juni 2024

in verband met 600 jaar gerecht Hilversum

de Grote Kerk van Hilversum deel 1

oudheid & archeologie van het gebouw

de brand

De brand die de kerk in december 1971 trof, was niet de eerste die de kerk meemaakte. Gedurende de middeleeuwen is het dorp enkele malen geplunderd. Soms heeft men vooraf een brandschatting betaald maar als de andere partij daarna langs kwam, kon deze weer wraak nemen. In de 18de eeuw zijn er twee grote dorpsbranden geweest.

Beiden schijnen aan de Groest hun oorsprong te hebben, misschien wel in het zelfde pand aan de zuidzijde van de oostelijke gedeelte van deze brede strook, nabij de Veerstraat. Over de eerste brand weten we iets. Ineke de Ronde schrijft in Eigen Perk in 2015:

“Op 30 april 1725 om een uur of een ’s middags brak brand uit in een huis aan de Groest. In minder dan drie uur tijd brandden zestig huizen af. De berichtgeving was niet snel in die tijd. Pas op 12 mei berichtte de Opregte Haerlemsche Courant hierover, drie dagen later gevolgd door de Amsterdamse courant. Behalve de huizen waren vijftien schuren en diverse koopmansgoederen verloren gegaan.

Beide kranten meldden dat er meer dan 120 huisgezinnen waren geruïneerd, dat de schade werd geraamd op enige duizenden guldens en dat het dorp in een elendige staet was. Amsterdam berichtte ook dat er twee kinderen en veel vee waren verbrand. Overigens stond in dezelfde editie van de Amsterdamse krant een ander (langer) bericht: het Hilversumse dorpsbestuur gelastte in verband met de droeve omstandigheden de gewone Kermistyd dat jaar af. Die zou kort daarna zoals elk jaar rond Pinksteren plaatsvinden, maar het houden ervan werd gezien de omstandigheden niet gepast gevonden. Verder weten we eigenlijk weinig over deze brand, met name omdat bij de volgende brand vrijwel alle lokale archieven verloren zijn gegaan.”

Op een plaatje uit die tijd zien wij vlammen uit de kerk slaan. Onderzoek lijkt er toch duidelijk op te wijzen dat de wind uit het oosten kwam en de vlammen over de Groest richting Lang Gewenst blies. We gaan ervan uit dat de kerk toen gespaard bleef.

Mogelijk heeft het plaatje de beeldvorming erg beïnvloed. Ds. van Yssum heeft het in zijn “Beschrijving van Hilversum” in 1770 over slechts meer dan 50 huizen. Nergens wordt de kerk expliciet genoemd in verband met 1725. De Ronde heeft een kaart gemaakt naar aanleiding van het verpondingsboek van 1732, waar speciaal vermeld wordt huizen tussen 1725 en 1732 nieuw gebouwd. Het grote cluster nieuwbouw bevindt zich tussen Kampstraat, Groest en kop van het Langgewenst. Haar veronderstelling is dat een brand, “Tenzij de na de brand herbouwde huizen niet aangemerkt werden als nieuw”, “ter hoogte van de Leeuwenstraat is begonnen”. Mogelijk dus heeft de brand zich in 1725 beperkt tot het noordwesten van het dorp. Maar respectivelijk Spaanse en Franse troepen kunnen in 1629 en 1672 weldegelijk een ongekende schade aan het dorp en de kerk hebben toegebracht. In voorgaande eeuwen waren er aanslagen vanuit Utrecht en Gelre. Wellicht zelfs in 1481 van Hollandse zijde als wraak, toen het dorp Utrecht had betaald om ontzien te worden.

kaart van Hilversum in 1824. Door de Ronde in groen aangegeven de nieuwe huizen, die in de periode 1725-1732 werden gebouwd (2015) Ovaal toegevoegd YJK (2024).

Een nog veel groter schade dan in 1725 vond dus plaats in 1766. Voor de bevolking, want naar schatting een derde van de huizen verwoest, enkele doden maar ook de kerk, toren en het grootste deel van het oud dorpsarchief. Burgemeester de Blinde had enkele stukken thuis en heeft naar het schijnt enkele stukken op tijd kunnen redden. De gemeente geeft er een verslag van online. Het verhaal van de brand in 1766 luidt:

“Het is 1766. Slager Hartog Michielsz is vet aan het smelten, zoals hij dat altijd doet, in zijn achterhuis aan de Groest. Maar dit keer gaat het mis… het vet vat vlam en het achterhuis staat al snel in lichterlaaie! Door een flinke wind verspreidt de brand zich als een lopend vuurtje door Hilversum. Daken storten in. Er breekt grote paniek uit. De Hilversummers proberen de brand onder controle te krijgen, maar door de uitslaande vlammen zijn waterputten en -pompen snel onbruikbaar

Het in veiligheid brengen van zieken, ouderen en kinderen staat voorop. Kostbare bezittingen worden naar de kerk op de Kerkbrink gesleept. De evacuatie gaat niet overal goed. Een man brengt zijn blinde vrouw naar een huis waarvan hij hoopt dat het en veilige plek is. Later blijkt dat hun eigen huis gespaard bleef, maar dat de ‘veilige plek’ totaal is verwoest. Er blijft uiteindelijk niets anders over dan hopen dat de wind gaat liggen. Maar het wordt alleen maar erger. Ook de kerktoren vliegt in brand. De toren stort later met veel geweld in. Uiteindelijk brandt de hele kerk af mét alle kostbare spullen van de inwoners. 158 gebouwen in totaal gaan in vlammen op. Geschat wordt dat er in die tijd 475 huizen in Hilversum stonden. Een derde van het dorp was dus afgebrand.

Een anonieme ooggetuige verklaart na de brand: “Veel mensen waren naar het open veld gevlucht en liepen hem met een verwilderde blik tegemoet. Ze sloegen zich op de borst en trokken hun haren uit. Nooit heb ik zo veele elende by malkander gezien.”

Opnamedatum: 2013-05-13

De verslagenheid is groot. Maar: Hilversummers zijn solidair. Mensen schieten elkaar te hulp en bieden een slaapplek aan. In sommige huizen verblijven wel veertig tot vijftig mensen. Medische hulp is er nauwelijks. Twee van de drie dokters in Hilversum zijn hun huis kwijt, inclusief medische instrumenten. De derde dokter bracht zijn spullen tijdens de brand onder in een pand dat dat ook vlam vat. Op geestelijke hulp hoeft men ook niet rekenen. De dominee vertrekt een dag na de brand naar Amsterdam.

Meteen na de brand brengt men voedsel uit andere plaatsen naar Hilversum. Want ook een aantal bakkers en “grutterijen” overleeft de brand niet, dus de voedselvoorziening is karig. Vrijgevige landgenoten kunnen geld deponeren in zakken langs de wegen om de wederopbouw van het dorp te financieren. De herbouwde kerk wordt op 3 juli 1768 ingewijd door de nieuwe dominee Van Yssum. Dominee Van Yssum meldt dat op 1 februari 1770 al 140 huizen waren herbouwd.”

Alleen of van die toren waar is, is twijfelachtig. Spits en binnenwerk zullen uitgebrand zijn maar de steentjes lijken op de realistisch weergegeven ets naar aanleiding van de brand nog netjes op elkaar.. Helaas kan dat niet van de mooie middeleeuwse ramen gezegd worden. Als we op de afbeelding uit 1739 afgaan, die achteraf redelijk betrouwbaar is gebleken, is het kwetsbare gothische traceerwerk, maaswerk kapot gegaan. ook niet meer vervangen. Een tufsteenachtige fragment uit het koor afkomstig, op 14 juli 1973 teruggevonden, zou een fragment hiervan kunnen zijn.

Ook het tuinhuisje staat er. Na de brand in 1971 stond die er nog. Bij de herbouw van de kerk is ook daar naar gekeken. Door de timmerman is verzekerd dat het hele ding oud & rot was. Bij de herbouw stond men er echter op één van de originele rotte palen binnen het geheel te verwerken, hetgeen deze maar onzin vond. Wellicht kan het stukje hout ons ooit een jaartal opleveren?

Het vuur trof slechts direct de kerkgemeente, het greep de bevolking van Hilversum vlak voor Sinterklaas wel aan. De website van de kerk vertelt:

“Op vrijdagmiddag 3 december 1971, vlak voor Sinterklaas, repeteerde in het catechisatielokaal aan de Oude Torenstraat een groep kinderen met hun leidster voor het aanstaande kerstfeest. Ondertussen werden aan de dakgoten aan de noordkant van de Grote Kerk enige reparaties uitgevoerd. Daarbij maakten de twee loodgieters gebruik van een soort kunstrubber dat als vaste substantie werd aangeleverd. Met een verwarmingstoestel op gas werd het vloeibaar gemaakt en kon het rubber worden gebruikt om de goot mee te herstellen.

Het is waarschijnlijk rond half vier in de middag geweest dat dit apparaat brand veroorzaakte tussen het plafond en het dak van de Grote Kerk. In deze tussenruimte kon het vuur al om zich heen grijpen, zonder dat de loodgieters het zelfs hebben geroken. Ze leenden een bezem bij de koster om na de gedane arbeid het dak en de goten schoon te vegen. Om half vijf brachten ze die terug en was het voor hen weekend.

Op dat moment had het vuur zich behoorlijk verspreid en moet zich tussen vijf en tien over half vijf door het dak van de kerk heen hebben gevreten. Postbodes die bij het postkantoor door de poort reden, zagen naast de toren een rookkolom oprijzen. De vrouw van de koster kon in de kerk, aan de kant van het orgel, een rode gloed zien. “Van het postkantoor en uit de kosterswoning werd de brandweer ongeveer tegelijkertijd gewaarschuwd. Het was toen 17 minuten voor vijf.”

Intussen ging de vrouw van de koster de groep repeterende kinderen waarschuwen, die “Haastjerepje” de vlucht namen. Men probeerde nog enige zaken uit het gebouwtje te redden, maar moest daar snel mee stoppen wegens de vuurzee in de kerkzaal vlakbij… Voor de zekerheid werd later uit de kosterswoning ook het meubilair geëvacueerd en “het Avondmaalsstel, dat de koster uit de brandende kerk had weten te redden.””

Hoe het weer als een Phoenix uit de as herrees, wordt ook verteld. Dat was in die onzekere jaren nog maar zeer de vraag. Misschien was het tijd voor een hoge flat met winkelcentrum eronder. Voor hen die wilden terugbouwen, was het van belang de muren van de kerk overeind te houden. Zolang die behouden bleven, konden de gedachtes naar de kerk gericht worden. Het is hun gelukt. Bestaat ook een leuk boekje van. We weten er alles van, G&E, persoonlijke getuigenissen, foto’s door Stevens uit het streekarchief.

Ondertussen was het niet de in 1766 verbrande gotische kerk die wederom was afgebrand. Die was in de jaren van voorspoed, rond 1890 gesloopt en door een ruimer exemplaar vervangen. Destijds is wel alles goed vooraf nagetekend. Nu deed zich een mogelijkheid zich voor via archeologisch onderzoek de voorganger van deze kerk te leren kennen.

Als oudste afbeelding van de kerk zou een illustratie uit Abraham Rademaker, Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden Amsterdam, 1727-1733, nummer 251. gelden. Uit 1609 pretendeert deze te zijn. Leuke prent. Maar wat van belang is, is een koor dat boven het schip uittorent.

De Hilversumse RK Vitus parochie bezit een tekening van Hilferzom in Goylandt uit 1723. De plaats van de molen is opmerkenswaardig. De kerk is eenscheepig, romaans met een ranke toren. Zij heeft een merkwaardige dak en een leuk poortje aan de zuidzijde.

Zou er iets van deze oude bouwelementen terug te vinden zijn of zijn de tekeningen fantasie? En de tekening van de brand uit 1725? Vanaf 1739 tot 1890 hebben wij materiaal van onze kerk met een smallere koor ten opzichte van het schip. Er zijn gelukkig zelfs foto’s van voor en tijdens de sloop.

De archieven vermelden enig informatie over de oudste kerk. Wij worden ingelicht over de oprichting der nieuwe parochiekerk in Hilversum, die reeds bestond als kapel, maar onder bisschop Frederik van Blankenheim – bisschop van Utrecht 1393-1423, werd afgescheiden van de moederkerk te Laren en een zelfstandig rechtsbestaan kreeg. Jammer alleen, dat deze akte, gelijk blijkbaar meestal in het zogenoemde Formulareuit die tijd, geen dateering heeft. Wij vernemen echter nauwkeurig, dat aan den pastoor van Laren het collatierecht over de kerk van Hilversum en een jaarlijksche vergoeding van bijna zes nobels bleef voorbehouden, dat de inkomsten der nieuwe parochiekerk op 25 Gelderse guldens werd bepaald, en zoo meer. De schatting is dat deze tegen 1416 zal zijn uitgevaardigd.

Er wordt onder andere vermeldt “ad eandem novam ecclesiam erectam atrium et cimiterium dedicandum fontemque baptismalem, reservatoria Eucharistie, Olei et Saeramentorum ac reliquiarum ecclesie” oftewel om aan dezelfde nieuwe kerk een toren en een begraafplaats te wijden, een doopvont, bewaarplaatsen voor de eucharistie, olie en sacramenten, en kerk relikwieën. Tegenwoordig is de betekenis van atrium geëvolueerd maar het zou absurd zijn als de kerk verplicht een binnenplaatsje moest hebben.

In 1420 werd Hilversum uitgeplunderd. Dus een valse start maar hierdoor mede heeft de graaf Hilversum gerechtelijk zelfstandigheid in 1424 gegeven. Er zouden nog vaker bendes geweld en ontij brengen. Zou de kerk in 1890 gesloopt veel van de eerste kerk nog hebben gehad? En was er misschien nog iets van een oudere kapel terug te vinden. Deze vragen waren plotseling pregnant geworden. Er was in 1971 de mogelijkheid ontstaan op zoek naar antwoorden te gaan. Maar die kans zou niet blijven. Er moest gehandeld worden voordat het terrein een herbestemming kreeg.

archeologie

Voordat het onderzoek van start ging moest nog met de lokale media worden gehandeld. Wat was er aan de hand? Net in dezelfde tijd was men aan de Oude Torenstraat tegenover de kerk begonnen met de sloop voorafgaande de bouw van een AMRO bankgebouw. De Gooi- & Eemlander kwam met verhalen van Hilversummers die klaagden over schoolkinderen die met tassen vol schedels en botten rondliepen, daar afkomstig. Ds. Smit en president kerkvoogd de Graaf van de kerk werden erover aangesproken.

Actief is vanuit Naerdincklant, onder andere door mevrouw Fokkema en Addink-Samplonius contact gezocht met de kerk om tot goede afspraken over de behandeling van menselijke resten. Met hoofdredacteur Pikkemaat werd afgesproken dat voor het staken van de morele paniekcampagne zij de primeur van toekomstige ontdekkingen zouden krijgen.

Na het politieke gedeelte konden voorbereidingen voor het eigenlijke onderzoek worden getroffen. Namens de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek, voorloper van de RCE, zou drs. Halbertsma de regie voeren. De Poortwachters, de Naarder afdeling van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis, wilden wel zoeken naar de voorgangers van de kerk. Er kon wekelijks op zaterdagen gewerkt worden. Halbertsma was echter niet bereid al zijn zaterdagen op te geven.

De boel werd eerst opgemeten, Halbertsma zette enkele rechthoeken uit. De Poortwachters leverden jeugdige mankracht, Halbertsma zou vanuit Amersfoort het blijven volgen. De Poortwachters hebben trouw, volgzaam en vrijwel zonder toezicht maanden lang zich op de hun toegewezen putten toegelegd, zonder enig onderliggende architectuur te onthullen. Het enthousiasme ieder zaterdag graven te ruimen taande naar verloop van tijd. Het project leek met een sisser af te lopen.

Echter bleek het project net wat nodig was de ingeslapen AWN afdeling Naerdincklant te doen ontwaken. Zij hebben op andere lijnen putten gegraven met aanzienlijk meer succes. In het jaarverslag van de ROB over 1973 doet Halbertsma verslag. (vette letters zijn van mij)

jaarverslag ROB 1973, blz. 30

25. Hilversum, gem. Hilversum (N.-H.). Ned.-Herv. Kerk

XII.1972-V.1973 op de zaterdagen; H. Halbertsma, NJBG

In het jaar 1971 ging de Herv. kerk te Hilversum, op de toren na, door brand geheel verloren. Het betrof hier een bouwwerk uit het jaar 1890, dat op zijn beurt een in het jaar 1766 eveneens door brand verwoeste kerk was komen te vervangen. Tot aan vernoemde brand van het jaar 1766 verrees hier de laat-middeleeuwse parochiekerk, waarvan de in 1971 wederom gespaard gebleven toren deel had uitgemaakt.

Nadat het puin tussen de geblakerde kerkmuren was verwijderd verzochten de leden van de Gooise afdeling van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis de “Poortwachters”, toestemming naspeuringen te mogen doen naar de resten van de in 1766 uitgebrande kerk en een mogelijke voorgangster daarvan. In de maand december 1972 werd met dit onderzoek een aanvang gemaakt, onder toezicht van de ROB. Aangezien er slechts op zaterdagen kon worden gewerkt en zeer veel zand met bouwpuin diende te worden verzet, zonder dat er opzienbarende uitkomsten te boeken vielen, verflauwde de ambitie zodanig dat het onderzoek in de maand mei van het jaar 1973 voortijdig werd gestaakt.

Men had intussen kunnen vaststellen dat de uit 1890 daterende kerk rustte op de funderingen van de westgevel, alsmede de buitenmuren der zijbeuken van de voorafgaande kerk, met uitzondering van het meest oostelijke gedeelte, dat zowel breder als dieper werd aangelegd dan het koor van de in 1768 herstelde kerk. Voor het overige had men bij deze laatste gelegenheid de buitenmuren van de uitgebrande kerk laten staan en wederom gebruikt.

tekening van in 1890 vervangen kerk

Zodoende viel het niet moeilijk het grondplan van het in 1766 uitgebrande kerkgebouw te reconstrueren als een 15de eeuwse pseudo-basiliek met een versmald driezijdig-gesloten koor, waarbij middenschip en zijbeuken van elkaar door twee kolommenrijen waren gescheiden. De nog bestaande toren vormde met deze kerk een geheel.

Ongetwijfeld kwam dit bouwwerk tot stand kort nadat bisschop Frederik van Blankenheim in het jaar 1416 de reeds te Hilversum bestaande, aan St. Vitus gewijde, kapel tot kerspelkerk had verheven en losgemaakt van de moederparochie Laren.

De vraag rees of van deze kapel wellicht nog resten te vinden zouden zijn onder de grondvesten van de 15de eeuwse pseudo-basiliek. Nadat de “Poortwachters” hiernaar vergeefs hadden gezocht namen leden van de Gooise afdeling der AWN eind juni hun taak over en smaakten al spoedig (sic!) de voldoening tegen de noordoostelijke torenvoeting een brokje fundering bloot te leggen van de gezochte kapel. Het betrof hier het westelijke uiteinde van de noordelijke zijmuur, dat betrekkelijk licht was aangelegd en opgemetseld uit rode kloostermoppen van het formaat 6.5 x 15 x 30 cm.

Behalve het “in situ” gebleven fragment liet zich een puinspoor van de uitgebroken fundering nog in oostelijke richting vervolgen tot circa 4 m buiten de oostelijke torenmuur. Naar de gebezigde baksteen te oordelen kan de onderhavige kapel terugreiken tot in de tweede helft van de 13de eeuw. Tufsteen werd nergens aangetroffen. Evenmin werden aanwijzingen verkregen dat er voor de bouw van de kapel op hetzelfde terrein reeds een grafveld had gelegen of andere activiteiten plaatsvonden. Op het ogenblik van de eerste kerkbouw schijnt de zeer schrale zandbodem nog met heide begroeid te zijn geweest.

Een gelijkluidend bericht volgt in NKNOB 1974, 36-7.

omgeving 1973

Aldus geeft de ROB een overzichtelijk beeld van een oude 13de-eeuwse kapel, begin 15de eeuw vervangen door de in 1890 vervangen kerk. Het Naerdincklant verlag in Westerheem is iets uitgebreider. Gelukkig heeft het provinciaal depot te Castricum nog een dossier van het onderzoek. (Ook in onze digitheek!) Hiermee kunnen wij met iets meer dimensie over de archeologie lezen.

Hierin treffen wij een verslag van de Poortwachters, de dagformulieren van Naerdincklant, stukken uit de media en nog enkele stukken en aantekeningen. Samengevat leren wij aldus:

rapport Jorrit van Wijk, Poortwachters

(december 1972 – mei 1973)

Door bemiddeling van mevr. Addink-Samplonius mochten de Poortwachters onder supervisie van Drs. Halbertsma proberen de voorgangers van de huidige kerk aan het licht te brengen.

putten 1 t/m 4, skeletten en schedels, sommigen met haarresten, kisten herkenbaar in profiel, enkele hengsels, aardewerk, pijpenkoppen, een vingerhoed, enkele muntjes, speldjes

“..werd besloten onze activiteiten naar het koor te verplaatsen, om daar een groot vlak te maken”, uit zeef: benen luizenkam, benen pen, benen knopen, muntjes uit diverse perioden.

laat middeleeuwse muurresten en fragmenten kloostermoppen. (= put A?)

put 8, in het zuiden van de kerk, losse kloostermoppen (= put E/5?)

formulier 101

30/06/1973

Werkput A blijkt niet door de Poortwachters ingetekend. de wanden storten in waardoor geen profiel kan worden getekend.

Daarin gevonden enkele begravingen, enkele keramiek scherven.

foto’s : overzicht, put A en schedel hieruit, door Bruce de Winter

formulier 102

07/07/1973

Put B & C onderzocht, geen losse vondsten, wel valt op een verscheidenheid aan baksteen formaten. In put B fundament blootgelegd.

structuur put B

formulier 103a

14/07/1973

Putten A, B & C, aanzet put D. Allerlei losse vondsten.

Trapsgewijze muurresten put B getekend.

9 foto’s: overzicht en putten B & C, door Jannes Koster

formulier 103b

14/07/1973

Uit puinlaag put C afkomstig: zeer dikke rode baksteen (ouder dan muurresten), hardstenen (hoek?)fragment van zuil of sokkel, gele baksteen (20,5X10X5) met oude specie, tufsteenachtig driezijdige hoekfragment.

formulier 104a

21/07/1973

bakstenen opgemeten:

muurrestant put B 22,5X11,5X4,5 cm

muurrestant put C 22,5X11,5X4,5 cm

puinlaag bij put B 24,5X12X7 cm

put A, losse vondsten, twee duitjes

put D, koorsluiting teruggevonden

12 foto’s van putten en losse vondsten door Jannes Koster

formulier 105

04/08/1973

put A mooie boven elkaar gelegen, schoongemaakte begravingen blijken gevandaliseerd.

bezoek Halbertsma, stelt steenmaat fundamenten 14de eeuw, adviseert tussen de steunberen noord-zuid een sleuf te graven om te zien of fundamenten zich daar voortzetten, hij acht put A af en niet van belang. Halbertsma belooft van tijd tot tijd polshoogte te nemen en wil op de hoogte blijven.

put D schoongemaakt en ingemeten

begin put I (letters op de muur door Poortwachters aangebracht na opmeting van terrein)

foto’s dhr. Koster, overzicht put D, kooraansluiting put D, drie fasen foto’s

fotograaf Bob Meeuwis heeft zerken gefotografeerd. Zerken bij de toren nog niet gedaan.

formulier 106

11/08/1973

put A, zilveren munt

put D, fundering verder blootgelegd

put I, een oord en een duit

twee foto’s put D

formulier 107

18/08/1973

put D vervolgd

put G op aanwijzing Halbertsma, stenen in oostelijke wand gelijk fundament koorsluiting, 15e eeuws, uitgediept tot onberoerde grond

put I, een koperen munt, uitgediept tot onberoerde grond

formulier 108

22/08/1973

put D, vloer ongelijke stenen bij oostelijke wand

formulier 109

25/08/1973

put D, skeletdeel onder het fundament, stukje donkere plavuis, stenen pijpje, fragment kloostermop

overzichtsfoto put D door dhr. Koster

formulier 110

29/08/1973

put D, begraving onder fundament in donkere baan, platte steen 32mm Ө (baksteen), majolica scherf, rond gewerkt stuk hardsteen 18X10,5 cm 12 mm dik

formulier 111

01/09/1973

put A afgewikkeld

put D “Bij het schoonmaken bleken langs het gehele fundament begraafdelen uit te steken. Drs. Halbertsma constateerde ’s middags dat steensoort op zijn vroegst van 1550 was”

put G, losse stenen

put L, “ Omdat we moesten wachten op Drs. Halbertsma stelde ik voor om in ieder geval nu bij de toren te gaan zoeken omdat volgens een krantenbericht daar binnenkort zou worden begonnen met herstelwerkzaamheden”, “op dat moment kwam Drs. Halbertsma die vertelde dat dit 13e eeuwse kloostermoppen waren. We hadden eindelijk de kapel gevonden.”

Hulde aan mevr. Fokkema voor haar doortastend optreden!

muurresten kapel, kloostermoppen 7 lagen dik, 30X15X 6,5 cm; herbouwde pilaarfundament stenen 17X10X4 cm; gebruikt met opzet in combinatie. “de bovenkant van beide fundamenten was bij de herbouw (1767) tot een geheel samengevoegd.

formulier 112

04/09/1973

put L, sleuf 50 cm breed, 60 cm diep, verlengd langs toren tot hoek schip

weinig begraving, geen kloostermoppen

op 90 cm uit de muur nog stukje oud fundament gevonden

op 5,85 m (?) van de torenmuur een bronzen of koperen kruisje (4 cm hoog) gevonden op plm. 40 cm diepte

foto G&E 13e eeuws fundamenten

foto’s de Vaart idem en fundament koorsluiting

werklui wilden aan de slag met steigers rond de toren

formulier 113

04/09/1973

Omdat we alleen deze dag nog hadden het onderzoek voort te zetten..”

put K, fundament stukje van die ochtend (4 lagen, 2 stenen dik, plm. 35/40 cm hoog)

in verlengde losse kloostermoppen zonder verband tot 4 m uit de toren, 70 cm diep

formulier 114

08/09/1973

put K, bij het pilaar enige majolica scherven, rest houten gereedschap

“minutieus onderzoek” naar sporen kapel

geconstateerd dat pilaren bij toren dichter bij elkaar stonden dan in het schip

put F, “door drs. Halbertsma aangewezen plaats” (doorgang vroegere bijgebouwen met oud metselwerk), langs muur sleuf, fundament 80 cm onder kerkvloer diep tot op ongeroerde ondergrond, stenen 21X11X5 cm, sporadisch enkel kloostermoppen

foto’s mej. Fokkema, koorfundament 16de eeuw, trapvormig fundament 15de eeuw & kapelfundament 13de eeuw

formulier 115

15/09/1973

put A begonnen dicht te gooien

put F verder gegraven richting toren, mojolica schrerven, begravingen (ook van dieren)

formulier 116

22/09/1973

dichtgooien put A, C, G

aantekening mej. Fokkema Siccema

21/09/1973

door werklieden 10 kloostermoppen gevonden, tussen 8 en 11 cm dik, ± 80 tot 100 cm diep

3,5 m van de noordwest punt van de toren, ca. 1 m uit de muur ad. Torenstraat

vondstbericht van Zweden?

23/07/1988

4 of 5 kloostermoppen gevonden ± 1973 achter apotheek van Hengel in situ?

“Wat niet in de rapporten stonden” door F (mevr. Fokkema?)

“De heren bleken verbolgen omdat bij de bouw van de Amrobank op het oude kerkhof en hele stukken in de krant stonden van Hilversummers die schande spraken van het feit dat schoolkinderen door de stad liepen met stukken skelet en beenderen.”

Aldus het dossier. We kunnen dan nu enkele observaties maken en kanttekeningen plaatsen.

kerkhof

Een kerkhof rond de kerk zal waarschijnlijk zeer snel na de oprichting van de parochie als begraafplaats in gebruik zijn genomen. Net als een altaar of doopbekken behoorde het tot de belangrijkste voorrechten maar ook plichten van een zelfstandige parochie. Een kapel kon worden voorzien van de verplichte onderdelen en zo kerk worden.

Een kerkhof moest als dodenakker én als geheiligde plek met een altaar op één of ander manier van de omringende wereld zijn afgescheiden. In de 18de eeuw blijkt er een muur om het kerkhof te lopen. In het Gedenkboek Hilversum 1924 schrijft Frederik Kuijper Dzn. “In 1743 deed Jan Perk (geb. 1666), de schipper van het veer, het geheele oude kerkhof, om de kerk heen gelegen, voor zijn rekening met muur en poorten omtrekken. Op den eenen pilaster van den ingang deed hij boven zijn naam een vrachtschuit inbeitelen; op den anderen pilaster, boven den naam van zijn huisvrouw Jaapje Rijkse Nagel, een wereldbol. In 1795 werden deze namen en teekens namens kerkmeesters uitgehakt.” In 1876 was de muur reeds vervangen door een hek.

Jan is echter al in 1741 hertrouwd met een Maria Agnieta Damans en overleed hij in 1745. Jaepje moet vóór 1735 overleden zijn. Wellicht moet derhalve het jaartal 1734 zijn. Het zou niet de eerste keer zijn dat de laatste cijfers van een jaartal verwisseld zijn. De muur met poort kan bij haar overlijden als gedenkmonument voor haar zijn aangelegd. Als opziener van Domeinen woonde Jan toen nog hiertegenover aan de Kerkbrink.

Maar na 1416 zal toch al iets van een barrière tussen het gewijde en wereldlijke moeten geweest zijn.

Het is echter ook duidelijk dat er oorspronkelijk een veel groter terrein als dodenakker diende. Aan de overkant van de Oude Torenstraat werd “op de oude begraafplaats” tassen vol knekels gevonden. Het betreft niet de latere begraafplaats Gedenk te Sterven maar een terrein met een woninkje tussen deze en de toren in. De Oude Torenstraat heeft dus een evolutie meegemaakt van pad over het kerkhof tot dorpsweg.

Hoe groot het kerkhof oorspronkelijk was, is niet evident. Wie weet? In elk geval is bij de uitbouw van het museum weer begravingen aangetroffen. Of dit zich uitstrekte tot op de hoek bij de apotheek, kan niet op grond van in situ achter dat gebouw gevonden kloostermoppen worden geconcludeerd. Maar ook niets sluit dit uit.

Van al de weggegraven grond op de Oude Torenstraat is alleen maar die bij het museum onderzocht. Rond het kerkhof zijn op verschillende plekken kloostermoppen gevonden. We kunnen slechts speculeren of de stenen achter de apotheek hergebruikt zijn of bij een oorspronkelijke ommuring hoorden. Maar de verspreiding van kloostermoppen geeft wel aan dat er een bron is. Ze zijn afkomstig van een bouwwerk uit de tijd toen kloostermoppen nog gebruikt werden. De oude kapel? Best mogelijk, maar eerlijk gezegd is er nog niet genoeg onderzocht. Zeker niet rondom de toren. Wetenschappelijk moeten wij slagen om de armen houden. We weten het gewoon nog niet. Het antwoord ligt waarschijnlijk nog wel in de grond. Op de kaart in het roze terrein.

Of er al begravingen voor de 15de eeuw hebben plaatsgevonden, is in geen der putten bevestigd. Maar als het gehele terrein zou worden onderzocht, wat niet gaat gebeuren, weten we niet waarmee we verrast zouden kunnen worden.

Op het oude Sint Janskerkhof te Laren begroef met in de 18de eeuw onder veldkeien. Wie er intiem was, wist nog wie onder welke lag. Beslist niet iedereen kreeg oudtijds een steen of zelfs maar een houten kruis. En houten kruizen vergaan. Noch veldkeien, noch iets van mogelijke 15de- of 16de-eeuwse gedenkstenen zijn aangetroffen.

koor

Hier is dus iets aan de hand. Halbertsma heeft gezegd dat “het in 1766 uitgebrande kerkgebouw te reconstrueren als een 15de eeuwse pseudo-basiliek met een versmald driezijdig-gesloten koor, waarbij middenschip en zijbeuken van elkaar door twee kolommenrijen waren gescheiden. De nog bestaande toren vormde met deze kerk een geheel.”

Maar hij zegt ook dat de formaat stenen op het eind van het koor niet eerder dan 1550 kunnen zijn gemaakt. Een enkel begraving onder het fundament zouden we als incident kunnen beschouwen. Maar meerdere begravingen onder de muur geven wel aan dat dáár de dodenakker gebruikt werd voordat het schip gebouwd werd. Het staat vast dat geregelde begravingen na omtrent 1416 pas plaats vonden. Een 15de-eeuwse pseudo-basiliek suggereert dat ze domweg over opa’s graf de muur hebben gebouwd. Na 1550 zou genoeg tijd gunnen om, weliswaar niet per se expres maar toch over vergeten overgroot ouders heen te gaan bouwen.

Maar putten A & C, aan de overgang tussen koor en schip en put B in de zuidwand van het koor hebben stenen die met de 15de eeuw overeenstemmen. Is een bestaand koor niet na 1550 vergroot?

schip

De kuilen die Halbertsma in de buik van het schip de Poortwachters liet uitgraven, hebben geen architectuur opgeleverd. Ook kuil 1, van de uit de tekeningen bekend voormalige zuidwand een stukje terug de kerk in, leverde slechts begravingen op.

Het AWN Naerdincklant onderzoek bracht verschillende delen van de tekening van de oude kerk boven. De putten G & I, tussen de zuidelijke pilaren op verzoek van Halbertsma gegraven, leverden slechts enkele stenen in oostelijke wand van put G, gelijk “als het fundament koorsluiting dus 15e eeuws”. Min of meer maar misschien toch uit de lijn tussen de pilaarfundamenten.

Het was mevrouw Fokkema die op het laatst mogelijk moment toch maar put L met groot gevolg had geopend. Had drs. Halbertsma niet op zich laten wachten, had de geschiedenis van Hilversum er waarschijnlijk anders uitgezien.

bij de toren

Tegen het 13de-eeuwse fundament stond wat mevr. Fokkema voor het pilaarfundament van de gotische kerk dacht. Alleen vertelt de detailschets dat de stenen hiervan slechts 17X10X4 maten, geen gotisch formaat. Lijkt eerder te passen bij de herbouw van de kerk na de brand van 1766. Mogelijk was er verschil tussen de bovenste stenen en die eronder. Beide fundamenten zijn bewust tot een geheel gemetseld.

Put L werd in de haast langs de toren tot de zuidmuur doorgetrokken, slechts 50 cm breed en 60 cm diep. Daar werd het kruisje gevonden, aan de voet van de toren. De werklui stonden toen al te wachten om de steigers voor de herbouw van de toren te plaatsen. Hierna vielen de meters direct aan de toren buiten het onderzoeksgebied. Gelukkig wist dr. Bierhorst de volgende sessie nog het spoor met kloostermoppen in put K te ontdekken.

Door omstandigheden gedwongen op klein afstand de situatie te overzien, wordt terloops geconstateerd dat pilaren bij toren dichter bij elkaar stonden dan in het schip. Op de netwerk tussen alle pilaren blijkt deze saillante vaststelling. Op de tekening van de oude kerk vóór de sloop, was dit niet uit te maken. De toren en het schip staan niet op dezelfde lijn!

De laatste sessie van onderzoek liet Halbertsma de fundamenten onder de noordwand onderzoeken.. Meer dan een steenmaat, 21X11X5 cm, dus eerder 16de eeuw en een niet nader bepaalde dieren begraving, is er niet veel uitgekomen.

De werklui van de toren hebben tenslotte nog melding gedaan van een aantal kloostermoppen gevonden bij het graven van een leiding net aan de westzijde van de toren.

vloer

Ook de grotere afstand in tijd tot de zaak beïnvloedt het perspectief. Voor Halbertsma, de Poortwachters en Naerdincklant waren de zware stenen vloerplaten een sta in de weg om onder de grond te komen. Toch hoort de vloer bij de oudheid van een gebouw, zoals de muren, de ramen en de deuren.

Maar het is ook een functie van de mooie zwarte hardstenen om gelicht te worden. Moeten zij tegen kunnen. Gebeeldhouwde stenen of waar namen zijn in gebeiteld brengen iets extra’s. Zij bieden informatie wie eronder ligt. Wie waar ligt, geeft enig colour locale. Ook kunnen de stenen in hun geheel een verhaal vertellen.

Eén middagje kwam fotograaf Bob Meeuwis stenen fotograferen. Maar die bij de toren nog niet. Waarschijnlijk dus ook niet meer van gekomen. Bij de herbouw van de kerk in 1890 is reeds de relatie van de stenen met (de plaats van) de geruimde graven verbroken. Zij werden toen in het midden van de kerk verzameld en teruggezet.

De stenen zijn hergebruikt door het hele gebouw heen. Leuk om eens te kijken welke stenen waar liggen. En of er nog familiebanden zijn. Een kleine eeuw geleden is er al eens een overzicht gemaakt van alle beschreven stenen. het zijn er 46. Ook tekst op de oude klokken is toen voor het nageslacht vastgelegd:

GENEALOGISCHE EN HERALDISCHE GEDENKWAARDIGHEDEN.

	IN EN UIT DE KERKEN DER PROVINCIE NOORD-HOLLAND
	BESCHREVEN DOOR
	Mr. P. C. BLOYS VAN TRESLONG PRINS EN Mr. J. BELONJE.
	DEEL III (EENIGENBURG (Ned. Herv. Kerk) tot HOORN (Noorderkerk))
	N.V. A. OOSTHOEK UTRECHT 1929.
	Uitgegeven met steun van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de Vereeniging Amstelodamum, het Prov. Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen en den Bond Heemschut.

Ned. Herv. Kerk te Hilversum. (P.)

.

	Op de klokken leest men:
.
	1. Pieter.Seest. Amstelodami . anno . 1768 .me . fecit .Ik . ben . door . last . van . die . hier . onder . staan . vergooten . en . uit . t . verbrande . stof . en . puynhoop . voort . gesprooten . W. . ten . Dam . Schout .Klaas . Haan . en . Gerrit . Rz .Vlaanderen . Buurmrs . Tijmen . Boelhouwer. Cor . en . G. Vlaanderen . Piet . van . Lind .Jacob . Horst . Jan . Boerhout . schepenen . Tymn. Nagel . en G. F. Vlaanderen . Corns . Spijker & Frans Vlaanderen . Raden . Cornelis . de . Mol secretaris.
.
	2. Pieter.Seest. Amstelodami . anno . 1768 . me . fecit ./ O . volk . van . Hilversom . verlaat . uw . booze . sonden . / eer . dat . uw . sterfdag . kom . en . wij . uw . dood . verkonden ./ al . ben .ik . kleynder. als . mijn . maat. en . minder. in . gewicht . / nogthans . wek . ik . het . volk . en . roep . se . tot. hun . pligt . / des . avonds . op . sijn . tijt . word . ik . ook . weer . geluit . / twelk . aan . het . werkvolk . zijt . dees . dag . is . om . schey . uit . /
.
.
	Hier en daar verspreid liggen steenen met de volgende namen:
	.
1. Cornelis Elbertz. Ruyter.
	(Hij werd begr. 23 Nov. 1781; zijn wed. 3 Aug. 1784.)
	.
2. Willem Nieuwland.
	(Hij werd begr. 19 April 1796.)
	.
3. Anno 1768. Gijsbert Smith.
	(Begraven 10 Juli 1776.)
	.
4. G. I. Vlaanderen.
	(Gijsbert Jacob Vl'€™s wede. werd 9 Mei 1781 begr.; op 26 April 1787 werd begr. Gijsbert Jacob Vlaanderen.)
	.
5. Gijsbert Hogenbirk.
	(Begraven 3 Jan. 1810, was zn. van Abraham H.)
	.
6. J. Westervelt en Jan Knegt. A? 1768. 
	(Jan Knegt is begr. 16 Feb. 1789; Jan W. 1 Dec. 1804.)
	.
7. Cornelis Haan.
	(Begr. 23 Dec. 1771.)
	.
8. P. E. Pol.
	(Pieter Elberts P. begr. 22 Juni 1776; zijn vrouw was begr 30 Mei 1775.)
	.
9. De erven H. M. de Graaf.
	(Op 3 Sept. 1783 werd begr. Harmen de Gr.)
	.
10. J. H. de Graaf-Dekker.
	(Jan Harmensz de Graaf werd 26 Aug. 1778 begr.)
	.
11. A° 1768 Jacob Koen.
	(Begraven werden 14 Aug. 1776 Jacob Koen; 23 Mei 1776 Aaltje Jacobs K.; 5 Aug. 1778 de wede. Jacob K.; 15 Maart 1780 Grietje Jacobs K.)
	.
12. Christiaan Yansen Alders.
	(Hij werd begr. 30 Juni 1773; zijn wede. Mietje Groenendaal 2 Jan. 1792.)
	.
13. C. D. Ram.
	(Cornelis De Ram werd 30 Jan. 1778 begr.)
	.
14. E. L. Pol.
	(Elbert Lamberts P. begr. 21 Juli 1778.)
	.
15. De erven Hendrik de Jongh.
	(H. de J. werd begr. 25 Feb. 1779.)
	.
16. H. I. de Graaf – I. B. Men. 
	(Begr. werden: 26 Feb. 1771 Hendrik Joosten de Gr.; zijn wede 13 Juli 1775; Jan Barendse Men 18 Mei 1808; zijn le huisvrouw 11 Sept. 1780; zijn 2e vrouw 16 Juli 1804.)
	.
17. H. D. Both. (?)
	.
18 . . . . . . Groen I. Pel
	(Begraven werden inde kerk: 31 Jan. 1770 Jan Corn. Groen; 18 Maart 1772 de wede. Klaas Groen; 27 Aug. 1772 Corn. Groen; 21 Oct. 1774 wede. Eibert Groen; 21 Dec. 1778 Willem Corn. Groen; 26 Sept. 1786 Aagje Corn. Groen, ongeh.; 10 Oct. 1787 Cornelis Groen; 30 Dec. 1790 Jacob Gr. en vrouw; 3 Feb. 1794 Jannetje Groen; 26 Juni 1794 Mietje Gr.; 22 Mei 1799 Bartha Gr.; 19 April 1804 Marritje Corn. Gr.; 30 Oct. 1805 Grietje Gr.; 11 Aug. 1807 Rijk Gr; 30 Aug. 1810 Trijntje Gr.; 11 Maart 1811 Albert Gr.; 16 Maart 1817 Geertje Gr.; 8 Oct. 1817 Marritje Gr.; 7 Dec 1819 Paulus Groen.)
	.
19. A° 1770. Y. D. Lam.
	(Jan Dirkszn. L. begr. 29 Nov. 1774; zijn wede. 14 Dec. 1779.)
	.
20. De erven Pieter Venendal.
	(De wede. P. V. werd begr. 27 Sept. 1774.)
	.
21. Rijnt H. D. Graaf.
	.
22. De erven Cornelis szn Vlaanderen . . . . .. nge 
	(De wede. Cornelis V. werd begr. 30 Aug. 1771; de vrouw van Cornelis Cornelisz. Y. 30Maartl773; Cornelis Jacobsz V. 3 Juli 1776; Cornelis Gysbertsz V. 19 Nov. 1787; Cornelis C V. 25 Feb. 1802; de vrouw van Jacob Cornelisz. V. 10 Juni 1790- Jacob Cornelisz V. begr. 4 Oct. 1793; Jacob Cornelisz V. begr. 26 April 1801; Maritje van Waveren, huisvr. Lourens Cornelisz. V. 25 Juli 1808; Harmen Corn. V. 11 Aug. 1808; Geertje Cornelisz. V. 10 Nov. 1808.)
	.
23. A° 1768 Cornelis Roos. 
	(Hij werd begr. 3 Aug. 1776; zijn wede. 29 Sept. 1777.)
	.
24. A° 1678. De Wed. Jacob Kruyf.
(Op 11 Jan. 1780 werd begr. Claasje Admiraal wede. Kruyf.)
	.
25. De erven H. M. de Graaf.
(Vgl. no. 9.)
	.
26. T. Fokker en C. Brouwer.
	(Tijmen Cornelisz. F. begr. 13 Feb. 1788; zijn wede. 24 Maart 1794.)
	.
27. De erven T. Jansz. Brasser.
	(Op 1 April 1772 werd begr. Lambert Br.; 22 Sept. 1773 de vrouw van Jan Br.; 24 Juni 1775 Jan Br.; 28 Nov. 1778 Jacob Br.)
	.
28. De erven Hendrik de Jongh
	(Vlg. no. 15.)
	.
29. G. A. Splint.
	(Begr. 23 Jan. 1769 Gerrit A. Spl.; de wede. G. Spl. 31 Aug. 1781.)
	.
30. A° 1768 Klaas Does.
	(Begr. 11 Maart 1778.)
	.
31. E. en K. Spijker.
	(Begr. 15 Oct. 1795 Hilletje Dorland, wede. E. Spijker.)
	.
32. A° 1768 Gijsbert Klaas. Gerrit Haan.
	.
33. [Jan?] Splint [Lambert?] Splint. 
	(Jan S. werd begr. 3 April 1797; Lamb. Elberts S. 4 Jan. 1782.)
	.
34. A° 1768 P. S. Kerk D. P.
	.
35. A° 1768. De erven Doctor Michiel Clement.
	(De wede. M. Clement is begr. 30 Juni 1769; de huisvr. van Michiel Cl. werd begr. 23 Sept. 1795; Michiel Cl. 7 Mei 1819.)
	.
36. A° 1768. W. v. Westervelt.
	(Wouter v. W. begr. 28 Juni 1782; Lijsbet Reyn zijn wede. 7 Oct. 1788.)
	.
37. A° 1768. C. K. Peet.
	(Cornelis Krijnen P. werd begr. 17 Maart 1783; Grietje Krijnen P. 29 Aug. 1787).
	.
38. C. L. Rijn B. C. Kool.
	(Cornelis Lamberts R. begr. 13 Nov. 1779.)
	.
39. A° 1768 Cornelis de Jong, grutter.
	(Begr. 22 Oct. 1788 de vrouw van Cornelis de J. Op 24 Nov. 1791 en 2 Juni 1803 werd een Cornelis de J. begraven.)
	.
40. A° 1768 Willem Willemsz de Man.
	(Op 20 Oct. 1791 werd hij begr.; 14 Feb. 1799 zijn wede. Klaasje van Rinkhuijzen.)
	.
41. A° 1768 Gerrit Wilkes.
	(Hij werd begr. 6 Feb. 1781.)
	.
42. Gijsbert Smith en G. T. Vlaanderen.
	(Vgl. no. 3.)
	.
43. A° 1768 Jan Jacobsz. Dekker. 
	(Op 23 Juli 1798 werd begr. de vrouw van Jan Ja c. D.; op 9 April 1800 een Jan Dekker.)
	.
44. De erven Hendrikje Janze Ruyter. H. D. Boer.
	(H. J. R. werd begr. 24 Juni 1806; Hendrikje De Boer 3 Sept. 1813.)
	.
45. A° [1768] Gijsbert [Klaas] en Gerrit [Haan].
	(Vgl. voor het [–] geplaatste no. 32.)
	.
46. A° 1768 Rijk Janz. Voogt en Jan Jooste de Boer den Ouden.
	(Op 4 Juni 1784 en 25 Mei 1795 werd een Rijk Voogt begr.; op 16 April 1777 Jan Joosten de B.)
.
Een gegeven is het dat de klokken en heel veel graven van de herbouw na de brand uit het jaar 1768 dragen. Slechts één ouder jaartal is genoteerd, een 1678! Het betreft de weduwe van Jacob Kruyf, waarbij is aangetekend: Op 11 Jan. 1780 werd begr. Claasje Admiraal wede. Kruyf.

Wat is hier aan de hand. Van de stenen met jaartallen is er naast bovenstaande één uit 1770, de rest vermelden allen 1768. Heeft de graf van Kruyf een eeuw lang als enig memorerende steen gelegen om pas in in1780 gebruikt te worden? Naar zeer grote waarschijnlijkheid is er een vergissing in het spel.

Waarschijnlijk hebben ze bij het noteren zich één keer vergist. Of, als de steen terug te vinden is met dat jaartal, toch dan foutief het jaar gebeiteld hebben. Want alle 1768’s hebben betrekking op de herbouw toentertijd. 1678 is een incident..

Sterker nog, de opsomming geeft aanleiding te denken, niet dat er in 1768 zoveel mensen dood gingen maar dat in dat jaar wel graven in de kerk werden verkocht. Het zal wel nodig geweest zijn geld voor de herstelwerkzaamheden op te brengen.

Maar hoe zat dat met de graven in de kerk vóór 1766? We weten het niet. Dat naast wellicht één 1678, geen andere inscripties voor 1768 zijn gevonden, doet vermoeden dat de vloer zelf uit 1768 stamt. En dat de namen op de stenen in eerste instantie dezelfde vloer door middel van het grafrecht gefinancierd hebben. Omdat een stenen vloer een brand meestal wel overleeft, zal er in 1766 wel geen stenen vloer gelegen hebben, zouden we kunnen concluderen. Want als geld schaars is, ga je geen bruikbare vloer wegdoen. Het schip, zo niet de hele kerk zal dus een houten vloer gehad hebben. Mogelijk kerkte men ooit zelfs op de kale grond.

conclusies

onderzoek

Het is aan enkele doortastende dames te danken dat er onderzoek heeft plaats gevonden. Het was zeker niet vanzelfsprekend dat dit ging gebeuren. Als er in die jaren na een incident onderzoeksmogelijkheden zich voordeden, hing het er maar vanaf of iets en wat ging gebeuren. Dat we een onderzoek hebben, zoals met de hierop volgend herbouw, hangt van toeval aan elkaar.

AWN Naerdincklant was niet in de beste omstandigheden, kon als afdeling geen initiatief nemen. Gelukkig waren er de Poortwachters om jeugdige mankracht te leveren. Wel was het toen al duidelijk dat men niet zomaar een archeologische project van zo’n omvang zelf kon uitvoeren. De Rijksdienst Oudheidkundig Onderzoek heeft in de persoon van drs. Halbertsma voorzien in professionele begeleiding. Deze vond echter grotendeels wel op afstand plaats.

Het is bekend dat niet alleen van het terrein van de AMRO bank materiaal is meegenomen. Er zijn nu zestigjarige Hilversummers, die een schedel of een ruggengraat uit de kerk ergens op zolder hebben. Deze laatsten blijkbaar ooit als kaarsenhouder benut.

Maar de Poortwachters mag men niet dit toeschrijven. Zij lijken zich zonder toezicht netjes hun moeite betoond hebben te doen wat hun werd opgedragen. Mochten botten en schedels eerst nog spannend zijn geweest, na week in week uit graven ruimen, kon deze lugubere arbeid weinig vreugd brengen. Men was gekomen om architectuur te onthullen, niet anders.

De door Halbertsma bepaalde kuilen lijken in dat opzicht ook ongelukkig gekozen. Achteraf lijkt het alsof de aangewezen kuilen gekozen zijn, de jeugd met het vak in aanraking te brengen, zonder dat ze de architectuur enig kwaad zouden doen. Wat verwachte de archeoloog aan resten terug te vinden in de buik van het schip, of tussen voormalig zuidmuur en pilaren?

Je weet natuurlijk niet, wat je nog niet weet maar tijd en mankracht waren beperkt. Alles lijkt op hetzelfde paard gewed met de Poortwachters toegewezen kuilen. Alleen maar doden, geen kerk.

Het onderzoek door Naerdincklant heeft zich meer op stenen kunnen richten. De kuilen I & G op Halbertsma verzoek geopend, gaven weer minimum resultaat. Doordat Halbertsma op een dag verlaat was, is mevrouw Fokkema op het laatst mogelijk moment bij de toren gaan kijken. Na een spoor kloostermoppen op eigen initiatief nog te hebben blootgelegd, liet de professional de team de fundamenten van de noordmuur ontbloten. Op zoek naar een oude doorgang, blijkbaar.

Waarom niet met de laatste mogelijkheden, buiten de meters nodig voor de steigers, zo dicht mogelijk rond de 13de-eeuwse restanten gezocht naar iets van een context? Misschien dat het overleg anders ging dan met de jeugd, ook de vrijwilligers van Naerdincklant gehoorzaamden de professional en deden wat hun gevraagd werd.

De media duidt de vrijwilligers als hobbyisten. Maatschappelijk werden zij waarschijnlijk ook nog zo gezien. Misschien zij hunzelf ook. Maar het is ook alleen aan deze amateurwetenschappers te danken dat wij een archeologische beeld van de kerk hebben. Wetenschap is meer dan alleen leuk. Het is ook een duur plicht.

de kerk

Losse vondsten van belang zijn op één na niet gedaan. Muntjes, knopen een kam en op het laatst nog wat dieren resten. Leuk te weten, zit vast een interessant verhaal achter maar zonder verdere gegevens kom je daar niet achter.

Alleen het koperen of bronzen 4 cm groot kruisje verdient enig aandacht. Bij deze gelegenheid zal dit echter nog achterwege moeten blijven. We zijn ernaar op zoek, we moeten er nog op terugkomen.

De datering van de muurresten, eigenlijk hun fundamenten, is alleen gebeurd op grond van de baksteen grote. Stilistische argumenten speelden geen rol. De ontblote resten gaven er ook geen aanleiding toe.

De datering van de bakstenen is echter minder precies dan we zouden willen. Bij de oudste stenen stenen kerken in onze streken zouden we tufsteen kunnen aantreffen. Vooral licht in vervoer over water en land. Later komen de kloostermoppen op. Deze en de latere baksteen waren materialen die van ver moesten komen.

Hoewel streken met een eigen baksteenproductie allemaal in de tijd de neiging hadden de formaten te verkleinen, ging dit niet in al die streken in dezelfde tempo. Maar in één zelf producerende streek kan dus in zijn directe verspreidingsgebied een relatieve chronologie worden opgebouwd en met enig geluk na onderzoek een absolute datering worden gepoogd.

Importstreken, zoals het Gooiland gebruikten wat ze net op de kop konden tikken. In tegenstelling tot productiestreken konden in importgebieden in op één moment stenen van verschillend formaat gekocht zijn. Factoren als hergebruik vertroebelen het beeld verder. En grote, rijkere afnemers konden ook de producenten vragen een aangepast formaat te maken. Moet je ook maar net weten.

Dus de belangrijkste conclusie van het onderzoek, die dus bouwhistorisch zijn, bakstenen kunnen ook vele decennia afwijken van wat eventueel andere stenen of documenten vertellen. Het is in het spel juist vaak dat iets in documenten of een inscriptie, die een jaar aan een formaat steen doet koppelen. Omdat die meestal ontbreken, moeten wij ons vaak behelpen met een schatting in een eeuw of een helft ervan.

Er komen dus verschillende steenmaten voor in het onderzoek. 2de helft 13de eeuw (kloostermoppen), 15de-, 16de- en 18de-eeuwse formaten. Drs Halbertsma’s conclusie dat “het in 1766 uitgebrande kerkgebouw te reconstrueren als een 15de eeuwse pseudo-basiliek met een versmald driezijdig-gesloten koor, waarbij middenschip en zijbeuken van elkaar door twee kolommenrijen waren gescheiden. De nog bestaande toren vormde met deze kerk een geheel” lijkt dan toch wat scherp door de bocht.

Volgens zijn eigen vaststelling dateert het einde van de koor in het meest oostelijk deel van het gebouw van na 1550. Ook dat daar meerdere begravingen onder het fundament lagen, ondersteunt de aanname dat er toch wel enig periode moet zitten tussen de aanvang van begravingen na 1416 en het optrekken van het kooreinde. Wat allemaal in de latere 16de eeuw gebeurd is, is misschien door de toen gemaakte keuzes niet achterhaald. ook de noordmuur van het gebouw lijkt uit deze tijd te dateren. Wel een mooi schetsje met veel complexiteit opgeleverd, die put D van het einde van het koor. En heel wat werk in gaan zitten.

Maar de grote vis zat juist in het westelijke gedeelte, tegen de toren aan. 13de-eeuwse kloostermoppen in situ in verband, met een spoor losse stenen vlak bij. In Amersfoort is de huiskapel van de heren van Amersfoort, waaruit de grote kerk daar sproot, toch ook naast de toren teruggevonden, al was die toren oorspronkelijk nog bescheidener. Ook direct aan het tufstenen kerktoren van Maarsen vond men de oudste kerk terug.

Waarom de directe omgeving van de toren in Hilversum pas zo laat en dan nog toevallig en maar snel en kort onderzocht is, is dan ook verbazingwekkend. Ook dat de zuilen bij toren niet gelijk zijn gepositioneerd met de overige zuilen, geeft aan dat het echte verhaal dáár moest zijn. Dit was aan het begin misschien nog niet duidelijk, op de tekening uit 1890 zie je het niet af. Maar het was misschien wel handig geweest in die hoek wat mankracht vrij te maken om alvast een oriënterend onderzoek te doen.

Voor 1416 was er in Hilversum een kapel, dat staat vast. Hoe weten wij dat die partij kloostermoppen die kapel was? Het is de mooiste oplossing op de logische plek. Toch dwingt wetenschap ons ook hier enkel slagen om de arm te houden. Want we hebben, hoe belangrijk ook maar een klein beetje van iets teruggevonden.

Mogelijk had dus Hilversum nog in de Eltense tijd een kapel, of tenminste onder Floris V. Het is niet onmogelijk. Het geeft de lokale geschiedenis wat kleur op de wangen, mooie namen, boekjes met plaatjes. Het ware wel zo leuk voor ons.

Een eigen kapel in de 13de eeuw is niet onmogelijk maar zeker niet iets wat te verwachten was. Het lijkt eigenlijk niet het waarschijnlijk. Maar een stenen kapel lijkt zeer onwaarschijnlijk. Misschien niet uit te sluiten maar voordat we een stapel stenen tot een Eltens kapel verklaren, moet er nog wel enig beschouwing overheen gaan. Hoe zouden de boeren in hun wereld van hout, leem en plaggen ineens kloostermoppen zijn gaan regelen. Een leuk houten kapelletje lag dan meer voor de hand, voor zover zij al een kapel behoefden.

We weten dat een Heijnrik van Snellenberch in 1369, in 1385 zijn dochter Peijnse en in 1435 Splinter van Nijenrode met een weerbaar huis, een toren, door de graaf van Holland beleend werden te Hilversum. Hoe en wat meer onbekend. Mogelijk hadden de van Snellenberchs een functie in dienst van de Eltense stift in de 13de eeuw. En misschien waren kloostermoppen door Heijnrik voorouders dus gekocht, voor hun toren. In 1435 worden de van Nijenrode’s ermee beleend, maar kunnen die stenen zijn gebruikt bij de toren van de kerk?

Of misschien was de toren van Snellenberch op dezelfde plaats de voorganger van de huidige toren. Of helemaal mooi, dat de Snellenberchs een huiskapel hadden gelijk in Amersfoort en een toren & uit de één kwam de kerk voort en de andere de huidige toren. Het zou zomaar kunnen. Dit past misschien wel het mooist.

Maar dit is allemaal bij gebrek aan bewijs allemaal speculatief. Maar het staat vast dat de directe omgeving van de toren antwoorden te vinden moeten zijn, in en buiten de kerk (op de kaart roze). En op straat zal er niet meteen een onderzoek plaatsvinden. Alleen als een belangrijk economisch of ander belang verstoring vereist, zou het wel kunnen. Gaan wij waarschijnlijk dus niet meemaken. Maar laten we het goed noteren wanneer ooit de gelegenheid zich voordoet. Voor de kerk ligt dat anders. En zij zouden ook graag de geschiedenis zichtbaar maken. Er valt dus wellicht nog veel geschiedenis aan toe te voegen.

Wat zou het mooi zijn als een kapel direct aan de toren met wat meer zekerheid zou zijn vast te stellen. En als dat kruisje nu eens ook uit de tweede helft van de 13de eeuw afkomstig blijkt. Dan hebben we het kruisje van de kapel. Niet alleen voor christelijke Hilversummers zou dit stukje religieus erfgoed een kleinood van de hoogste lokale waarde zijn. Moge het dan terugkomen waar die gevonden is op één of andere manier.

Alles concentreert zich rond de toren. Sinds de tijd van Napoleon is deze eigendom van de burgerlijke gemeente Hilversum. Hij is dus ons gemeenschappelijk bezit, beste Hilversummers!Echter het bordje met 1481 is quatsch. Het jaartal is ergens in de jaren 70 opgekomen, heeft een plaats in het straatnamenboek gekregen, ook bij het tuinhuisje blijkbaar! Nergens een bron voor dat jaar gevonden.

Maar nu is het frappante dat hoewel de toren in de 15de eeuw al gestaan moet hebben, de bakstenen, gelijk het kooreinde en noordmuur, een 16de-eeuws karakter hebben. Maar dat zijn de stenen op de buiten zijde. Waarschijnlijk schuilt in de toren zijn 15de-eeuwse jeugd onder zijn latere huid. Wellicht is er zelfs een 14de-eeuwse woning te vinden of een 13de-eeuwse kern.

Dan zijn er nog oude nissen een een verdwenen tweede waterput. Het is de hoogste tijd voor een onderzoek. Foto’s maken, opmetingen doen. Kijken wat we nu al zouden moeten kunnen weten. Dat zal dan deel 2 worden van deze serie, hopelijk nog voor het einde van het jubileum online..

reacties of aanvullingen?

yjk