juli 2022

vijvertje achter de Hoge Vuursche

Er zijn hier in het bos meerdere vijvers. Sommigen van groot formaat, sommigen kleiner. Er zijn er die klassiek ‘recht’ zijn, anderen die op zijn Engels landschappelijk ‘natuurlijk’ een beetje slingeren. Soms zijn de vijvers verbonden geweest door middel van greppeltjes, die soms gemakkelijk, soms slechts archeologisch zijn terug te vinden. De meeste van die greppels staan tegenwoordig droog, meestal.

Sinds de middeleeuwen zijn er verschillende ingrepen geweest in de waterhuishouding van het gebied. Later is dit ook wel grootschalig gebeurd om voor rijke stedelingen een plezierige buiten te zijn. Oorspronkelijk had men slechts economische overwegingen tenzij het ging om bijvoorbeeld grachten om hun versterkt huis, Drakenburg of Drakenstein.

vijver op de AHN-hoogtekaart

Aanleg en vooral ook onderhoud van waterwerk vereist altijd enige moeite. Vooral in een tijd dat er nog geen motoren bestonden en nauwelijks machines bestonden, vertegenwoordigde alles noodzakelijke verplichtingen, die allemaal een nut hadden. Verviel die nut of verplichting, verviel hun werking en kon alles verlanden. Daarom zijn zoveel oude greppels verdwenen, vaak nog slechts vaag op een AHN hoogtekaart te traceren.

Het vijvertje waar we het hier over hebben is vrij achteraf gelegen. Dat geldt voor nu maar zeker ook in het verleden. Het heeft echter wel een verhaal te vertellen. Er is een beschouwing te maken van het object zelf zowel als het object in zijn omgeving. Hoewel het niet mogelijk is alles in de tijd met enig precisie te duiden, is het toch mogelijk enigszins het één en ander nader te duiden. Hierbij kunnen we kijken naar het voorkomen van vijvertje zelf maar geeft de directe omgeving ook aanleiding enkele vermoedens in te kleuren.

omgeving vijver op de AHN-hoogtekaart

Er gaan natuurlijk talloze verhalen schuil achter alle vijvers, greppels, ieder bocht in de weg. Slechts zelden kan een archiefstuk of boek uitsluitsel geven. Zij blijven als relicten uit vroegere tijd anoniem achter in het landschap. Objecten moeten dan maar zelf te lezen zijn, veldarcheologisch. Indien ze niet gelezen worden, blijven het hooguit leuke dingen waarover men hooguit kan fantaseren. Maar er is zoveel aan cultuurhistorie en slechts zoveel fantasie.

Onbekend maakt onbemind. Niet zozeer dat men dan het onbekende haat, eerder dat men het gewoon niet ziet. Velen die er toevallig op stuiten denken ‘dat het niets is’ omdat geen bordje of boekje vertelt wat het is. En zo gaat er een groot deel van de cultuurhistorie vervat in het bodemarchief in en op de grond teloor.

Pas wanneer iets gelezen is en in een bepaald context geplaatst is, is er een kans dat het behouden en beschermd wordt. Pas als iets actief in ons collectieve bewustzijn een plaats heeft, zal er een inspanning zijn het te laten voortbestaan. Dat het tenminste met rust gelaten wordt. Eventueel in stand wordt gehouden of hersteld wordt. In een heel uitzonderlijke situatie is archeologisch onderzoek gewenst of mogelijk. Maar bijna altijd is het al heel wat dat men er vanaf blijft, behoudt en eventueel een beetje onderhoudt.

Het vijvertje achter de Hoge Vuursche ligt er gelukkig niet vergeten en verlaten bij. Het bos tussen de Hilversumse Straatweg en het landgoed Groeneveld heeft meerdere vijvers. Ze dienen voor de sier. Ze veraangenamen het verpoos in het bos, benadrukken het pittoreske, de harmonie met de natuur. En zo zijn ze ook grotendeels bedoeld. Wellicht slechts met indertijd een exclusievere publiek op het oog.

Maar zij maken samen ook deel uit van het hydrologische systeem en hebben als open water hun nut voor de vogels en dieren die er gebruik van maken. Hoewel vanuit dit oogpunt het vijvertje nauwelijks opmerkelijk is, is dit in de directe nabijheid het enige op watertje en daarom in dit afgelegen stuk bos van enig belang.

vijver met bankje aan het fietspad

Gelegen aan het fietspad is ook hier een bankje neergezet. Dat gebeurt natuurlijk wel vaker. In de beschutting van het gebladerte is daar een moment van rust en bezinning mogelijk. Hier is het dus tevens mogelijk van de gelegenheid gebruik te maken het vijvertje wat nader te bekijken.

Het vijvertje voldoet zeker aan het pittoreske. Midden op de dag is er redelijk wat doorloop van wandelaars en fietsers. Veel dieren komen er dan niet op af, de enkele uitgelaten hond daargelaten. Die zullen de meer rustigere uren wel afwachten. Maar voor de meer oplettende toeschouwer is het duidelijk dat hier niet zomaar een vijvertje in het bos is. Dit is een vijvertje-plus.

waterput

cirkel van de put

De term ’typisch middeleeuwse waterput’ is misschien een beetje ongelukkig. Aan de ene zijde waren er in de middeleeuwen zeker ook andere typen waterputten, anderzijds was de vorm en hiermee de functie voor en na de middeleeuwen nog even geldig. Toch is de term natuurlijk niet zonder reden. We vinden ze op plaatsen terug buiten het dorp op het gemene land. Voor ieder die erlangs kwam, in gemeenschappelijk gebruik.

Terwijl waterputten op het eigen erf recht naar beneden gingen tot grondwaterdiepte, in onze streken door steile wanden een interne beschutting behoefde van houten planken en daarom niet zoveel ruimte opeisten en van bovenaf afgesloten konden worden, is hier sprake van een ander concept.

Er werd hierbij veel meer zand verzet maar vele handen.. Men groef een breed uitlopende tuit zo diep als nodig om bij het grondwater te komen. Het mocht niet te steil, dan bleef de wand, de bodem op zijn plaats. In een volgende stap moest een nog minder steile toegang worden gegraven zodat dieren veilig naar de waterrand konden lopen.

Naar wij mogen aannemen, want dat soort zaken zijn eigenlijk nooit in geschreven stukken overgeleverd, op eigen initiatief op eigen grond gemeenschappelijk gegraven en onderhouden. Het eigene van de grond betrof het bezit van het gebruiksrecht. Of ooit af en toe er een hand van bovenaf het initieerde, is onbekend. Of in ’t Gooi bijvoorbeeld zij gemeenschappelijk tussen alle dorpen geregeld werden of ieder gemeenschap zelf, is ook onduidelijk. Eigen initiatief van een enkeling is mogelijk maar de groep zal het achteraf wel moeten hebben goedgekeurd. Maar ja, als iemand al het werk verrichtte, kon ieder profiteren.

Want hun nut is duidelijk. Zeker in de tijd waarin alles een beetje hielp het te redden en het overleven niet eenvoudig was, vormde hun aanwezigheid belangrijke oriëntatiepunten voor het gemene volk.

voormalige put op de Bussummerhei

Het voorste deel van het vijvertje vertoont zijn ‘middeleeuwse’ oorsprong. De ronde tuit verraad dit. Velen zijn een stuk groter. Er zijn voorbeelden op de Wester- & Bussummerheide. Ook hier in bos langs het fietspad langs de provinciegrens kunt u een mooie, grote terugvinden. Die is volgestort met takken, ongetwijfeld een lust voor de kleine fauna. Ze staan tegenwoordig bijna allemaal droog, langzaam verland, langzaam zakkende grondwaterspiegel, niet meer onderhouden.

Deze waterput staat in de zomer van 2022 nog nat en dat maakt hem dus al vrij bijzonder, al is het nog maar net en niet geheel op eigen kracht. Toch, want eerlijk is eerlijk, al is die niet groot, hij heeft het tot vandaag gered en dat verdient reeds ons aandacht.

De relatief beperkte omvang van de tuit geeft aan dat het grondwater niet zo diep zat. Dat het vandaag ondanks algemene verdroging van het gebied nog zo is, moet te danken zijn aan de bijzondere omgeving. Lokaal bevindt het zich in een laagte. In het oosten en zuiden bevinden zich de hogere gronden van Baarn en de Hoge Vuursche. Blijkbaar heeft de treinlijn vlakbij geen al te negatieve invloed erop uitgeoefend.

De waterput is vooral gered door het feit dat later het werd opgenomen in de vijver. Waar de toegang tot de waterput zich bevond is evident. Die is weg, opgegaan in de vijver. Die vijver heeft de put aangetast maar tevens de put gered en geconsolideerd. Zonder die vijver zou de put waarschijnlijk lang geleden zijn dicht gestoven en werd het tot een oudheidkundig niemendalletje.

Er zijn in de geschiedenis van de waterput twee gebeurtenissen geweest die voor het verhaal van het object van betekenis zijn geweest. Naast het graven van de voornoemde vijver is er aan de oude put een stenen trappetje geplaatst. Drie eenvoudig gekapte stenen geven toegang tot de oude put.

Dit onderscheidt dit kleine watertje van alle andere waterputten of vijvers in de buurt. Het is natuurlijk niet iets uniek op internationaal of nationaal niveau maar wel hier in het bos. Ze geven het geheel wel een zeer pittoreske, romantische beeld. Men kan de oude boerenvrouw voorovergebogen op een schilderij van de Larense school zo voor zich zien.

Er zijn er drie te zien. Wellicht zit er nog één verstopt onder de grond. Wie weet? Ze liggen er niet toevallig. Het is evident dat ze afgeplat zijn, haaks afgekapt en met enig moeite hiernaartoe zijn gesleept en toen ingegraven. Wellicht lagen ze al in hun bruikbare vorm bij de eigenaar in de buurt. Maar dat neemt niet weg dat dat het enig inspanning en organisatie heeft gekost ze op hun plaats te krijgen.

Daar is niets typisch middeleeuws aan. Zoals iemand ooit de put heeft laten uitbreiden tot een vijver, heeft iemand ooit bedacht dat een trappetje hier niet zou misstaan. Het getuigt van een beetje luxe. Eén van de oorspronkelijke boeren gebruikers van de put zou niet snel op het idee komen.

We kunnen vermoeden dat de hoogte van de onderste steen correspondeert met de hoogte van het water in de put op het moment van de plaatsing. Het water moet logische wijze tot enige centimeters onder de bovenkant van de onderste steen hebben gereikt, iets hoger dan tegenwoordig. Aldus hebben wij hier een stille verkenmerk in het landschap uit een vorige tijd. Dat is naast het leuke dan toch ook een oudheidkundige waarde die deze put interessant maakt.

Mogelijk reikte het water van de winter wat hoger. Seizoensinvloeden hebben zo hun werking. Maar het komt niet op een paar centimeters aan. De vijver vangt hier natuurlijk ook regenwater op uit de laagte waar die deel vanuit maakt.

Men heeft indertijd geen bordje erbij geplaatst. Althans is die niet te vinden en het zou zeer uitzonderlijk zijn als die er was. Waarschijnlijk ook niets over gearchiveerd, althans ook niet teruggevonden maar wie weet? Of de uitbreiding tot vijver of de stenen trap er eerst was ofwel tegelijkertijd plaats vonden, zal daarom noodzakelijk speculatief blijven. (Het is mogelijk door middel van optische luminescentie van de grond onder de stenen te kijken wanneer dat zand voor het laatst daglicht heeft gezien. Wie een paar duizend euro ervoor over heeft, meldt u en we organiseren iets!)

omgeving

luchtfoto omgeving met AHN hillshade filter

Om verder nog iets over de oudheid van enerzijds de put en de latere ingrepen van trap en vijver te zeggen, kunnen we kijken naar het object in zijn landschap. Wat weten wij hiervan en wat kunnen wij zeggen?

Een blik op de omgeving geeft twee doorlopende banen en twee discrete terreinen in zijn directe omgeving aan die ons aandacht hier vragen. De bovengenoemde spoorbaan (op de kaart geel) is anderhalf eeuw geleden hier gebouwd. Het heeft dus wellicht een indirecte invloed op het object via de hydrologie. Wellicht nog opgemerkt dat mede door die baan het fietspad vlak langs de vijver loopt en dat daardoor een bankje is neergezet waardoor de vijver bij het publiek bekend blijft.

Op de oudste ietwat betrouwbare kaarten uit de tweede helft van de 19de eeuw is de vijver nog niet op ingetekend. Maar de vijver was naar alle waarschijnlijkheid al klaar in de huidige vorm, Hoewel we, zeker voor de grotere vijver niet een 19de-eeuwse zouden hoeven uitsluiten, immers was het technisch geen moeite meer, zeker de tuit van de waterput zou dan duiden op een laat-romantische follie. Maar het effect is dan alleen voor iemand reeds ingewerkt op deze materie. Hoewel wij als wetenschappers dat dus niet absoluut kunnen uitsluiten, lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat het put gedeelte zich voordoet als iets anders dan waar het op lijkt. Dan zouden wij er goed zijn ingetrapt!

Voor wat de uitbreiding met vijver en het trappetje betreft kunnen wij dit bij gebrek aan gegevens niet uitsluiten. Het huidige ‘kasteel’ de Hoge Vuursche heeft zelfs pas in de vorige eeuw zijn tuin en vijvers in hun huidig vorm gekregen. Maar onze vijver ligt wel op enig afstand hiervan. Beter nog terug te keren naar de directe omgeving van het object.

Op de kaart van de omgeving van de vijver is er een strook aangegeven lopend tussen twee rode lijnen. Deze strook is negen oude Stichtse roeden breed, net iets minder dan 34 meter, in principe de greppels meegerekend. Op de twee belangrijke kaarten uit 1597 & 1625 komt deze strook al voor. Op de kaart collectie Hingman 3018 met het noorden naar boven, uit 1597 van Francois de Lattre, schout van de Vuursche is slechts hier een krabbeltje met ‘baren‘. Op kaart 3019 met het noorden naar rechts, uit omstreeks 1625 staat wat meer informatie ‘dit zyn dye negen Roijen Veens Dye van Barenaers gecoft is‘. Op de ene kaart lopen zij rond, op de ander zit de knak op de verkeerde plaats. Maar het lijkt geen twijfel dat deze opvallende negen roeden brede strook ook daadwerkelijk die Negen Roeden is.

Eind viertiende eeuw komen de burgers van Baarn (burgers, want Baarn was toen officieel stad) met de erfpachters van de Vuursche, de van Drakenburgs overeen deze strook uit te geven aan het uiterste van de Vuursche met het Baarns Veen. Die van Baarn mochten het ten eigen bate vervenen. Wel moesten zijn greppels graven en onderhouden ter weerszijden van deze strook (op hun eigen negen roeden). Voor een belangrijke deel zijn deze greppels behouden. Het was de Van Drakenburgs het waard voor de rest van hun aangrenzende gebied een betrouwbare afwatering te regelen. Immers turf moest zo droog mogelijk gewonnen en vervoerd worden vanwege het gewicht en sowieso droog verkocht of gestookt worden. Gemeenschappelijk belang was de Drakenburger Wetering met het hier afgevoerde water te voeden. Hierover moest het turf naar de Eem worden gevoerd.

De Negen Roeden was de basis waar vanuit in elk geval het land aan de Vuursche zijde, het zuiden ontgonnen is. Nog steeds ontwatert een groot deel van het bos overtallig water af naar het noorden via met name de noordelijke greppel. Het valt nu tevens op dat de oude waterput vlak aan de Negen Roeden licht. Dit kan maar is waarschijnlijk niet toevallig.

De waterput is dus niet aangesloten op die diepe greppels hier net ten westen. De plaats van die put in een beetje in een kuil omringd door wat hogere grond, maakt dit ook niet voor de hand liggend. Het zou veel werk zijn geweest voor een klein effect. Zelfs zou daardoor water in de kuil eerder kunnen lopen en dat moest nu net naar de wetering zijn weg vinden.

Wel lijkt de Negen Roeden het meest waarschijnlijke als reden voor de put. Dan denken we dat rond 1400 de originele put gegraven kan zijn. Dan zou die door Baarnaars gegraven zijn op het uiterste van de Vuursche met instemming van de Van Drakenburgs. We kunnen niet uitsluiten dat de Van Drakenburgs het zelf eerder of zelfs later hebben geslagen. Vóór hen kan het kapittel van Sint Jan als eigenaren van de Vuursche het hebben gedaan of zelfs aan ons onbekende gebruikers van het gebied nog eerder.

Mogelijk is het pas geslagen toen het omringende land was uitgeveend en op het kale heetveld alleen nog wat schapen geweid werden. (Zou dan een na-middeleeuws typisch middeleeuwse waterput zijn, want vorm en functie was dit nog.) De tijd van de oorspronkelijke ontginning lijkt echter een logische tijd omdat de bedrijvigheid nut en noodzaak ervoor schiep.

terreinen

Om zonder hard, duur onderzoek nog iets erover te zeggen, beschouwen we nog de twee op hunzelf bekeken bijzondere terreinen waar de vijver tussen ligt.

De Zes Woningen is een omwald terrein iets ten oosten van de vijver. Het wordt doorsneden door de treinbaan. Op de eerste betrouwbare topografische kaarten van het gebied rond 1850, dus nog voor de komst van de trein, komt het terrein reeds onder die redelijk modern aandoende naam voor. Aan een soort zes-onder-één-kap behuizing die tot de jaren ’60 hier stond, heeft het terrein zijn moderne benaming blijkbaar te danken. Toen brandde de drie noordelijk woningen af en werd besloten tot sloop.

kaart collectie Hingman 3018 uit 1597

Het had tot de jaren ’50 geduurd voordat er aansluiting kwam op water en gas. Tot dan haalde men water uit een put van het normale rechte model en kookte men op butagas. Tijdens een rapportage van de lokale televisie kijkt een aantal mensen terug op hoe het was hier op te groeien. Met water en gas kwam ook het fietspad. Vanaf toen kwamen kinderen uit Baarn nu ook wel eens een middagje spelen. Het was heel lang een uithoek van de wereld. Dat is het nog een beetje. Af en toe dient het als kampeerterrein voor vrijwilligers van het bosonderhoud.

kaart collectie Hingman 3019 rond 1625

Op de twee belangrijke oude kaarten van de Vuursche komt het terrein al voor. Rond 1625 heet het ‘Noch dat erve aen de vuijrse‘, als gezel van ‘dat erve aen dye hoge vuijrsche‘ dat nu onder de Hilversumse Straatweg grotendeels ligt. Op de kaart uit 1597 zijn zij ook, hier anoniem aangegeven. Dus in de 16de eeuw stonden de wallen er reeds.

terrein Zes Woningen op AHN hoogtekaart

De erven, wij zouden spreken van hoeves, zijn rechthoekig ingetekend. In 1597 zijn het drie, in 1625 vier. Het is bekend dat schout Evert Hendricksz in de tweede helft van de 16de eeuw de grote wallen over de Vuursche heeft gebouwd. Het is een aantrekkelijke hypothese ook in de omwalde terreinen de hand van schout Evert te zien.

oude wal bij de Zes Woningen

Wat echter hier tegen pleit is dat, hoewel vrij identiek op de kaarten, zij niet allen even vierkant zijn. Op een AHN-hoogtekaart met hill shade filter is dit duidelijk te zien. De hoeve bij de zogenoemde 100 roeden (hier een oppervlakte maat), aan de sloot naar de Veenhuizen wijkt ook af. Onze hoeve blijkt te bestaan uit een imperfecte rechthoek, vanwege een schuine zuidelijke wal, waar twee kleinere rechthoeken tegenaan zijn gezet. Te verwachten zou zijn dat als schout Evert ze in korte tijd allen had neergezet, zij een meer uniforme uiterlijk hadden gekend. Ze lijken eerder incrementeel in verschillende fases te zijn gebouwd. Ook blijken er op het oude Baarnse land, buiten de Vuursche ook zulke omwalde terreinen zich te bevinden.

kampeerveld Zes Woningen

Het lijkt er dus op dat dit de vorm was van laatmiddeleeuwse hoeven alhier. Bij het bedrijf pleegde men een terrein te omwallen met greppels erbij. Een behoorlijke investering die kapitaalkrachtige eigenaars impliceert. De Van Drakenburgs of hiervóór het kapittel van Sint Jan waren draagkrachtig. Alleen de erf aan de Lage Vuursche heeft zich ontwikkeld tot een regulier agrarisch bedrijf en tot vandaag zich gehandhaafd. Vermoedelijk hebben wij hier met de oorspronkelijke ontginningshoeven te maken waarvan het de bedoeling was dat het boerderijen zouden worden maar is het daar meestal niet van gekomen.

Het andere terrein vlak bij de vijver is een weiland net achter de kuil. Het weiland is op zich ook al vrij uniek. Het veld heeft geen enkele rechte hoek, het sluit niet aan bij andere ontginningspatronen in de omgeving en zelfs de plaatsing van de voormalige greppels over het terrein, net traceerbaar op de hoogtekaart is merkwaardig. Het veld is aldus zijn eigen curiosum en pittoresk tot en met.

Wat het terrein nogmaals verheft boven alle andere veldjes in de buurt is de aanwezigheid van verscheidene hardstenen paatjes voorzien van een letter S. Op een hoekje is er zelfs een J aan één zijde en een S op de andere. Het is het enige S-paaltje met een extra letter die in de omgeving is teruggevonden. Later, ongeveer een eeuw geleden hebben de paaltjes aan het veld nog een partner gekregen in de vorm van RD-paaltjes. Dit staat voor Rijks Driehoekmeting en werden gebruikt bij de intekening in de kadaster.

Soestdijk

Het jachtrecht van Soestdijk heeft voornamelijk zijn beslag gekregen toen koning-stadhouder Willem III eind 17de eeuw het jachtslot verwierf en tevens een rij hoge heerlijkheden aaneen mocht rijgen (heer van beiden Eemnessen, van Eembrugge, van Baarn enzovoort). Het jachtrecht werd hierna waarschijnlijk weer iets verwaarloosd totdat zijn achterneefje stadhouder Willem V het oppoetste. Er bestond de grote jacht en een primitieve of keukenjacht, waar onze paaltjes waarschijnlijk aan refereren. Een boekje in opdracht van WV (online in te zien) geeft veel minder paaltjes (maar mogelijk grotere) dan we hier om het veld aantreffen.

We mogen vermoeden dat de paaltjes ten tijde van de koning-stadhouder zijn geplaatst. Dat moet gebeurd zijn om de veldnoot te beschermen. We kunnen ervan uitgaan dat eind 17de eeuw het veld reeds ontgonnen was. Mogelijk als weiland maar waarschijnlijk als akker.

Het valt op dat het veld naar het noorden afloopt. De kaart met de situatie rond 1850 geeft een iets kleinere oppervlakte weer. Tegenwoordig wordt het in het noorden begrensd, loopt het water weg in de greppel van de Negen Roeden. Dit kan haast geen toeval zijn. Het lijkt erop dat de vroegste tijd waarop het veld ontgonnen kan zijn, na het uitzetten van die Negen Roeden is. Hetzelfde als bij de put dus eigenlijk. Zijn zij tegelijkertijd ontstaan? Het is mogelijk.

Het is een aantrekkelijk idee dat in de tijd van de koning-stadhouder, toen men alhier toch al met mooie dure stenen in de weer was, Willem III de oude put heeft laten voorzien van de stenen trap en de vijver heeft laten graven. Er is geen harde bewijs hiervoor. De vijver heeft dan wellicht niet slechts voor de sier gediend maar een functie gehad bij de jacht om vele dieren tegelijk tijdens de jacht te kunnen laten drinken. En een stenen trap zodat de koninklijke schoenen niet vuil hoefden te worden wanneer de monarch afstapte om in de hete zomer zijn hoofd te verkoelen of zijn handen te wassen.

de vijver op de AHN hoogtekaart met kleurenfilter

Het blijft bij gebrek aan bronmateriaal en duur onderzoek speculatief, toch lijkt een hierboven geschetste context bij dit bescheiden vijvertje vooralsnog het meest waarschijnlijk.

Reageren?

yjk.