oktober/november 2025

Vuursche curiosa
geschiedenis & archeologie van de Vuursche, deel 14
Het zijn eigenlijk allemaal schatten. De bodem zit vol van het verhaal, onze geschiedenis. Daar waar het papieren archief ophoudt, begint het gremium van de archeologie. Eerst moeten zaken worden opgemerkt, we kunnen proberen iets te duiden en heel soms kan het onbekende een naam krijgen. Want onbekend maakt onbemind. Zelfs al zijn ze aan de wereld bekend gemaakt, worden ze vaak toch vernield, zoals de tumulus in het Roosterbos. We moeten het verhaal vertellen, zo mooi als we het kunnen maken echter zonder opsmuk of onwaarheden. Dat is het beste dat we doen kunnen voor ons bodemarchief.
Er zijn van die objecten in het veld, die in hun bescheidenheid stuk voor stuk hun verhaal moeten hebben maar dat toch voor ons verborgen houden. Er is wel wat daar maar wat daar is, blijft vooralsnog onduidelijk. Hun anonimiteit is het grootste gevaar. Wie zou ze ooit missen?
Ook de Vuursche kent zulke anonieme schatten. Als losstaande objecten valt er niet veel over te zeggen. In elk geval niet genoeg voor een eigen stukje. Maar als collectief zeker de aandacht waard. En ze kunnen meegenomen worden bij uw archeologische uitstapjes. Als u ons iets nader te melden heeft naar aanleiding hiervan, we vernemen het graag..

.
In het oosten, buiten de eigenlijke Vuursche vinden wij achter de Domlaan het zogenoemde Paardengat. Twee kuipen steken boven hun omgeving uit. Tenminste, wallen omsluiten dieper terrein. Het is de vraag of allebeide kuipen ertoe te rekenen zijn. De grootste in het oosten heeft twee vermoedelijk oude toegangen waardoor paarden gedreven kunnen worden. Het hoogte profiel van deze kuip laat sporen van enig infrastructuur zien. Bij de voorste, westelijke kuip ontbreekt deze.
In de vorige eeuw maakten sommige mensen zich druk over dat ‘paarden‘ stukje. De mooiste theorieën vermoeden mede hierom oude Germaanse samenkomsten rondom het heilige paard.

Maar we kennen deze plaats ook uit oudere bronnen onder een ander naam. In verschillende 16de-eeuwse stukken en enkele kaarten is deze genoemd die Poel. In 1597 is deze enigszins schematisch aangegeven. In 1619 lijken de omtrekken misschien meer realistisch. Als je deze volgt, zullen beide kuipen samen die Poel vormen. Mogelijk heeft het kleine gat direct ten noorden er ook nog bij gehoord.

De bodems van de kuipen zijn tegenwoordig op straathoogte. Er is hier flink verveend, waar het streepjespatroon op de hoogtekaart direct ten zuidoosten nog van getuigt. Het was hier dus ooit water, nu droog en ook paarden zouden er geweest zijn. Dus dat is al heel wat..

.
Maar hoe hoog het water kwam, hoe diep en hoe lang het duurde, zijn allemaal goede maar onopgeloste vragen. Het is de vraag hoe zoiets in zijn werk gaat. En toen de bodem in zicht kwam, wat zijn precies die patronen die we zien? Nog te veel losse eindjes. Nu nog net geen verhaal van te maken. Wie weet?
Keren wij nu terug naar de Vuursche eigenlijk. Om precies te zijn, het gebied tussen de Zevenlindenweg en de Hoge Vuurscheweg. U hoeft ze niet alfabetisch af te lopen. Eerst is daar een object dat al een naam heeft, waarover zelfs legendes worden verteld. De Koningszetel (K) zal hierom niet snel worden verstoord. Een bergje met greppels waartussen vier toegangen zijn gelaten, als vormden ze een Byzantijns kruis. Dat spreekt tot de verbeelding!

Als monument echter is zij onbeschermd. In de vorige eeuw heeft de ROB haar onderzocht en als grafheuvel afgeschreven. Zij is niet opgebouwd als grafheuvel (uit omgekeerde plaggen) en niet zo oud. Hoe oud dan wel? De heuvel heeft sinds begin 20ste eeuw onze aandacht. Dus toen stond die er al. Het kan een theehuisje hebben gehad als onderdeel van een ouder landgoed de Hoge Vuursche. Misschien hoorde het nog bij de hoeve de Zeven Linden. De mooiste hypothese is, denk ik dat we het mogen associëren met een op de hoogtekaart zo goed weergegeven omwalde terrein. Wij zien in dit terrein dus de vermaarde hof van Elten. In dat geval gaat alles meer dan duizend jaar terug, ook een respectabele leeftijd.

.
Dit laatste zou ook kunnen gelden voor enkele aan elkaar gegroeide kuilen (A). Het lijkt dat deze niet op natuurlijke wijze zijn ontstaan. Ook niet zo bedacht in zijn huidige vorm. Waarschijnlijk oorspronkelijk vier kuilen die naar elkaar toe zijn gegroeid. Een proces van ontstaan, om bepaalde reden een tijdlang voortgezet en uiteindelijk verlaten.
Bij de Poel hebben we kunnen constateren dat de omgeving vroeger en nog in de 17de eeuw veel natter was. Deze kuilen zullen dus vroeger ook nat geweest zijn. Mogelijk is men met één waterput begonnen. In de middeleeuwen waren die wat breder van opzet. Paarden en vee werden geacht aan de rand van het water te kunnen drinken.
Ook hier ligt het voor de hand je af te vragen of we een verband met het omwalde terrein ernaast mogen vermoeden. Een hof van Elten op de Vuursche zal in handen van deze stift zijn gekomen als dotatie, schenking door graaf Wichmann van Hamaland, die Naerdincklant als beneficium, een leen van de keizer hield. De regelmatige aanleg van het oude Soest langs de lange Brink met ontginning richting de de Eem, moet door deze begonnen zijn.

Een mooie hypothese over deze kuilen is als volgt: Waar Wichmann zich ook vooral mee bezig schijnt gehouden te hebben, was met IJzerwinning. Op de Veluwe treffen wij vele plaatsen aan waar ijzerhoudende knollen tot bruikbaar metaal zijn verwerkt. Nog beter was echter als ijzerhoudende grondwater aan de oppervlak kwam en deze als laagje roest zich aan de randen van het water afzette, zogenoemde ijzeroer. Het hoefde dan nog slechts verhit te worden om de zuurstof van het metaal te scheiden.
Dit zou de gaten nabij een door de graaf gebruikte hof kunnen verklaren. Wellicht heeft ook het gebied van de Poel hierin een rol gespeeld. Wellicht is het mogelijk met geologisch onderzoek aan te tonen of dit mogelijk of waarschijnlijk is of niet.

Van een andere orde is een vierkant van greppels (B). In het veld eenvoudig genoeg terug te vinden. Verdere details niet te zien. het lijkt te groot om een eenvoudig gebouw te zijn geweest. Eerder iets van een tuin met een bossage of hek erachter. Waarvoor? Hoorde het bij een landgoed of was dit iets anders? Losse vierkantjes zie je veel minder dan rondjes. Alleen vier greppels is zeldzaam. We mogen het een carré noemen maar of dat ons dichter bij een verklaring brengt?
(C) is een amandelvormig stukje, niet ver van een grafheuvel. Op de AHN5 plaatje lijkt er zelfs iets van een cirkel. Het lijkt iets door menselijk ingrijpen ontstaan. Een theehuisje aan de oude weg zou kunnen. Ook hier de mogelijkheden als boven. Het lijkt net niks maar toch het opmerken waard.

Helemaal apart is het object (D). Het vormt een hoek van een omwald terrein. Maar ik ken geen andere hoeken van omwallingen die er zo bijliggen. Alsof een tumulus is weggezakt en halverwege de onderwereld is blijven steken. De vraag is ook of het object is gemaakt in dat hoekje van de wal of dat het object gediend heeft als punt bij het uitzetten en bewalling van het terrein. Maar de primaire vraag is, wat zien wij hier eigenlijk?

.
Dan is er nog een onregelmatig heuveltje (E). Het is duidelijk anders dan de echte tumuli in de buurt. Toch zal men niet voor niets zo’n hoop aarde hebben opgeworpen. Mogelijk is dit een grafheuvel die later om wat voor reden is aangegraven. Het zou niet de enige keer geweest zijn dat zoiets gebeurd is. Dan is zijn ware identiteit verhuld, het ziet er niet meer uit als het zou moeten. Mocht het toch een oude graf zijn, staat die anoniem volledig onbeschermd te wezen. Als het toch slechts een hoopje aarde is, dan is nog altijd de vraag waarom, al is het prozaïsch en heeft het wellicht een minder spannend verhaal.
Voor ons laatste mysterie steken wij de Hoge Vuurscheweg over. Het gebied wordt tegenwoordig het Hoge Erf genoemd. Naast de vele archeologische schatten die het terrein heeft, gaat onze aandacht hier uit naar enkele onregelmatige bultjes, ter weerszijde van een scheidingswal uit 1626.

.
Onderhavige wal is die tussen het aan de heerlijkheid voorbehouden, buiten de loterij gehouden stuk en de eerste part. Sinds kort weten we dat deze wal in 1626 is gebouwd. Een zeldzaam samenkomen van verspreide archiefstukken en de archeologie in het veld. Zou in de krant gemogen hebben, eigenlijk..
Nu lijkt het beeld zo dat de bultjes en de wal niet gelijktijdig ontstaan zijn. Ook dat de wal later dwars door het veld met bultjes is gezet. Sommigen die op het tracé van de wal lagen, zijn erin opgenomen. Als die bergjes recenter waren, hoe kom je tot zo’n constellatie?

Oppervlakkig denk je misschien aan een urnenveld. De bultjes zijn echter iets te hoog, veel te onregelmatig en te gevarieerd. Als zij echter reeds in de 17de eeuw aanwezig waren, moeten zij toch een goed archeologische verhaal verhullen. Het lijkt misschien niet veel. Toch zie je dit verder in de omgeving niet. Dat maakt het vergelijkende wijs moeilijk de juiste context te duiden. Als u iets vergelijkbaars weet, wij horen het graag van u.

