwoording van de baljuw van Amstel- en Gooiland, Bernt van Dorenwerde uit dat jaar is als oudste overgebleven. In tegenstelling met met het dagelijks gebruik, betekent oudste niet eerste. Er zullen aantekeningen van dien aard al vanaf de tijd van de overdracht van het Naardinkland aan Floris V in 1280 wel gemaakt zijn, misschien zelfs al in de Eltense tijd. Tenminste zal de baljuw bij het administreren van de lokale bevolking enige korte aantekeningen hebben gemaakt. Kan haast niet anders als je tientallen, misschien honderden mensen moest kunnen aanspreken. Door de schout of door zijn klerk. Maar alles vóór die tijd is niet meer en veruit het meeste van erna ook niet. Omdat hij deze lijst voor de graaf opstelde en deze hem heeft overhandigd, kreeg het een kans aan ons overgeleverd te worden.

In de opsomming van gerechtelijke bezoekjes aan een onverdeeld baljuwschap van Astel- en Gooiland komen verschillende plaatsen voorbij. Steden als Amsterdam, Muiden of Naarden worden afgewisseld met kleinere plaatsjes. Ook Hilversum en Laren verkrijgen hierin hun eerste vermelding. En een plaatsje genoemd Wolfsbergen. Naar waarschijnlijk heeft deze in de buurt zich bevonden. De Lange Heul heeft hier met de Aardjesberg, hoewel rond 1200 reeds verlaten, mogelijk een oostelijk gedeelte van uitgemaakt. Als plaats hierna verdwenen. Nog wel een naam van twee landgoeden. Beetje analoog aan Oud-Bussem en Crailo. Maar of het een eigen klein gemeenschap was of gewoon een geografische aanduiding, zal vermoedelijk voor altijd onbekend blijven. Het terrein is als afzanding Crailoo weggegraven, laatstelijk door een Huizer cementfabriek zo’n 50 jaar geleden. Misschien hetzelfde zand als in het cement rond ons paaltje is gebruikt.

En dan staat er tussen een bezoek aan Amsterdam en één aan Weesp “bussen”. Er staat “Item des dinsdag vor onser vrouwendach navitatis was bernd te bussen mit X knapen daar henric rijkes ende soen claghede mit sire coerwonde verterde hi XV st”. Bussum, maar niet het huidige Bussum maar Oud Bussem in Huizen. Volgens dr. Blok is “bussen” derde naamval meervoud voor bos. De naam vertaalt zich dan als “Onder de Bossen” of “Bij de Bosjes”. Bedankt, Bernt!

Als het om het oudste overgeleverde betreft benaderen historici, zij die het van het geschreven woord moeten hebben, de archeologen, die mijmeren over wat een toevallige vondst impliceert. Bernts rekening is eigenlijk een opsomming van prozaïsch informatie. Van een enkele melding worden conclusies getrokken. Maar zoals de archeologie terdege weet, moet men oppassen teveel met de kennis achteraf een bepaald modern beeld proberen terug te projecteren. Doelgericht er een bepaalde mening of gevoelen in willen zien, die er niet per se in is, de teleologische dwaling.

In 1306 blijkt de koster van Laren in Hilversum gevochten te hebben. Opmerkelijk maar uit zichzelf niet veel zeggend. Maar omdat dit de oudste vermelding is, weten wij dat Laren al een koster had. En dus moet het ook een kerk en pastoor gehad hebben, na Naarden de oudste in het Gooiland (buiten Muderberg gerekend, dat in een ander stuk uit 1324 tot het Amstelland gerekend wordt).

Het is natuurlijk heel fijn dat we dat hierdoor “toevallig” weten. Maar er staat niet of Hilversum wel of niet een kerk had.

Waarschijnlijk hadden de meeste dorpen wel een zaaltje als kapel, misschien gebouwd aan een van de brinkjes waaraan men samenkwam om buurspraak te houden. Waar het echter om ging, was om een ingezegend altaar hierin te krijgen om de heilige mis te kunnen vieren. Het had allemaal veel voeten in de aarde maar wordt gezien als begin van emancipatie van een dorp. Overgeleverd is gelukkig dat Hilversum dit in 1416 voor elkaar kreeg. Een teken van achterstand, vertrouwen de historici ons toe. In 1424 werd zij ook gerechtelijk zelfstandig, met een eigen schepen college. Dus in 1306 nog niet.

Van Blaricum is dit allemaal niet overgeleverd. Volgens sommige impliceert een gerechtelijk stuk over veenland uit 1382 dit. Hoelang dan al, onbekend. Anderen twijfelen maar er is toch een gevoelen dat dit wel rond 1400 gebeurd kan zijn. Wie weet? Gerechtelijk heeft Blaricum zich nooit van Laren afgescheiden, al hadden zij uiteraard, zoals alle Gooise dorpen, eigen buurmeesters.

Huizen wordt in 1306 nergens genoemd. Had het dan geen betekenis nog verworven of hadden de Huizers zich net in dat jaar netjes gedragen? In elk geval weten we van de 17de-eeuwse Huizer geschiedschrijver Lambert Lustigh dat hij nog gelezen heeft dat de parochie in 1409 is gesticht. Vanaf Laren of Naarden afgescheiden er niet bijgeschreven. Gevoelen onder auteurs voor beide mogelijkheden. Het lijkt mij in elk geval niet zonder betekenis dat in de eerste schaarbrief van het Gooiland in 1404 de drie schaarmeesters uit Laren, Naarden en … Huizen kwamen. We mogen aldus in 1404 een eigen zelfstandige rechtskring gevoelen.

Naardenkarspel, Larenkarspel en dus Huizerkarspel?

Dit uitstapje brengt on terug bij het paaltje aan de Prinsenstraat.

De Prinsenstraat lag vanaf Huizer zelfbestuur, in 1409 of niet, op de grens van Naarden en Huizen. Dat kwam als volgt tot stand. Het oudste Naarden lag nog buiten het eigenlijke Gooiland in engere zin en was door de zee verzwolgen. De Naarder gemeenschap mocht zich verderop landinwaarts vestigen en deze vluchtelingen namen hun kerk mee, dat wil zeggen hun altaar waaromheen een zaal gebouwd werd. Het zou later Oud-Naarden heten. Deze werd vervolgens in 1351 geplunderd, verbrand en weer verzwolgen. De graaf wees hun nieuw land toe onder het gerecht van Muiderkarspel. In 1396 krijgt Naarden het oostelijk gedeelte van deze laatste erbij. We hebben van beiden grensbeschrijvingen. We weten dat de oude oostgrens van Muiderkarspel aldus liep. Vanaf de Loodijk over Kruisbergen naar “Lutticken Enghe”, voort tot aan de Drift en voort bij Donghen om de zee in.

De laatste twee namen zijn niet meer evident maar de eerste twee wel. En met de Luttige Eng, wat kleine eng betekent, wordt onze eng bedoeld..

Later blijkt, tot 1817 dit de grens van Huizen en Naarden te zijn. De grens moet gelopen hebben over het traject Kruisbergen over de Plaggenweg, Gooibergstraat, Prinsenstraat, Nieuwstraat en zo over de Huizerweg, vervolgens in een grote bocht naar zee. Naar wij mogen aannemen grensde dit land in het noorden aan het oude land van Oud-Naarden en direct hieronder Huizen. Want er zal geen strook niemandsland zijn overgehouden. En Bussum, dat wil zeggen Oud Bussem ofwel Hoog Bussum lag dus in Huizen. En deze Huizen\Bussum was zijn eigen gerecht. Document ontbreekt. Gevoelen rond 1409 (naar Lustigh). Schaarmeesterschap in 1404 lijken dit te bevestigen.

Bussum werd niet door Huizen eronder gehouden. Zoals de baljuw van Gooiland de schout van Larenkarspel in Hilversum liet ophalen, kon een Schaarmeester van Huizen in Bussum wonen. Is zelfs zeer waarschijnlijk regelmatig gebeurd.

Later, in een tijd na meerdere invallen door Geldersen rond 1500 heeft de gemeenschap Bussum besloten zich te hervestigen aan de weg van Hilversum naar Naarden. Op 500 roeden vanaf de Naarder omwalling maar vlak aan hun kleine eng. Misschien toen inmiddels hun beste eng. Rond 1520 is dit proces voltooid.

Kwam nu Huizen voort uit Naarderkarspel of Larenkarspel? Historisch gevoelen is het dus niet eens. Het is niet overgeleverd. Zou allebei kunnen. Vermoedelijk is Naardinkland in engere zin tot 1351 één enkel administratieve eenheid geweest. Met de verhuizing van de stad lag de nieuwe exclave op grotere afstand en werden de facto de dorpen meer zelfstandig. In elk geval blijkt Laren en omliggende dorpen in 1387 een eigen eenheid te gaan vormen.

Mogelijk gingen de Huizers in Naarden oorspronkelijk ter kerk. Bij de ondergang van Oud-Naarden zal men tijdelijk naar Laren zijn uitgeweken. Misschien beviel dit zo dat men dit is blijven doen. Maar of Huizen tegelijk met Laren zich emancipeerde, langer aan Naarden bleef of al eerder zijn eigen weg ging?

Het eerste deel van het misverstand is dat Bussum oorspronkelijk met Muiden (toch waarschijnlijk al in 1296 stadsrechten) en Muiderberg een éénheid vormde. Zoals enkele malen gesteld: Bussum was een zelfstandige dorp in onder Muiderberg.

1887 wordt de Hoog Huizereng bij Bussum gevoegd (Gemeente Hilversum doorgestreept)

Een contradictie op zich lijkt mij, maar goed. tot daaraantoe. In 1396 zou Bussum, zo gaat het verhaal verder, onder Naarden gekomen zijn. Hierna, mogelijk rond 1409 zou arme Bussum weer onder Huizen gekomen zijn. Een eeuw later zouden ze graag weer naar hun oude meester terugkeren, bang als ze zouden zijn onbeschermd door Huizen gelaten te zijn voor verdere oorlogshandelingen. De Bussummers hadden aldus een gevoelen altijd weer bij Naarden te willen horen en Naarden had hun toch maar mooi land afgestaan. En nu kon de omwalling van de machtige stad hun wél beschermen.

In elk verhaal zit een kern van waarheid. Maar deze historische analyse is erg kort door de bocht. Natuurlijk was iedereen geschrokken van het geweld, het waren verschrikkelijke tijden. Gold voor alle dorpen. En alle dorpen mochten te Naarden schuilen. Droegen ook allen bij aan die omwalling, zoals ze ook allen een eigen stukje dijk moesten onderhouden. In die zin was Naardinkland wel degelijk een geheel. En afstand tot de stad zal in de overweging tot verhuizen nauwelijks een rol hebben gespeeld, verschilde weinig.

Aldus vervallen de meeste “historische” verklaringen. En dat eerste stelling, van het vallen van Bussum, ach, hoe eenzaam ver weg, onder Muiderberg? Dat kan beslist niet waar zijn.

Bussum komt in het door de provincie Noord Holland uitgebrachte standaardwerk Rapport der Provinciale Commissie ter Bestudering van de Gemeentelijke Indeling van Noordholland (1949-1951) er nogal bekaaid vanaf. Het heeft op latere rapporten en geschiedschrijving invloed gehad. Hierin wordt gesteld dat Huizen wel uit Naarden uitgetreden moet zijn. Bussum is van Muiderberg via Naarden naar Huizen heen en weer geslingerd en heeft na rijp beraad eieren voor het geld gekozen. De commissie adviseerde dus ook voor samengaan van Bussum met Naarden. Is het toch nog goed gekomen.

Maar wat zij stelt kan niet waar zijn en ik weet een paaltje om te bewijzen, gelukkig.

Voor ik dat doe, het tweede misverstand. De commissie laat het in het midden hoe en wat van die twee dorpsgemeenschappen, met dezelfde naam, in verschillende gerechten, met één gemeenschappelijk bestemming. De jongste bloeit op, de andere verloopt. Hoe kan een historicus beweren dat er twee gelijknamige maar verschillende gemeenschappen, in verschillende gerechten op een paar kilometer van elkaar zouden zitten, waarvan de leden naar gelieve konden kiezen waar te wonen. Zelfs deze nederige amateur archeoloog ziet in dat er één gemeenschap Bussum was, die besloot samen in bepaalde tijd te verhuizen.

Henk Michielse begrijpt dit. Het komt voorbij in zijn stuk in ArNa 1018-1. Met zijn literatuur in de hand komt hij aldus dan ook tot de conclusie: “Het gaat daarbij om Hoog- of Oud-Bussum, dat bij Bikbergen lag en tot de ban van Muiderberg behoorde.” Een reconstructie van de grenzen zal het onmogelijke hiervan echter aantonen.

De kaart van de middeleeuwse grenzen is logische wijs een benadering. Deliminaties. De archeologie van een grens, de grens van de archeologie. Het kan hier of daar een stukje te ver of te kort doorlopen. Wat vast staat, zijn overgeleverde grensbeschrijvingen van Naarden 1355 en 1396, die geïnterpreteerd moeten worden en de banscheiding van Laren en Hilversum, die vrij duidelijk is.

Of de grenzen van Oud Naarden zoals op de kaart liepen of iets noordelijker, is niet duidelijk. wel dat die recht liep. Het huidige blokjes-karakter van de moderne grens herinnert hieraan. In de laatste kwart van de 12de eeuw is Naarden hier opnieuw gesticht waarbij men in dit ongebruikte stukje van de streek voor eigen voorziening ter schikking kreeg. De oost-west lopende blokken verwijzen in elk geval naar zoiets. Naarden zal ooit wel hebben deel uitgemaakt van het Naardinkland van de Hamalandse graaf Wichman maar zal zijn noordelijke veenstrook via zijn kleindochter Azela, zoals ook met het grootste stuk van Soest gebeurt is, aan de bisschop in Utrecht zijn gekomen, om weer later aan het kapittel van St. Jan aldaar geschonken te worden.

Ik ga er vanuit dat middeleeuwse grenzen een normaal verloop zullen gehad hebben. Grote lijnen of wijdse bochten. Die kunnen in allerlei hoeken op andere lijnen stuiten, dat is onvermijdelijk. Maar alle zaagtanden en verspringende blokjes zijn niet oorspronkelijk (althans in deze reconstructie). Zij zijn het gevolg van latere geschiedenis. Geruild, verkocht of gecompenseerd. Stukken van de oorspronkelijke lijn veronderstel ik, als grenslijntjes in elkaars verlengde te liggen. Aldus lijkt Huizen aan de zuid zijde een grote lijn te maken die precies over de Tafelberg gaat. Ik heb deze dus hieroverheen getrokken, zonder verdere historische bron. Maar kan best zo echt gelopen hebben. De hoogtekaart toont ook het hoge land van Oud Naarden en Huizen tegenover het lage land van Muiderkarspel.

pijltje toon tweede kaart

De overlay toont de twee oorspronkelijke Huizer engen. De linker is onze eng, de Lutticken Enghe. Oud Bussum ligt meer westwaarts, omringd door zijn nabije englanden. Beetje nattevingerwerk, maar realistisch. Stel dat die lijn van Kruisbergen recht af op de kleine eng, niet noordelijk maar een ruimere bocht zuidelijk zou maken (traject A). Dat kan. Het zou voor de Bussummers niet uitmaken dat hun kleine eng eerst in Muiderkarspel en dan in Naarderkarspel zou liggen. Het is dan wel een wonder waarom later, in elk geval tot aan de weg van Naarden naar Hilversum, het klaarblijkelijk onder Huizen valt. Met de afscheiding van Naarden meegegeven als beloning? Voor wat? Als dit was om de Bussummer gemeenschap tegemoet te komen of te belonen, is het opmerkelijk dat ze daar 100 jaar later helemaal geen weet meer van hebben. Waarschijnlijk omdat het altijd bij Huizen al hoorde, zoals alles Bussum tot dan toe had gehoord.

Willen we zelfs heel (Oud) Bussum onder “Muiderberg” brengen, wat in theorie zou moeten, krijgen we een zeer merkwaardige kaartbeeld (traject B). Los van de scheiding tussen hoog en laag land, hoe ga je dit met de beschrijving redden. Vanaf de Drift tot bij Dongen en naar zee. Eerder een rondweg dan een drift. En dan geld hetzelfde argument als hierboven. Het uiterst oosten van Muiderkarspel lijkt als stukje oude grens met Oud Naarden en het uiterst noordwesten van Huizen nog altijd intact. Als we de lijn hiervandaan zuidwaarts doortrekken, doorsnijden we het voormalige dorp. Kan helemaal niet. Of was het een straf voor de Bussummer gemeenschap? Kan bij het normale begrip van recht in de late middeleeuwen er niet mee door. En dat de oorspronkelijke opdeling van Amstel- en Gooiland dwars door het dorp en akkers getrokken zou zijn, lijkt mij beslist onmogelijk. En linksom of rechtsom is het hier, in tegenstelling met het spreekwoord, ook niet mogelijk. Dus ons grenspaaltje toont ons de weg. Hopelijk is dat helder geworden.

In de zelfde tijd besloot Laren ook te verhuizen, hetgeen werd bekroond met een nieuw kerk in 1519. Zelfde tijd, ander, theoretisch belangrijker dorp. Motivatie wellicht in beide gevallen hetzelfde. Als het geromantiseerd beeld niet kan kloppen, dan zullen er meer prozaïsche, praktische redenen bestaan. Laren ging van hoog naar laag maar binnen eigen gebied en hield gewoon haar oorspronkelijke naam. Bussum ging van hoog naar laag maar overschreed de afbakening. De oude geografische locatie hield binnen Huizen zijn oude naam. De nieuwe Bussummer gemeenschap moest dus wel zijn naam aanpassen. Het werd dus Laag Bussum ter onderscheid van het verlaten Hoog Bussum.

Het minder diep hoeven ophalen van water uit de put zal als wel zeer prettig op deze nieuwe locatie zijn ervaren. Maar voor Laren en Bussum zullen mogelijkheden tot nieuwe ontginningen sterk in hun overwegingen hebben meegewogen.

In Bussums geval zal de toestemming van Naarden, misschien zelfs op uitnodiging van hun, van belang zijn geweest. Het belang meer voedsel te kunnen opbrengen was algemeen. Specifiek zou de weg tussen de stad en Hilversum hiervoor een goed beschikbare locatie voor lijken. Naarden kreeg zijn eigen zuidas. De Bussummers verbouwden reeds op de Hoog Bussummereng ten zuiden van deze nieuwe locatie en waarschijnlijk ook al op de Naardereng ten noordwesten ervan. En de jonge Westereng bood kans hier nieuwe gronden te ontginnen. Misschien hielp mee dat de maatlanden, voor gras en hooi, hier ook dichterbij lagen.

Als de nieuwelingen maar op 500 Gooise roeden van de stad bleven, was de verhuizing in ieders voordeel.

Maar wat onmiskenbaar is dat het Huizer gebied als een dolk ver naar het westen het Gooiland insteekt. In 1817 liep haar land nog naar de weg met Hilversum. Geval misschien van zo’n afgeruilde zaagtand.

Of de eng aan bij weg altijd had opgehouden? Later zeker, maar die weg naar Hilversum zal pas na 1351 enig betekenis, omvang of status hebben verworven. De kleine ontginningen ten zuiden van de Gooibergweg zijn wellicht pas een latere tijd bij het oude bouwland betrokken.

De Laatste Dagen van de Oude Eng

En oud was die zeker. Er is voor dat de wijk hier is neergezet geboord. Een enkdek van 100 cm dik, hetgeen met de vuistregel van 10 cm per eeuw op duizend jaren bewerking duidt. Een tijd zover terug dat er andere gemeenschappen in het Gooiland moeten zijn geweest en andere sociale verhoudingen. Andere klimaat, hydrologie en andere gewoontes. Misschien hebben mensen vanuit die Wolfsbergen of de Lange Heul hierop gewerkt of zijn hiernaartoe vertrokken. Misschien zijn die ook ooit naar Bussum vertrokken, Hoog Bussum dan wel te verstaan.

In elk geval was het in gebruik door de gemeenschap Bussum in de late middeleeuwen. Het was Het was hun tweede, kleine eng. Dicht bij huis, rond het huidige Oud Bussem moeten hun eerste akkers hebben gelegen. Dorp en land in onbruik geraakt rond 1500. Maar de verder weg gelegen akkers van het oude dorp bleven in gebruik tot ver in de vorige eeuw. Het was een Hoog Bussummereng omdat het dat lang voor de verhuizing naar Naarden al was. Sinds mensenheugenis. En Bussum hoorde onder Huizen, al sinds Huizen een eigen zelfstandigheid verwierf.

Een zeer oude eng. En de weg er achterlangs, loopt er, bij benadering even lang. Dus de weg is misschien het oudst door mensenhand gemaakt object als onderdeel van die openbare meubilair. Een karrenspoor wordt eens zandweg om later geasfalteerd zijn ultieme evolutie te vervolmaken.

Prinsenstraat v/a de Brinklaan door dhr. Klinkhamer in 1855 (paaltje achter de dames in de bosjes)

Van de dorpsleraar, meester Dirk Ledder uit de 18de eeuw wordt beweerd dat hij met zijn voorhuis in Bussum woonde, terwijl zijn achterhuis in Huizen stond. Waarschijnlijk heeft deze aan de Nieuwstraat gestaan. Maar enkel vroege topografische kaarten tonen de blokjes van boerderijen als instulpingen op vreemd grond. Het zijn een beetje die zaagtanden en blokjes in miniatuur. Het is duidelijk dat om mee te doen met de dorpsverplichtingen, die voor lidmaatschap van de gemene buren vereist was, je in het dorp gevestigd moest zijn. Of dit formeel geregeld is of dat de Bussummers aan landjepik deden, de kaartenmakers hebben deze de facto situatie in elk geval zo opgetekend.

En die bochtjes? Een karrenspoor of weg wil rechtdoor, zoals een grens dat liefst ook wel wil. Wellicht dat het aan de noordzijde van de Prinsenstraat wat drassig was. Of zelfs een waterput. Het loopt hier van Hoog Bussum naar Laag Bussum af (misschien overbodig te vermelden). Lokale omstandigheden kunnen rechte wegen doen wijken. En dus zelfs grenzen. Hoewel die noch pas veel later hier aan de order kwamen.

Zelfde aanzicht anno 2018

Het valt niet uit te sluiten dat wat mensen zich al op het gebied van het latere Laag Bussum gevestigd hebben, in de tijd dat het als rand van de lagere gronden gerechtelijk of administratief onder Muiderberg viel. Maar geen enkel gemeenschap, die zich Bussum noemde, Hoog Laag, Oud, Nieuw of Klein heeft onder Muiderberg geressorteerd. Huizen is haar oorsprong en Naarden werd haar lot. Of Huizen\Bussum onder Larenkarspel ooit is gevallen of enkel onder Naardenkarspel is niet duidelijk.

Deliminaties. Je hoeft er niet zelf in te geloven, maar men houde er rekening mee,

JANUARI 2020

PAD VANUIT HET ZUIDEN NAAR DE TOP VAN NAERDINKLANT

Twee Kampjes op de Tafelbergerheide

De Tafelbergheide is een archeologische toplocatie. Het is ook de hoogste punt van het Naerdincklant. Hoewel de elders zo kenmerkende grafheuvels hier lijken te ontbreken, is voor de oudheidkundige toerist heel wat te ontdekken.

Naast gebruikelijke karrensporen en kuilen voor grind, leem of zand vindt men ingewikkelde walstructuren, enkele resten van bijenschansen en merkwaardige greppels. En de eigenlijke Tafelberg, trots uitstekend boven zijn omgeving. Tegenwoordig omgebouwd tot waterreservoir, heeft deze ooit opgeworpen heuvel generaties tot uitkijkpunt gediend. Hoeveel generaties is niet duidelijk maar als de oudste vondsten hiervan de sleutel bewaren, kan die mogelijk zelfs uit de jongste steentijd dateren. In de nabijheid zijn zelfs al oudere vondsten gedaan.

ARCHEOLOGISCHE KAART OMGEVING TAFELBERGHEIDE JANUARI 2020

Hier in de buurt is overal een losse vondst mogelijk, zoals de archeologische kaart van de omgeving laat zien. Hier een concentratie Bronstijdscherven, daar een concentratie IJzertijdscherven. Zelfs stenen bijlfragmenten zomaar langs het pad. Niet dat je elk bezoek aan de hei met enkele historische scherven in je zak zult eindigen maar als gevolg van regelmatig en systematisch zoeken, hier een brokje, daar twee. Het telt op. Op een terrein waar gebouwd ging worden, veldjes die kaal kwamen om wat voor reden en dus zomaar open en bloot langs het pad. Voor die bijlfragmenten zijn wel heel wat paden geschouwd maar dan heb je ook wat! De kaart is zeker nog incompleet daar bijvoorbeeld vondsten bijvoorbeeld gedaan bij aanleg van de greppel langs de Bossevainweg (onbekend waar in de greppel) of vondsten wel of niet misschien bij de Tafelberg zelf gedaan, nog wel bekend zijn maar nog niet hierop meegenomen.

VANAF DE TAFELBERGE KAMP HET UITZICHT NAAR HET WESTEN

Zomaar langs het pad kunt óók u iets van (pre-)historisch belang tegenkomen. Het is hier verboden om ongecontroleerd, met of zonder detector te graven. Het is ook een vorm van culturele vandalisme! Maar oogvondsten mogen wel degelijk geraapt worden. Het is dan van belang dat u onthoudt waar iets precies gevonden is (met eventuele coördinaten). Indien u foto’s en eventuele informatie onze Vondstcoördinator kunt doen toekomen (ook voor andere Naerdincklantse vondsten), zult u feedback hierover krijgen. Hiermee kunt u meebouwen aan het oudheidkundige verhaal van deze heide. Vorig jaar hebben we pas de eerste vroeg-middeleeuwsche scherf geboekt. Lang verwacht, eindelijk gekregen.

DE TAFELBERGER KAMP

De Tafelberg, of wat er nog van over is, is misschien historisch het meeste interessante object op de heide. Nu zijn ten oosten hiervan mooie villa’s. Ooit waren hier de uitgestrekte engen van Blaricum en Laren. Ten westen was en is het een ruige heide. Ten Noordwesten van deze opwerping is het gemeente Huizen, ten zuidwesten is het gemeente Blaricum, dat merkwaardig genoeg historisch weer noordoostelijk van de berg ligt. Tegenwoordig wordt de heide zichtbaar doorsneden door de Oude-Naarderweg, die verhard is en met opgaande loof de boel in twee visuele delen doet uiteenvallen. De heide ten zuiden hiervan heet derhalve Blaricummerheide. Dat u het weet.

Statig kronkelt een (uiteraard droge) gracht om de heuveltop. Aan de oostzijde lijkt er zelfs een mogelijk poort zich af te tekenen. De weg hier doorheen loopt naar de Tafelberg en het is dus mogelijk dat er een relatie mee is. Het is aan oudheidkundig onderzoek toekomstig iets over dit archeologische object te zeggen. En er is op de hoogtekaart nog meer structuur te ontdekken.

ZUIDOOST HOEK TAFELBERGER KAMP

DE BLARICUMMER KAMP

Maar er is nog meer. Iets verderop, aan de overkant van de Oude Naarderweg bevindt zich het relict van nog een kamp. Een groot deel ervan is helaas weggegraven. Opgegaan in de ondergrond van de A1.

DE “WAL” VAN DE BLARICUMMER KAMP, ACHTERGRONG IS DE AFGRAVING


Als je je veldarcheologische bril niet op heb, loop je het voorbij. Niets meer dan een kleine glooiing van het pad en pijpestrootjes die net in de lagere stukken van de kamp bovenuit komen, doen kennen dat hier iets is. Heel subtiel, anders dan de Huizer kamp.

DE PIJPESTROOTJES GEVEN DE GRACHT AAN VAN DE BLARICUMMER KAMP


Maar op de hoogtekaart ontwaren we gemakkelijk een omsluitende aardwerk, dat oorspronkelijk ongeveer zo groot was als zijn tegenhanger. Van wat er nog van over is, kunnen we een hartvormige grondvorm vermoeden.

HOOGTEKAART BLARICUMMER KAMP


Of beide kampen iets met elkaar te maken hebben? Het is mogelijk maar met de huidige kennis is dat nog zeer speculatief. We weten niet eens wat voor kampjes, zelfs of het kampjes zijn. Dat wil zeggen dat hun functie hier hoog op de hei nog totaal onduidelijk is. Er ontbreekt nog de kennis van hun tijd en culturele context. Zij lijken op niets in de omgeving, nog het meest op elkaar, mede door hun omvang. Er is hierop echter één belangrijke uitzondering..

DE BUSSUMER KAMP

HOOGTEKAART BUSSUMMER KAMP


Nabij Bussum, bij de uitloop van de Laarderweg naar de hei bevindt zich een object met ongeveer hetzelfde hartvormige grondpatroon. Nog een overeenkomst is dat beiden een pad over het puntje van het hart hebben lopen, dat in beide gevallen links van de keper er weer uit gaat.
Dat kan bijna geen toeval zijn. En dit archeologisch object is beschreven en geboekt. Wimmers & van Zweden hebben het opgemerkt bij hun inventarisatie van de aan het GNR behorende gebieden van de Bussumer- en Westerheide, “Archeologische en historisch-geografisch elementen in een natuurgebied” (sc-dlo rapport 142, 1992). Op p84 noteren zij onder “Overige walsystemen” “..een niervormige omwalling met uitgang naar het noorden (fig. 20 nr.7). Het betreft de schans voor de Laarderweg, deel uitmakend van de eerste verdedigingslinie van het “Offensief voor Naarden” tegen aanvallen uit de richting Hilversum.. Als datering begin jaren 1880.” Als refentie halen zij een stuk over het Offensief van M.J.M. Heyne uit TVE 1983 nummer 2, over Bussum.
Deze merkt betreffende het “kampje”op: “Met de vijf forten rond Bussum was de beveiliging van de vesting Naarden echter nog niet voltooid. Op de heide tegen de Engdijk, tussen de zanderij bij de watertoren en de Amersfoortsestraatweg werd een aarden verdedigingsgordel opgeworpen. Deze bestond uit een schans vóór de uitmonding van de Laarderweg en een op de plaats van de huidige Palmkazerne met daartussen een borstwering met een droge gracht. Het geheel is in secties uitgevoerd. Dit was de eerste verdedigingslinie tegen aanvallers die van de kant van Hilversum over de heide zouden naderen. De linie lag recht voor het Offensief.”
Als dan zo’n gelijkvormig object terug te vinden is (hart- of niervormig, ik wil er niet te precair over zijn), op een terrein waarvan het bekend is dat in die dagen regelmatig door militairen geoefend is, zal dit wel bij wijze van oefening net zo gegraven zijn. De kampen zouden aldus cultuurhistorische curiosa in het landschap zijn, wel de moeite waard op te merken maar slechts een archeologische voetnoot.
(Kenners van het Offensief voor Naarden of de hoogtekaart van Bussum zullen misschien bij de werken aan de Karnemelkse Sloot een ander hartvormig patroon kennen (tenminste twee bolletjes van de bovenkant). Dit maakt echter deel uit van een aangelegd plantsoen bij het zwembad en schaatsbaan op het Lagieskamp. Zij is voortgekomen uit een werkverschaffingsproject in de jaren 1930 en heeft derhalve niets met het Offensief of andere harten te maken)

GRACHT EN WAL AAN DE NOORZIJDE VAN DE TAFELBERGER KAMP


Maar op paar observaties doen enkele vragen opwerpen.
Beide “hartkampjes” en die boven op de Huizer hei hebben de greppel aan de binnenzijde van de omwalling. Hoewel de kamp op de Tafelbergheide nog wel enig bewalling aan de binnenzijde van de buitengreppel heeft en dus misschien eigenlijk een dubbele wal heeft, is een binnengreppel/buitenwal niet zonder betekenis.
Het is een vuistregel dat waar er één greppel en één wal is, altijd de greppel aan de kant is waar iets moet worden tegengehouden. Het volgt uit de strategische logica. Wanneer een aanslag op wal/greppel-greppel/wal plaats heeft, wil je toch als verdediger hoger dan de aanvaller staan. Wanneer je wolven buiten wil houden, maakt het model met greppel buiten meer indruk op het beest, zeker als het één en al van stekelige begroeiing werd voorzien.
Een enkel geval is het gevaar van buiten niet aanwezig of in elk geval minder groot. Als het je doel is om schaapjes of bijvoorbeeld dienstplichtige soldaten binnen te houden, is het logisch de greppel binnen te hebben, ten einde een ontsnapping vermoeilijken. Ook kunnen kampjes uit zuiver economische redenen zijn ontstaan, waar het niet zoveel uitmaakte, zoals bij verveningen. Traditie en toeval zullen hierbij hun rol spelen. In elk geval behoren deze kampjes allen tot de subcategorie met de greppel binnen en omwalling buiten.
Het zou natuurlijk kunnen, dat er uit een militair archief een stuk boven komt die het verhaal definitief voor ons onthult, maar als de Bussummer kamp uit militair oogpunt in de 1880’s zo is neergezet, oogt die verkeerd om.

Maar er is nog meer. Wanneer we even op de hoogtekaart uitfocussen, kunnen we het geheel van de voorste linie van het Offensief in ogenschouw nemen. Opvallend zijn de verschillende grondpatronen van de twee werken. Het oostelijke werk had tot taak hoofdwerk aan de Voormeulenweg te helpen verdedigen. Ik ben niet goed thuis in de militaire nomenclatuur. Maar dat we hier een rationeel ontworpen verdedigingswal zien is wel duidelijk. Binnen het kampje zien we óók het restant van een overeenkomstig structuur. Deze is, in tegenstelling tot het andere werk, net zoals de tussenliggende borstwering en droge gracht, groten deels vergaan maar op de hoogtekaart eenvoudig waar te nemen.

OVERZICHT SITUATIE BIJ DE BUSSUMMER KAMP

In de kamp maakt het werkje een knik, die wel lijkt te passen in het hart. Maar ook de tegenwoordig weggegraven vervolg borstwering/gracht richting de watertoren maakt een knik. Ook de engdijk maakte hier ooit een knik, het is hier een hoek. Saillant is wel hoe de oostelijke borstwering met een klein beleefd knikje de omwalling eer bewijst. De recht gegraven droge gracht maakt tevens gebruik van de greppel van het onderste gedeelte van het hart, hoewel de grote gracht hierdoor een extra knik krijgt en moet uitzwenken en de gracht zich daar ook flink versmalt. Waarom hebben zij de gracht niet gewoon in een rechte lijn met één eenvoudige knik doorgetrokken, buitenom of dwars door de omwalling?
De Bussummer kamp staat op het kruispunt van oude wegen. Naast de route van Naarden en Bussum op St. Jan, de Doodweg loopt er een oude weg oost-west, vanaf ‘s Graveland op Laren, zoals oudere topografische kaarten nog tonen. Met de komst van de trein werd deze route doorsneden en tegen de 1880’s moest je ter hoogte van de watertoren linksaf en langs de rand van de eng een stukje om. Blijkbaar werd toen reeds deze route niet belangrijk genoeg geacht een eigen spoorwegovergang te houden. Deze oude weg, zowel rechtdoor als later even om, doorkruist de kamp evenals de Doodweg. De kamp kon dus deze wegen controleren. Vooral deze oost-west lopende weg heeft sporen nagelaten. Maar waarom? Deze route had in de 1880’s aan belang verloren en men had net zo goed eromheen, boven- of onderlangs het verdedigingswerk gekund.
Een militair kaart van rond 1850 toont de oude weg nog ononderbroken, behalve precies op het stukje waar vandaag de kamp zich bevindt. Hoewel de kamp zelf hierop niet is ingetekend, is het wel erg toevallig. En de kamp staat precies voor de oude engdijk. Dit betekend dat tenminste deze plaats een veel ouder verhaal heeft dan dat van het Offensief.
Als we alle informatie en veldarcheologische beschouwing in overweging nemen, lijkt het erop dat de omwalling wel is geïncorporeerd in het Offensief, maar toch in aanleg ouder is. Hij is dan gewoon gebruikt omdat die er al lag. Een ander argument, die gevaarlijk is, vooral als je weinig ter vergelijking hebt, is dat hij ook niet uit de 1880’s lijkt. Als dit het enig bewijs is, begeef je jezelf op glad ijs. Maar aanvullend dient opgemerkt te worden, dat zo’n hartvorm niet past in zo’n rationeel militair-strategisch project. De punt van het hart is opmerkelijk genoeg maar nog daar en toe. Maar om bovenaan het hart nog een keper te bouwen, is meer werk dan nodig zonder extra functionaliteit. Dat lijkt ongehoord. Andere werken tonen dit niet, al moeten we oppassen appels met peren te vergelijken. Waarom je überhaupt een hartvorm kiest, voor een kamp, een tuin of een bed, ik weet het niet maar in de 1880’s dacht men toch eerder aan simpele polygonen.

GEZICHT OP DE WESTPOORT VAN DE TAFELBERGER KAMP

Maar dan is het ook voor de Blaricummer en Tafelberger kampen onduidelijk wat ze precies zijn. Als de één niet als oefening van de ander was gegraven, blijft de vraag “Wat dan?”.Het pad door de Blaricummer kamp is eigenlijk niet zo van belang. Het is het pad om de grote afgraving heen en dus vrij recent. Deze kamp ligt ook juist wat buiten de oude doorgaande wegen. Deze ligt hier dus weinig te controleren, althans in recent historische tijden.

MOGELIJKE RELICTEN VAN OUDE LANDBOUW BIJ DE BLARICUMMER KAMP


De Blaricummer kamp is ook minder goed zichtbaar op het land dan de anderen. De wallen zijn veel meer weggesleten. Kan door leeftijd komen maar ook door andere oorzaken. Als er bijvoorbeeld landbouw op gepleegd werd. De heide hier ten zuiden is wel eens aangeduid met de naam het Loo. Zoals Crailo verderop, duidt dit in de middeleeuwen op een open plek in het bos.
Met betere hoogtekaarten kunnen kleinere details van een landschap beter in beeld komen. Net ten zuiden van deze kamp treffen we aldus nu enkele kleine walrelicten en een aantal voornamelijk noord-zuid lopende parallelle lijnen aan, groefjes. Deze lijken te herinneren aan enig oude landbouw. Tot begin 1900 is op schrale grond nog boekweit verbouwd. Van hier op de ruige heide van het Loo was dat echter (nog) niet bekend. Maar het zou kunnen, zeker in tijden van hongersnood en hoge voedselprijzen, wilden de boeren een stukje over de rand van hun eng doorgaan met verbouwen, al was het maar voor korte tijd. Voor boekweit heb je echter wel bijenschansen nodig en misschien zijn die er ook wel. Als we echter teruggaan naar de tijd dat het hier weer omgeven was met bossen, zitten we waarschijnlijk al in de middeleeuwen. In beide gevallen kunnen we hier toch spreken van een waarschijnlijk zeer zeldzaam en monumentwaardig geheel.
Enkele van deze lijntjes strekken over de omwalling. Dus de wal is ouder! En mogelijk is door landbouw de omwalling tot zijn bescheiden prononce teruggebracht. Veel zeggend is de bescheiden karrensporenbundel, die een weg oostelijk lopend naar de Tafelberg verbond met het kruispunt van de Oude Naarderweg met de Crailoseweg. Toen deze karrenspoor over de lege heide getrokken werd en daarbij waarschijnlijk niet zomaar dwars door iemands akker liep, heeft deze schuin de omwalling zonder wijken genomen. Was de wal slechts iets hoger, zou het spoor er rekening mee hebben moeten gehouden en hier een zwenking maken of was er een ander lijn buiten de kamp om of recht over de wal heen voor dit afsteekje getrokken. Toch is dit afsteekje lang of intensief genoeg gebruikt om zijn groeven in de ondergrond achter te laten.
Mogelijk gaat deze kamp dus reeds enig tijd terug.

TAFELBERGER KAMP IN HOGE RESOLUTIE

En de grote Huizer kamp op het hoogste punt van ‘t Gooi? Deze is wel op een kruispunt van wegen. Een recht omhoog vanuit het zuiden en de ander vanaf de Tafelberg. Maar waren deze daadwerkelijk in gebruik als doorgaande routes? Je kunt op je beslommeringen van A onderweg naar B gemakkelijker omheen, zou je denken. Toch lijkt het erop dat tenminste ooit een tijd lang dit wel het geval is geweest. Waarom is op het moment geheel duister. Wel lijken die wegen echt bij de kamp te horen. Aan de zijde van de Tafelberg lijkt er een poort te zijn. En mogelijk nog drie anderen. De kamp heeft ook interne structuur behouden. Er lijkt aan de Tafelberg zijde vlak tegen de rug van de heuvel nog een gracht te lopen. Nadere beschouwing brengt nog meer aan het licht met even zovele vragen. Maar als introductie zal dit het voor het moment moeten zijn.
Alstublieft beste Naerdincklanders, hier is uw hoogtepunt.

 


 

 


xxxx