Maar er is nog meer. Iets verderop, aan de overkant van de Oude Naarderweg bevindt zich het relict van nog een kamp. Een groot deel ervan is helaas weggegraven. Opgegaan in de ondergrond van de A1.

DE “WAL” VAN DE BLARICUMMER KAMP, ACHTERGRONG IS DE AFGRAVING

Als je je veldarcheologische bril niet op heb, loop je het voorbij. Niets meer dan een kleine glooiing van het pad en pijpestrootjes die net in de lagere stukken van de kamp bovenuit komen, doen kennen dat hier iets is. Heel subtiel, anders dan de Huizer kamp.

DE PIJPESTROOTJES GEVEN DE GRACHT AAN VAN DE BLARICUMMER KAMP

Maar op de hoogtekaart ontwaren we gemakkelijk een omsluitende aardwerk, dat oorspronkelijk ongeveer zo groot was als zijn tegenhanger. Van wat er nog van over is, kunnen we een hartvormige grondvorm vermoeden.

HOOGTEKAART BLARICUMMER KAMP

Of beide kampen iets met elkaar te maken hebben? Het is mogelijk maar met de huidige kennis is dat nog zeer speculatief. We weten niet eens wat voor kampjes, zelfs of het kampjes zijn. Dat wil zeggen dat hun functie hier hoog op de hei nog totaal onduidelijk is. Er ontbreekt nog de kennis van hun tijd en culturele context. Zij lijken op niets in de omgeving, nog het meest op elkaar, mede door hun omvang. Er is hierop echter één belangrijke uitzondering..
DE BUSSUMER KAMP

HOOGTEKAART BUSSUMMER KAMP

Nabij Bussum, bij de uitloop van de Laarderweg naar de hei bevindt zich een object met ongeveer hetzelfde hartvormige grondpatroon. Nog een overeenkomst is dat beiden een pad over het puntje van het hart hebben lopen, dat in beide gevallen links van de keper er weer uit gaat.
Dat kan bijna geen toeval zijn. En dit archeologisch object is beschreven en geboekt. Wimmers & van Zweden hebben het opgemerkt bij hun inventarisatie van de aan het GNR behorende gebieden van de Bussumer- en Westerheide, “Archeologische en historisch-geografisch elementen in een natuurgebied” (sc-dlo rapport 142, 1992). Op p84 noteren zij onder “Overige walsystemen” “..een niervormige omwalling met uitgang naar het noorden (fig. 20 nr.7). Het betreft de schans voor de Laarderweg, deel uitmakend van de eerste verdedigingslinie van het “Offensief voor Naarden” tegen aanvallen uit de richting Hilversum.. Als datering begin jaren 1880.” Als refentie halen zij een stuk over het Offensief van M.J.M. Heyne uit TVE 1983 nummer 2, over Bussum.
Deze merkt betreffende het “kampje”op: “Met de vijf forten rond Bussum was de beveiliging van de vesting Naarden echter nog niet voltooid. Op de heide tegen de Engdijk, tussen de zanderij bij de watertoren en de Amersfoortsestraatweg werd een aarden verdedigingsgordel opgeworpen. Deze bestond uit een schans vóór de uitmonding van de Laarderweg en een op de plaats van de huidige Palmkazerne met daartussen een borstwering met een droge gracht. Het geheel is in secties uitgevoerd. Dit was de eerste verdedigingslinie tegen aanvallers die van de kant van Hilversum over de heide zouden naderen. De linie lag recht voor het Offensief.”
Als dan zo’n gelijkvormig object terug te vinden is (hart- of niervormig, ik wil er niet te precair over zijn), op een terrein waarvan het bekend is dat in die dagen regelmatig door militairen geoefend is, zal dit wel bij wijze van oefening net zo gegraven zijn. De kampen zouden aldus cultuurhistorische curiosa in het landschap zijn, wel de moeite waard op te merken maar slechts een archeologische voetnoot.
(Kenners van het Offensief voor Naarden of de hoogtekaart van Bussum zullen misschien bij de werken aan de Karnemelkse Sloot een ander hartvormig patroon kennen (tenminste twee bolletjes van de bovenkant). Dit maakt echter deel uit van een aangelegd plantsoen bij het zwembad en schaatsbaan op het Lagieskamp. Zij is voortgekomen uit een werkverschaffingsproject in de jaren 1930 en heeft derhalve niets met het Offensief of andere harten te maken)

GRACHT EN WAL AAN DE NOORZIJDE VAN DE TAFELBERGER KAMP

Maar op paar observaties doen enkele vragen opwerpen.
Beide “hartkampjes” en die boven op de Huizer hei hebben de greppel aan de binnenzijde van de omwalling. Hoewel de kamp op de Tafelbergheide nog wel enig bewalling aan de binnenzijde van de buitengreppel heeft en dus misschien eigenlijk een dubbele wal heeft, is een binnengreppel/buitenwal niet zonder betekenis.
Het is een vuistregel dat waar er één greppel en één wal is, altijd de greppel aan de kant is waar iets moet worden tegengehouden. Het volgt uit de strategische logica. Wanneer een aanslag op wal/greppel-greppel/wal plaats heeft, wil je toch als verdediger hoger dan de aanvaller staan. Wanneer je wolven buiten wil houden, maakt het model met greppel buiten meer indruk op het beest, zeker als het één en al van stekelige begroeiing werd voorzien.
Een enkel geval is het gevaar van buiten niet aanwezig of in elk geval minder groot. Als het je doel is om schaapjes of bijvoorbeeld dienstplichtige soldaten binnen te houden, is het logisch de greppel binnen te hebben, ten einde een ontsnapping vermoeilijken. Ook kunnen kampjes uit zuiver economische redenen zijn ontstaan, waar het niet zoveel uitmaakte, zoals bij verveningen. Traditie en toeval zullen hierbij hun rol spelen. In elk geval behoren deze kampjes allen tot de subcategorie met de greppel binnen en omwalling buiten.
Het zou natuurlijk kunnen, dat er uit een militair archief een stuk boven komt die het verhaal definitief voor ons onthult, maar als de Bussummer kamp uit militair oogpunt in de 1880’s zo is neergezet, oogt die verkeerd om.
Maar er is nog meer. Wanneer we even op de hoogtekaart uitfocussen, kunnen we het geheel van de voorste linie van het Offensief in ogenschouw nemen. Opvallend zijn de verschillende grondpatronen van de twee werken. Het oostelijke werk had tot taak hoofdwerk aan de Voormeulenweg te helpen verdedigen. Ik ben niet goed thuis in de militaire nomenclatuur. Maar dat we hier een rationeel ontworpen verdedigingswal zien is wel duidelijk. Binnen het kampje zien we óók het restant van een overeenkomstig structuur. Deze is, in tegenstelling tot het andere werk, net zoals de tussenliggende borstwering en droge gracht, groten deels vergaan maar op de hoogtekaart eenvoudig waar te nemen.

OVERZICHT SITUATIE BIJ DE BUSSUMMER KAMP

In de kamp maakt het werkje een knik, die wel lijkt te passen in het hart. Maar ook de tegenwoordig weggegraven vervolg borstwering/gracht richting de watertoren maakt een knik. Ook de engdijk maakte hier ooit een knik, het is hier een hoek. Saillant is wel hoe de oostelijke borstwering met een klein beleefd knikje de omwalling eer bewijst. De recht gegraven droge gracht maakt tevens gebruik van de greppel van het onderste gedeelte van het hart, hoewel de grote gracht hierdoor een extra knik krijgt en moet uitzwenken en de gracht zich daar ook flink versmalt. Waarom hebben zij de gracht niet gewoon in een rechte lijn met één eenvoudige knik doorgetrokken, buitenom of dwars door de omwalling?
De Bussummer kamp staat op het kruispunt van oude wegen. Naast de route van Naarden en Bussum op St. Jan, de Doodweg loopt er een oude weg oost-west, vanaf ‘s Graveland op Laren, zoals oudere topografische kaarten nog tonen. Met de komst van de trein werd deze route doorsneden en tegen de 1880’s moest je ter hoogte van de watertoren linksaf en langs de rand van de eng een stukje om. Blijkbaar werd toen reeds deze route niet belangrijk genoeg geacht een eigen spoorwegovergang te houden. Deze oude weg, zowel rechtdoor als later even om, doorkruist de kamp evenals de Doodweg. De kamp kon dus deze wegen controleren. Vooral deze oost-west lopende weg heeft sporen nagelaten. Maar waarom? Deze route had in de 1880’s aan belang verloren en men had net zo goed eromheen, boven- of onderlangs het verdedigingswerk gekund.
Een militair kaart van rond 1850 toont de oude weg nog ononderbroken, behalve precies op het stukje waar vandaag de kamp zich bevindt. Hoewel de kamp zelf hierop niet is ingetekend, is het wel erg toevallig. En de kamp staat precies voor de oude engdijk. Dit betekend dat tenminste deze plaats een veel ouder verhaal heeft dan dat van het Offensief.
Als we alle informatie en veldarcheologische beschouwing in overweging nemen, lijkt het erop dat de omwalling wel is geïncorporeerd in het Offensief, maar toch in aanleg ouder is. Hij is dan gewoon gebruikt omdat die er al lag. Een ander argument, die gevaarlijk is, vooral als je weinig ter vergelijking hebt, is dat hij ook niet uit de 1880’s lijkt. Als dit het enig bewijs is, begeef je jezelf op glad ijs. Maar aanvullend dient opgemerkt te worden, dat zo’n hartvorm niet past in zo’n rationeel militair-strategisch project. De punt van het hart is opmerkelijk genoeg maar nog daar en toe. Maar om bovenaan het hart nog een keper te bouwen, is meer werk dan nodig zonder extra functionaliteit. Dat lijkt ongehoord. Andere werken tonen dit niet, al moeten we oppassen appels met peren te vergelijken. Waarom je überhaupt een hartvorm kiest, voor een kamp, een tuin of een bed, ik weet het niet maar in de 1880’s dacht men toch eerder aan simpele polygonen.

GEZICHT OP DE WESTPOORT VAN DE TAFELBERGER KAMP

Maar dan is het ook voor de Blaricummer en Tafelberger kampen onduidelijk wat ze precies zijn. Als de één niet als oefening van de ander was gegraven, blijft de vraag “Wat dan?”.Het pad door de Blaricummer kamp is eigenlijk niet zo van belang. Het is het pad om de grote afgraving heen en dus vrij recent. Deze kamp ligt ook juist wat buiten de oude doorgaande wegen. Deze ligt hier dus weinig te controleren, althans in recent historische tijden.

MOGELIJKE RELICTEN VAN OUDE LANDBOUW BIJ DE BLARICUMMER KAMP
De Blaricummer kamp is ook minder goed zichtbaar op het land dan de anderen. De wallen zijn veel meer weggesleten. Kan door leeftijd komen maar ook door andere oorzaken. Als er bijvoorbeeld landbouw op gepleegd werd. De heide hier ten zuiden is wel eens aangeduid met de naam het Loo. Zoals Crailo verderop, duidt dit in de middeleeuwen op een open plek in het bos.
Met betere hoogtekaarten kunnen kleinere details van een landschap beter in beeld komen. Net ten zuiden van deze kamp treffen we aldus nu enkele kleine walrelicten en een aantal voornamelijk noord-zuid lopende parallelle lijnen aan, groefjes. Deze lijken te herinneren aan enig oude landbouw. Tot begin 1900 is op schrale grond nog boekweit verbouwd. Van hier op de ruige heide van het Loo was dat echter (nog) niet bekend. Maar het zou kunnen, zeker in tijden van hongersnood en hoge voedselprijzen, wilden de boeren een stukje over de rand van hun eng doorgaan met verbouwen, al was het maar voor korte tijd. Voor boekweit heb je echter wel bijenschansen nodig en misschien zijn die er ook wel. Als we echter teruggaan naar de tijd dat het hier weer omgeven was met bossen, zitten we waarschijnlijk al in de middeleeuwen. In beide gevallen kunnen we hier toch spreken van een waarschijnlijk zeer zeldzaam en monumentwaardig geheel.
Enkele van deze lijntjes strekken over de omwalling. Dus de wal is ouder! En mogelijk is door landbouw de omwalling tot zijn bescheiden prononce teruggebracht. Veel zeggend is de bescheiden karrensporenbundel, die een weg oostelijk lopend naar de Tafelberg verbond met het kruispunt van de Oude Naarderweg met de Crailoseweg. Toen deze karrenspoor over de lege heide getrokken werd en daarbij waarschijnlijk niet zomaar dwars door iemands akker liep, heeft deze schuin de omwalling zonder wijken genomen. Was de wal slechts iets hoger, zou het spoor er rekening mee hebben moeten gehouden en hier een zwenking maken of was er een ander lijn buiten de kamp om of recht over de wal heen voor dit afsteekje getrokken. Toch is dit afsteekje lang of intensief genoeg gebruikt om zijn groeven in de ondergrond achter te laten.
Mogelijk gaat deze kamp dus reeds enig tijd terug.

TAFELBERGER KAMP IN HOGE RESOLUTIE

En de grote Huizer kamp op het hoogste punt van ‘t Gooi? Deze is wel op een kruispunt van wegen. Een recht omhoog vanuit het zuiden en de ander vanaf de Tafelberg. Maar waren deze daadwerkelijk in gebruik als doorgaande routes? Je kunt op je beslommeringen van A onderweg naar B gemakkelijker omheen, zou je denken. Toch lijkt het erop dat tenminste ooit een tijd lang dit wel het geval is geweest. Waarom is op het moment geheel duister. Wel lijken die wegen echt bij de kamp te horen. Aan de zijde van de Tafelberg lijkt er een poort te zijn. En mogelijk nog drie anderen. De kamp heeft ook interne structuur behouden. Er lijkt aan de Tafelberg zijde vlak tegen de rug van de heuvel nog een gracht te lopen. Nadere beschouwing brengt nog meer aan het licht met even zovele vragen. Maar als introductie zal dit het voor het moment moeten zijn.
Alstublieft beste Naerdincklanders, hier is uw hoogtepunt.