Twee oude kaarten van de Vuursche uit de collectie Hingman in het Nationaal Archief te Den Haag.

.

deel 2

Over De Inhoud van de Kaarten

Yankel Kobalowitz

.

Inhoudsopgave

. Terreinen in & om de Vuursche heerlijkheid en hun grootte

. De Vuursche

. Drakensteyn

. De Inham & Laapersveen

. Stulp en omgeving

. De VII morgen van Claes van Zuylen van der Haar

. Het Laapersveld

. Jan Hubertsveen

. Wernaars Hofstee

. De Hoeves

. De Galg

. Wolfsdreuvik

. Bergen

. Cirkeltje

. Overige Gerechten en Territoria Genoemd op de Kaarten

. Overige Cartografische Elementen op de Kaarten

. Wegen

. Waterstaat

. Losse letters

. Verdere Elementen

linkje naar deel 3

Noten

.

Over De Inhoud van de Kaarten

Op beide kaarten komen naast de Vuursche & Drakensteyn en hun omgeving in het westen de merkwaardig gevormde, zogenaamde vierdels voor. Deze worden op de kaarten op een eigen wijze behandeld. Tussen getrokken strepen worden eigenaren opgevoerd. Ook omdat die vierdels een kaart op zichzelf vormen, zullen deze apart behandeld worden. Eerst komt de Vuursche heerlijkheid aan bod.

Terreinen in & om de Vuursche heerlijkheid en hun grootte

Op de kaart uit 1597 wordt de Vuursche heerlijkheid als één integraal geheel gepresenteerd met Drakensteyn. Hierop is bij de Inham een halvemaanvormig terrein getekend, zonder nadere aanduiding.

In het oosten is de Stulp, die in 1460 werd toegevoegd, wel als een apart onderdeel getekend met als aanduiding: De Honderd Morgen. Zowel een veldnaam als aanduiding van de grootte.

Twee discrete terreinen zijn getekend, liggend buiten de Vuursche. Direct bij Wernaars Hofstee is een rechthoekig terreintje getekend aangeduid met: VII morgen, Claes van Zuylen van de Haar.

In het uiterst noordwesten is aan de Laapersweg een terrein getekend zonder verdere aanduiding.

Verder is in het noorden opgetekend: Jan Huberts veenen geweest nu vuytgegraven. Hierbij geen terreinaanduiding.

Beide kaarten hebben aan de noordelijke en noordoostelijke grens van de Vuursche een strook land, dat expliciet zich onderscheidt. Hier wordt die aangeduid eenvoudigweg met: Baern

Jan Huberts veenen & Baern

.

Op het eerste gezicht is de 1625 kaart veel simpeler van opzet. De kaart is echter vol met de namen van terreinen en hun grootte en enkele lengtes. Deze maken het mogelijk deze terreinen vrij precies te lokaliseren en reconstrueren, waar het kaartbeeld hiertoe weinig verwachtingen schept.

Het volgende wordt op de kaart verteld.

De polder van de Vuursche: 562 morgen, 630 roede lang, 536 roede breed

De polder bij Wernaer: & Berichge: 82 morgen samen, 275 roede lang, 180 roede breed

Het veen in de Inham: 16 morgen

Labersse veen: 15 morgen

Vossenberch: 130 (200) morgen (overschreven)

Dije negen Roijen Veens dye van Barenaers gerojt: dus letterlijk 9 roede breed (grotendeels)

De Vuursche

Wat de polder van de Vuursche betreft, is het van de Zes Wegen over de Stulpselaan (oude Laapersweg) tot de inschinkeling 536 roeden van 3,756 m. Het noordelijke deel van de Negen Roeden, van de knik aan het eind van de diepe greppel naast het Zouthuisje, tot aan de plaats waar deze de Vuursche Dijk kruist blijkt 630 roeden lang. Als we de grens trekken als de Vuursche Dijk en de Kloosterlaan (voormalige weg naar Hilversum), dan langs de huidige gemeente grens naar de inschinkeling (bij de Gooier Schans, waarvan wordt vermeld in de 16de eeuw dat die op de grens staat), vervolgens langs de oude Negen Roeden (de diepe greppel naast het Zouthuisje, knikje en hierna oostwaarts) dan kom je vrij nauwkeurig in de buurt van 562 morgen van 0,92 hectare. Daarmee is een begin van deze puzzel opgelost.

noot 43

Drakensteyn

Wat de polder bij Wernaer: & Berichge betreft, de afstand van Drakensteyn, over de Koudelaan naar de punt van de huidige gemeente grens (de eerste kromte of Winkelhaak) bedraagt die 275 roede. Vanaf hier, langs de grens is het 180 roede tot de oude grens van Holland tot 1348 en de Inham. We hebben aldus aan drie zijden de grens gedefinieerd. Omdat we op zoek zijn naar 82 morgen, laat de grens zich trekken vanaf de Zes Wegen, met een knikje en een klein stukje op de lijn Wernaars Hofstee – Baarnse Berg (zoals de Lattre in 1597 de grens aanhoudt).

noot 44

De Inham & Laapersveen

De Inham, met het stukje langs de Kloosterlaan, blijkt dan ook 16 morgen groot. In het noordwesten, als de de lijnen van de grens van de Vuursche worden doorgetrokken tot aan de (huidige) grens met Holland, komt er inderdaad nog 15 morgen bij voor de Laapersveen. Hiervan blijken er in de 19de eeuw nog 13 bij de Vuursche gemeente te horen. Stukje boven (Baarn) en onder (de Bilt) waren te optimistisch geclaimd.

Stulp en omgeving

Het gebied van de Vossenberg (de Stulp) stelt ons voor enige problemen. Op de kaart heeft de tekenaar oorspronkelijk 200 morgen genoteerd. Hij heeft dit later echter overschreven en dus officieel staat er 130 morgen. Dit terwijl de Lattre in 1597 hier expliciet 100 roeden opgeeft.

In het zuidwesten is het duidelijk dat het terrein wordt begrensd door de Vrouwen Grup aan de tegenwoordige Stulpselaan. In het noordwesten is er verschil tussen in opvatting tussen de Lattre en de maker in 1625. Deze laatste hebben we gezien houdt de Vuursche Dijk (Zevenlindenlaan) aan. De Lattre houdt de lijn min of meer vanaf de Vuursche Berg recht op Wernaars Hofstee. Dit verklaart het grote verschil tussen de 100 morgen in 1597 en de 130 of 200 morgen in 1625.

Het noordoosten levert de grootste moeilijkheden op. De greppel richting de Veenhuizen, waaraan de oude hoeve gelegen heeft, is een belangrijke lijn. De greppel tussen Baarnse Berg en de Vuursche Berg maakt bovenop de laatste een merkwaardige inschinkeling, om uit te komen op de punt achter de hoek van de oude hoeve. Voor de Lattre heeft de hoeve bij de Vuursche eigenlijk behoord. Voor de maker in 1625 is dit dus duidelijk anders. De Lattre heeft niet eens de moeite genomen de oude hoeve te tekenen. Voor de maker in 1625 hoort de hoeve bij het gebied van 200 morgen. De greppel wordt door deze als grens tussen de Vuursche en Baarn aangehouden.

Vanaf de punt achter de hoek van de oude hoeve is het niet evident hoe de grens bij de “Stulp-eigenlijk” komt. Als we terug gaan naar de tekst van de overeenkomst tussen Baarn en de Vuursche, zoals bekrachtigd in 1464 geeft deze een wel suggestie.

Er wordt onder andere gezegd: Item zo zal voorzeide kerk (St. Jan Utrecht) de Baarn noch gunnen en geven zulke venen als gelegen is van die voorzeide die van de Vuursche tot Baarn-waarts loopt tot de poel toe, welk poel gelegen is achter dat bouwland aan de harde van de Vuursche strekkende tot Veenhuizen-waarts zuidoostwaarts op, daar de herberg staat, tot venen toe die men akkeren hooit, 200 roeden breed, van de Vuursche of daaromtrent.

noot 45

Door de vervening is de toplaag hier sindsdien weggehaald. De reconstructie dient hier te gebeuren met wat nog op de grond te vinden is. We weten in elk geval dat we uiteindelijk op drie terreinen moeten uitkomen met oppervlakten van 100, 130 en 200 morgen.

Vanaf de punt achter de hoek van de oude hoeve kunnen we een pad nemen die recht op de Westsingel aanloopt. Hiervandaan is het precies 200 roeden naar de oude weg naar de hof van Elten, nu Hessenweg genoemd, op de punt van de hekken van paleis Soestdijk. (Wellicht Hessenweg genoemd naar de Hessische soldaten zoals Christoffel Pullman die hier voor de Oranjes tegen de patriotten kwamen vechten. Hessische karren hebben hier nooit gereden.)

Als we hier oostwaarts het harde gedeelte aflopen tot aan een lijn vanaf een knik bij de Stulpselaan, die de Stulp van het Pluismeer scheidt, kunnen we hierlangs de grens terugleiden en hebben we voor wat de kaart van de Lattre 100 morgen omsloten.

De 130 morgen die de landmeter in 1625 heeft opgemeten maakt ook gebruik van deze lijn. Deze heeft de oppervlakte gemeten van een vierhoek tussen Stulpselaan, Zevenlindenlaan, de Hessenweg doorgetrokken tot op de laatste en de lijn die de Stulp van het Pluismeer scheidt.

Om aan de door de tekenaar verwachte 200 morgen te komen gaan steken we op de 200 roeden af en nemen we een hoekje van het terrein van Soestdijk mee (waar 400 jaar geleden nog geen hek was), dat landschappelijk meer bij het overige bos lijkt te horen dan de rest van het Soestdijkse terrein, tot een punt vlak bij de zelfde hoek aan de Hessenweg, waar de twee andere ook uitkomen. Vanaf hier echter volgen we een lijn die het terrein van het Pluismeer doet omsluiten.

Het geeft wel te denken dat zo’n groot verschil zit tussen de verwachte 200 en doorgegeven 130 morgen. Hoewel bij de noordelijkere Negen Roeden we vanuit kunnen gaan dat het om vrijwel waardeloze heetvelden ging, vermoed ik toch dat het terrein van het Pluismeer noch niet, of elk geval noch niet geheel was verveend. En 70 morgen is toch niet niks. En wat moet de nieuwe eigenaar in 1625, meneer van Rheede ervan gedacht hebben? Zou je niet opnieuw een landmeter eropuit sturen om het opnieuw te laten opmeten?

Ik heb helaas verder nog niets gevonden om het verhaal rond het Pluismeer op te helderen.

We moeten het ook maar doen met het bewijs dat op tafel ligt. En dit suggereert de bovenstaande conclusies.

De VII morgen van Claes van Zuylen van der Haar

Het relatief kleine terrein tegen Wernaars Hofstee aan op de de Lattre kaart is in bezit van de heer van Drakenburg en voormalige heer van Drakensteyn & de Vuursche. Het terrein loopt niet door tot aan de Vuursche Steeg maar tot aan de weg op de 1625 kaart Warnaerswech genoemd. Wanneer de oude grens van Drakensteyn, georiënteerd op de hofstee in rekening genomen wordt, is de lijn van het terrein eenvoudig terug te vinden op de topografische kaart.

Het Laapersveld

De linker bovenhoek van de de Lattre kaart is anoniem aangegeven. Toch blijkt uit veel dat we hier met het legendarische Laapersveld te maken moeten hebben. Op de topografische kaarten en de actuele hoogtebestandskaart is een restant van de contouren te zien in een noordelijk lopend pad en wat nog over is van het hierboven lopend westelijke pad, die een duidelijk afwijkende oriëntering hebben van hun omgeving. Tot begin 20ste eeuw hoorde dit bij het boerderijtje genaamd Groeneveld.

Laapersveld en Groenveld

Jan Hubertsveen

Niet getekend maar wel vermeld op de kaart van de Lattre is Jan Hubertsveen. Enig kandidaat is ten noorden van de Negen Roeden terug te vinden als een nog gedeeltelijk omwald terrein bij de knik in de Kaapweg. Dit is te beschouwen als het hoofderf van zijn onderneming, die de omgeving hiervan verveende. De dubbele greppel aan de oostzijde lijkt onderdeel van een veel groter terrein. Of zijn onderneming en zijn rechten tot vervening zich over zo’n groot terrein uitstrekte is niet duidelijk. Het is mogelijk.

Jan Hubertsvenen

.

Wernaars Hofstee

Beide kaarten benoemen Wernaars Hofstee.

3018: Waernarhofstede

Op 3019 zal zoiets staan als hofstede maar door de cirkels is het onleesbaar. Het lijkt iets als hobaxnder te staan, wat natuurlijk niet kan kloppen

De Hoeves

Op 3018 zijn vier hoeves getekend. Alle zijn zonder aanduiding

Op 3019 is bij Wernaar Hofstee Evertshuijs. In het noorden dit is dat erve aen dye hoge vuijrsche en Noch dat erve aen dije vuijrse. Die in het oosten heeft geen aanduiding.

De Galg

Beiden kaarten benoemen de galg.

3018: de galgeberg met drie cirkels

3019: gallich berg(h) met twee circels en arabesk.

Wolfsdreuvik

Beiden kaarten benoemen een Wolfsdreuvik met een zwart omlijnd rode stip.

3018: Woelft dreuft

3019: dit is dye Wolf Leffs dreuffich

Bergen

3019 noemt tweemaal iets van bergen.

In het oosten: vossen berch met twee zwart omlijnd rode stippen.

In het zuiden: Berichge met twee rode cirkels.

Cirkeltje

Beide kaarten hebben aan de Laapersweg in het uiterst noordwesten een zwart cirkeltje.

3018 heeft hierbij een klein streepje.

Overige Gerechten en Territoria Genoemd op de Kaarten

Op de kaarten worden in het buitengebied enkele plaatsen medegedeeld. Het oosten en noorden van de Vuursche worden omsloten door Baarn. Het zuiden door voor een klein stukje nog Baarn, Zeist en Oostbroek ook wel de Bilt genoemd. In het oosten door Oostbroek, het gerecht Overdevecht en Oostveen en volgens de indeling van 1625 en de latere gemeentegrens voor een klein stukje aan Hilversum in de provincie Holland.

Hiernaast waren er eigenaren, die grond in leen hielden of erfpacht. Soms een gebiedsnaam. Een naam kan ook een preciezer topografische aanduiding zijn.

De vermelde gerechtsnamen, steeds met dezelfde suffix zijn op de kaart van de Lattre: Den gem(een)te(n) van Baren, Den gem(een)te(n) van Zeijst en Den gem(een)te(n) Bilt.

In het noorden duiden op deze kaart gemaente Van Barens Veenen en gemeene van Baren veenen tevens op het gemeenschappelijke eigendom van het gebied. Het Baern op de de Lattre kaart hier tussen de lijnen van de Negen Roeden gepriegeld is eigenaar, gebruiker.

Dye veen Van vrouwen Cloeste vermeld op de 1625 kaart, was hier een leen van de bisschop aan het vrouwenklooster van Oostbroek onder Zeist, later ook wel Vrouwenland genoemd. Op de de Lattre kaart staat hier Vrouweclooste Veen. Dit zijn tevens ontginningsnamen. Zo is het hierop ook met ♥Hert (Baarn). Het hartje is een leuke en curieuze toevoeging.

Op 1625 is er nog Dije Ridder veenen als ontginningsnaam.

C getekend in de Poel, tegenwoordig het Paardengat.

.

Bij de vierdels zijn op de kaarten geen andere namen dan van eigenaren of een enkel gebruiker. Beide kaarten vermelden niet het gerecht of geven verdere aanduidingen. De kleine uitzondering hierop heeft de Lattre naar het noorden geschreven. Er staat zoiets als ravesWaij, hetgeen een waternaam is.

Raveswaij

.

Wel hebben de vierdels op beide kaarten een toegevoegde aantekeningen. Die zullen we later later behandelen. Maar deze staan los van gebiedsaanduiding.

(voormalige) wateren ten noordwesten van de Vuursche

Overige Cartografische Elementen op de Kaarten

Wegen

Beide kaarten benoemen een Laapersweg. Op 3018 Laperswech, op 3019 Labersse wech.

De Vuursche Dijk wordt op 3018 over de gehele lengte getekend maar niet genoemd. Op 3019 wordt deze buiten de Vuursche getekend en genoemd: Dit is vuijrs- dijck.

3019 noemt ook de wegen die zuidwaarts gaan zoals de Vuursche Steeg: Dit is dye nijeuw wech; Warnaerswech.

Waterstaat

3018 noemt naast bovengenoemde ravesWaij in het westen poel in het oosten en het zuiden van de heerlijkheid wordt begrensd door de buutengruppel.

3019 benoemd sloten die de Stulp in het noorden en zuiden begrenzen: Dit is dye sloot Lopende nae dije veenhuijssen en Dit is Dije Nonengroep.

Losse letters

Op de de Lattre kaart komen twee losse letters voor.

a bij de zuidwest punt van de Vuursche, aan het einde van de Koudelaan, de zogenaamde winkelhaak.

Vermoedelijk is er een C getekend in de Poel, tegenwoordig het Paardengat. Dit kan ook een kras zijn.

Hoewel deze op interessante punten op de kaart zijn geschreven, is het totaal onduidelijk wat voor functie zij hier hebben.

Hert

.

Op de 1625 kaart is in de hoek van de kaart, ver in het noordoosten een enkel K aangebracht. Hier, ergens bij Baarn lijkt niet eens een interessant punt. Door de schematische opzet van de kaart is het ook onduidelijk welk punt hier bedoeld zou zijn. Het zou Soestdijk, de Baarnse Berg of iets tussenin kunnen zijn. Je kunt je afvragen of deze K überhaupt iets met een plaats op de kaart te maken heeft.

afb. 28

K (?)

Verdere Elementen

Interessant is dat beide kaarten het land van het vrouwenklooster een rode wassing geven.

De Lattre onderscheidt het in cultuur gebrachte land van het Hart en Soestdijk met rechte lijnen en een gele wassing en het veengebied met golfjes en een licht rode wassing.

Een rood lijntje getrokken vanaf de achterkant van het gebied rond de Vossenberg op de 1625 geeft ook ongeveer deze grens aan maar duidt waarschijnlijk op het pad dat daar liep.

Noten

43)

Gooier Schans wordt in het Huisarchief diverse malen genoemd als het om de grens in het noordwesten gaat zoals bijvoorbeeld Ha[6-400].

44)

transcript Ha[6-406]

45)

transcript Ha[2-529]

54)

Voor een kleurrijke uiteenzetting van Germaanse samenkomsten:

Noordeuropese mysteriën en hun sporen tot heden Farwerck, Deventer 1970.

Voor een meer prozaïsche doch heldere uiteenzetting:

Voortgangh des Rechtes, Gerbenzon en Algra, Groningen 1972.

55)

DOMINII ULTRAIECTINI TABULA, Frederik de Wit, Amsterdam ±1670.

56)

Hilversumse Oudheden, Janssen, Arnhem 1856, blz. 74

57)

transcript Ha[2-608-609]

58)

ARA Utrecht 1139 Huis en heerlijkheid De Haar te Haarzuilens 2.2.1.01.117

59)

transcript Ha[6-381]

60)

Uit de geschiedenis van Baarn, Pluim, Hilversum, 1932. blz.29.

61)

transcript Ha[6-477]

62)

transcript Ha[4-175-176]

63)

transcript Ha[2-529]

64)

transcript Ha[6-400]

65)

transcript Ha[6-55], [6-571], [7-89]

66)

transcript Ha[4-49], [2-528]

67)

Repertorium op de Stichtse leenprotocollen uit het landsheerlijke tijdvak. I. De Nederstichtse leenacten (1394-1581), Maris, ‘s-Gravenhage, 1956. blz. 24.

68)

transcript Ha[3-72]

69)

transcript Ha[3-118]

70)

transcript Ha[2-561]

71)

Middeleeuwsche Rechtsbronnen van Stad en Lande van Gooiland, Enklaar, Utrecht, 1932, blz. 57 en 102.

72)

transcript Ha[3-114]

vermelding Ha[1-75]

73)

transcript Ha[3-285→288]

74)

transcript Ha[4-153]

75)

transcript Ha[5-477]

76)

transcript Ha[7-160→166]

77)

Middeleeuwsche Rechtsbronnen van Stad en Lande van Gooiland, Enklaar, Utrecht, 1932, blz. 36

78)

Congres 8 juni 2012 over middeleeuwse hoven in Nederland;

Jan van Doesburg De hof van de Hamalandse graven in Appel (gem. Nijkerk)

Tevens Westerheem-special “Graven in Holland” 2012

79)

Hisgis project van de Fryske Akademy:

http://www.hisgis.nl/hisgis/gewesten/utrecht/utrecht-1/Historisch-grondbezit-utrecht

80)

ibidem

81)

http://www.hogenda.nl/wp-content/plugins/hogenda-search/download_attachment.php?id=9886&type=loanroom

82)

http://www.famkroon.nl/genealogie/stamtak/ROSENDAA.html

83)

transcript Ha[2-585]

84)

Ha[6-450,451]

85)

Ha[6-452→454]

86)

Hisgis project van de Fryske Akademy:

http://www.hisgis.nl/hisgis/gewesten/utrecht/utrecht-1/Historisch-grondbezit-utrecht

87)

ibidem

88)

ibidem