november 2023

de Negen Roeden
& de films van het huisarchief Drakestein
Voor wat in de wetenschap, waaronder hopelijk de archeologie gerekend kan worden, is het robuuste van het bewijs niet in een directe verhouding met de waarheid die de wereld eraan toekent.
De Banscheiding tussen Hilversum & Laren kennen we uit één middeleeuws document en is later door de Hilversumse historicus Albertus Perk aangewezen. Toch is er niemand die twijfelt aan de ligging van deze wal, al is het oostelijke deel ervan eigenlijk niet meer aanwezig.
Anderzijds hebben wij in het kader van ons rubriek onlangs kunnen speculeren of de geheimzinnige wal op de Blaricummer Heide in verband zou kunnen worden gebracht met de in 1442 uitgekomen de tweede schaarbrief voor het Gooiland. Hierin wordt beschreven tot waar de schapen uit Laren mochten grazen. Er wordt hier de noordwestelijke grens hiervan aldus omschreven. “ende voirt, so sellen dese scape gaen van den wech, die van Wouter Moeys oploept te Krayloy wert an den wech toe, die uut den loe loept tegen Koekenberch op, ende die voirt tegen Aertgynsberch op gaet.” (transscriptie Enklaar, Middeleeuwsche Rechtsbronnen van Stad en Lande van Gooiland, 1932)

Dit laatste heeft nog weinig bijval gekregen maar ook geen kritiek. De tijd zal moeten leren of men sowieso oude afleveringen van ons rubriek leest en of het idee wil beklijven. Maar dat is niet omdat wetenschappelijk er zoveel verschil in bewijs zit, een tekst, een aanwijzing van object in het veld dat daar logisch bij past.
Wanneer op onze twee bijzondere kaarten uit 1597 en 1625 in het noorden aan de grens van de heerlijkheid de Negen Roeden zien vermeld & wij in het veld een zeer opvallend strook zien, die de verkaveling ten noorden en ten zuiden duidelijk verdeelt & de afstand tussen de buitenranden van de greppels op een bepaald punt negen Stichtse roeden van 3,756 m, iets minder dan 34 meter bedraagt, zullen de meeste oudheidkundig geïnteresseerden hier nota van nemen.

Niet dat daarmee alles omtrent de weergave op de kaart verklaard is. De twee kaarten geven namelijk twee verschillende vormen weer. Schout van de Vuursche Francois de Lattre heeft in 1597 het noorden van de heerlijkheid weergegeven met rechte stukken met scherpe knikpunten en op de oostzijde daarboven zelfs een extra knikje naar buiten toe, in 1625 gaat de strook rond als een ceintuur. Ook zit er in 1597 land tussen deze strook en de op de kaarten anonieme weg, die wij als Vuursche Dijk kennen , de heerweg van de Vuursche naar Baarn. In 1625 is die er niet meer. De schout heeft in 1597 in een knikje klein baern op zijn kop aangetekend. In 1625 staat er dit zijn dije negen Roijen Veens dye van Barenaers gecoft is.

Hoe dat allemaal kan, moet uitgezocht worden voordat de zaak volledig bewezen kan worden geacht. Een gelegenheid een stille getuige in het veld van een interessant verhaal iets te laten spreken. Er zijn er ook die vooraf sceptisch staan tegenover bovenstaande hypothese. We weten namelijk precies de uitgestrektheid van de gemeente de Vuursche toen die in de eerste helft van de 19de eeuw bij de gemeente Baarn werd gevoegd. In het westen blijkt dan de noordgrens over de Negen Roeden door te lopen tot aan de provinciale grens. Halverwege maakt de grens een scherpe hoek naar het zuiden om dan een ceintuurachtig zwenking naar het oosten te maken.

Hoewel de grens begin 1800 een behoorlijker stuk zuidelijker loopt dan op de kaart van 1625 kan blijken, lijkt het er wel iets op. En waar staat vast dat de twee stroken op onze oude kaarten hetzelfde stuk voorstellen. Hierbij is op het moment geen akte bekend waarbij in het noorden de grenzen van de heerlijkheid verplaatst zijn. Is het wel wetenschappelijk geoorloofd zomaar grenzen te trekken om een op het terrein gevonden strook van zoveel meter te kunnen gebruiken? Er wordt wel gesteld dat als iets lijkt op de later vastgestelde situatie, deze het best als richtlijn moet dienen voor interpretatie van eerdere toestanden. Er is ook een neiging te zwelgen in oude mysteries. Als lange tijd feiten onbekend zijn gebleven, zou je niet eventjes met behulp van moderne hoogtekaarten en een enkel opmeting een nieuwe waarheid mogen vaststellen, lijkt het soms. Hun traditie verzet zich ertegen. Het dwingt ons nader te zoeken naar extra bewijs!
Dat grenzen tussen buren verschuiven, zonder dat we precies weten waarom of wanneer, is niets nieuw. De banscheiding tussen Hilversum en Laren is niet de huidige grens. De huidige grens loopt gedeeltelijk wel parallel aan de Banscheiding. Gebeurd ergens tussen 1428 en 1813.
Ook de wal op de Blaricummer Heide is geen grens (meer). Wel deelt het met verschillende stukken grens tussen Blaricum en Huizen dat deze geraaid zijn op de Tafelberg.. Hoe en wat onduidelijk.
Een voordeel van alle rechtszaken omtrent dit omstreden gebied is dat het huisarchief van Drakestein en de Vuursche een groot hoeveelheid van allerlei documenten heeft, in de jaren zestig op film gezet. 635 Huis Drakestein te De Vuursche en heerlijkheid de Vuursche en f… (Het Utrechts Archief ) – Het Utrechts Archief geeft ons maar liefst 4629 plaatjes verdeeld over 7 films over van alles wat in de loop der tijden op en rond de Vuursche is voorgevallen.

Het verhaal van de geschiedenis van het archief vertelt niet van de meest recente, digitale geschiedenis. De fysieke films waren op een ander locatie dan de machine om ze te bekijken. Toen zijn na enig aandringen deze films als één van de eerste archiefstukken gedigitaliseerd. Op locatie was het toen mogelijk de serie plaatjes te onderzoeken. Kopieën konden voor een bedrag worden uitgedraaid, om honderden plaatjes me naar huis te nemen voor verder onderzoek, was het beste foto’s van de scherm te nemen. Na uren, dagen in een aparte ruimte keken de archiefmedewerkers je nors, onverwelkomend aan. Later kwamen de films online als PDF’s. Toen in eens was het een tijd lang dat je thuis slechts met een soort digitaal vergrootglas een stukje van de plaatjes kon lezen, met de mededeling dat exemplaren van elk pagina tegen een klein bedrag besteld konden worden. In die jaren heb ik nog wel eens een plattegrond ‘illegaal‘ met een stuk of twintig screenshot fragmenten gedownload en aan elkaar geplakt.
Dan blijkt jaren later dat de volgorde van plaatjes op de films soms veranderd zijn. Waarom? Dus allerlei aantekeningen over bewijsplaatsen kloppen niet meer. Hoewel de volgorde van de filmplaatjes soms veranderd is, zitten alle plaatjes nog wel op dezelfde film. Dat is dan iets. Inmiddels mag ieder thuis van elk plaatje JPG’s downloaden, zonder tekst herkenning die hier toch (nog lang) niet zouden werken.

Geen schrijver die aan de geschiedenis van de heerlijk aandacht wil geven, kan deze bron terzijde laten. Het vormt een tot nu nog nauwelijks gebruikt hoorn des overvloed aan informatie over de staatkundige, economisch of sociale geschiedenis van de streek. Hoe de belangen van lokale lieden botsten met speculanten en grootgrondeigenaren. Waar iedereen dacht recht op te hebben en waarom. Wie uiteindelijk gelijk had, is aan anderen om uit te maken of niet, het geeft wel allerlei inzichten in maatschappelijk processen die het verhaal veel meer kleur kunnen geven dan de gebruikelijke opsomming van historische feitjes.
Helaas ben ik niet die historicus. Paleografie, oude schrift lezen, is een zware veelal autodidactische oefening als je er geen echte knobbel voor heb. Tweeënhalve jaar schoollatijn geeft mij slechts het meest basale begrip van Latijnse stukken. Mijn beperkte begrip van het oudrecht doen mij de fijne nuances vaak ontgaan. Sommige schrift is beter te lezen dan andere. Maar soms begint alles voor mijn ogen te draaien en begint het mij te duizelen. Terwijl ik alleen nog maar de teksten wil scannen op topografische vermeldingen. Maar als daar ergens iemand met de juiste knobbels een goed promotieonderwerp zoekt, als je de memories van de mandementen kunt onderscheiden, je zult hier altijd een forum vinden het één en ander met een publiek te delen.

Met mijn beperkte vermogens is het mij, dacht ik, nog wel gelukt enkele bewijsplaatsen te vinden voor de Negen Roeden, en iets meer..
Misschien verlok ik u in wereld van de paleografie te treden, enkele saillante tekst fragmenten heb ik een kleurtje geven, zodat het voor u iets makkelijker te lezer wordt.
stukje historische achtergrond
Eerst voorafgaand een beetje algemene, staatkundige geschiedenis van de Vuursche. Als de eerste pachtbrief in 1359 voor de Vuursche voor 28 jaar door het kapittel van St. Jan in Utrecht voor Wernaer van Drakenborgh wordt uitgegeven, hierna aan zijn zoon als erfpacht & steeds verlengd, dan heet het dat de heerlijkheid bestaat uit de Vuursche met enig venen en de weg van de Vuursche Berg naar de Baarnse Berg. Een beetje abstract, wat in die tijd vaker kon geschiede.

Sommige moderne mensen die het recht zeer formeel opvatten, zouden dit kunnen lezen als een lapje veengrond en een weggetje verderop gelegen dat dan in zijn verloop feitelijk over ander gebied loopt. Wellicht kon de heer van de Vuursche daarop tol heffen of iets dergelijks?
Gelukkig hoeven we het niet zo letterlijk te nemen. Tol of iets dergelijks wordt voor die tijd nergens genoemd. Zou ook onzinnig zijn met een haast parallel lopend heerweg nabij. Het is duidelijk dat hoe lullig het ook staat de weg de strekking van het grondgebied omschreef voorbij de ‘oude’ Vuursche met veengronden. Het gebied ten oosten was was van Baarn, ten westen de van heerlijkheid. In de 14de eeuw was dat voor iedereen nog duidelijk.

Dat dit als versteende uitdrukking zelfs tot dode letter kon worden, bewijst een akte van belening van Johan van Zuylen van de Haar door de Staten van Utrecht uit 1635 in het archief van de Haar voor het goed Drakenburg “met de oude hofstede Drakesteyn met gerecht, een veen daaraan grenzend, een weg tussen de Vuurse Berg en Barenberg en met een hofstede Drakesteyn in Wild Veen onder Baarn, na overlijden van zijn broeder Dirk”. Terwijl als eigenaar & heer van een onverdeeld Ridderhofstede Drakestein & Heerlijkheid de Vuursche, Ernst van Rheede in 1637 de heerlijkheid opdraagt aan de prins van Oranje, in de hoedanigheid van graaf van Buren om het in leen weer terug te krijgen, luidt de omschrijving: gelegen tussen de dorpen Baarn, Soest, Oostveen en Hilversum, ten dele (!) in het Gesticht van Utrecht. Diplomatisch een curiosum van de grootste orde.
oude claims
De van Amersfoorts, later de van Stoutenburgs zijn in de vroegere middeleeuwen een machtsfactor in het Eemland, met vele rechten en voorrechten. Na verloop van tijd verliezen zij steeds meer hun machtsbasis.

Al in 1310 heeft Evert van Amersfoort de tienden van Baarn moeten afstaan aan het kapittel van St. Jan te Utrecht. Over nieuw uit te geven tienden, de zogenaamde novale tienden ontstaat een conflict met bisschop Jan van Arkel, opgelost in 1346, waarbij het kapittel voor deze belooft voor de bisschops voorgangers gezamenlijk en na zijn overlijden mede voor hem (!) een jaarlijkse memoriedienst te houden. Zo deed men zaken.
Baarn was niet de Vuursche. Maar ze hadden natuurlijk wel met elkaar te maken. De van Amersfoorts hadden nog een oude claim op een gebied ten oosten van de Vuursche. Op de kaart van 1597 is deze aangeduid met Die hondert merghen, op de kaart uit 1625 met vossenberch. Wij kennen het als de Stulp en het aangrenzende Pluismeer.

Toen dit geregeld was, kon in 1464 een overeenkomst opgesteld worden ter vervening van het gebied tussen kapittel, de van Drakenborgs en die van Baarn waarbij tevens een interdict (!) over Baarn wordt opgeheven. Dit schijnt met enig voortvarendheid ter hand te zijn genomen. Veen was een uiterst gewild product.
Hier is ook voor het eerst sprake van de Negen Roeden aan de limieten van de heerlijkheid. De strook vormt de noordzijde van een groot driehoek waarop die van Baarn mogen gaan vervenen. Het betreft het terrein tussen de twee heerwegen, die op Lapers welk naar Gooiland loopt & die welk vanuit de Vuursche over het harde van Baarn loopt naar die plaats. Wij kennen deze ten eerste als de Stulpselaan en haar verlengde, de Berkenlaan & vervolgens de Vuursche Dijk, tegenwoordig Zevenlindenweg/ Bosbadlaan en het verlengde waaronder over het spoor het laantje achter Buitenzorg.

Negen Roeden zijn getrokken vanaf of geraaid op de Baarnse Berg, vanaf een punt een paar meter van het begin van de Domlaan. (Deze laatste naam is echter ontleend aan een laantje hier ooit net ten oosten waar nu het wijkje gebouwd is en die op de Dom van Utrecht geraaid was, er in elk geval tussen de bomen recht op uitkeek, dat is bij dit laantje echter niet.)
De Negen Roeden loopt in het noorden vanaf de Vuursche Dijk met oorspronkelijk twee goed afwaterende sloten 9 roeden breed door tot aan de diepe sloot naast het Zouthuisje. Hier maakte hij een knik richting de kleine inschinkeling ter hoogte van de Gooier Schans aan de oude Lapersweg. Later is het blijkbaar vanaf die knik recht doorgetrokken naar een plaats aan het einde van de Roeterswal ten zuiden van de Hilversumse Straatweg.

Of vanaf de Vuursche Dijk oostwaarts de berg op de Negen Roeden versmalde, zoals de kaart uit 1597 suggereert, is niet absoluut duidelijk. Op top van de berg zelf zijn overblijfselen naar het westen toe, voor zover die er ooit zijn geweest, weggesleten. Een greppel was misschien hier ook niet nodig maar een steen op het kruispunt had niet misstaan.
Op de berg aan de Domlaan heeft de Negen Roeden geen wallen of greppels voor ons nog waarneembaar nagelaten behalve de laan zelf die ernaartoe loopt. Maar verderop, over de spoorlijn langs het Roosterbos bevindt zich (hier naast de Domlaan) een strook die 6 roeden breed lijkt, dus ⅓ smaller dan het noordelijke tracé. Dit zou dan gelijk zijn aan wat de Lattre hier aangeeft.

De 1625 kaart laat de Negen Roeden breed met een flauw bochtje vanaf de Laapersweg lopen tot aan de Vuursche Dijk en laat deze even breed tot op de sloot richting de Veenhuizen doorlopen.
Het is een kwestie van interpretatie van het losse streepje rechts op de 1597 de Lattre kaart, of dit ook dezelfde sloot is. In dat geval laat de Lattre in 1597 de Negen Roeden een stukje doorlopen over het streepje heen.
De buitengreppel van de oorspronkelijke oostelijke deel van de Negen Roeden, uit 1359 loopt op de AHN hoogtekaart aan tot een meter links van het hoogste punt van de Vuursche Berg en maakt daar een kleine inschinkeling zelf naar het oosten om te eindigen ter hoogte van deze voormalige sloot, achter het erf of hoeve daaraan gelegen.

Beide kaarten hebben galg en rad op of aan de Negen Roeden getekend. Voorts heeft de Lattre een kleine erf ter hoogte van de Vuursche Dijk in de Negen Roeden nog getekend in het uiterste noorden van de heerlijkheid aan de weg naar Baarn.
Het mag duidelijk dat beide kaarten, zelfs al zien wij over het hoofd dat de één een bocht maakt en de andere knikt, niet dezelfde Negen Roeden kunnen voorstellen.
In het westen is dit niet direct evident. De Lattre houdt de oude grens van de Vuursche aan waarbij enkele Vierdels, lange stroken onder Oostveen die zover strekten, uit zouden moeten komen op de (oude) Laapersweg. De maker van de 1625 kaart heeft de Viedels ook weliswaar doorgetrokken tot een Laapersweg, echter omdat hij het Laapersveen, 15 morgen groot bij de heerlijkheid trekt, zou het kunnen dat ze daar niet geheel gelijk zijn.

In 1597 zien we in dat hoekje in het westen een cirkel op de Lapersweg getekend, in 1625 een cirkel buiten het territorium op de stroken die daar naar het zuiden lopen, die zogenoemde Vierdels (waarover later meer). Waarschijnlijk mogen wij hierin een weergave van de Hollandse Schans zien, nabij ’t Blokhuys aen Lapers.
Het grote bruine veld die in 1597 anoniem is ingekleurd, kan eigenlijk niet anders zijn dan het Laapers Veld waarop de beroemde slag moet hebben plaatsgevonden (toekomstig meer).

Voor wat de heerlijkheid later toegevallen grond in het noordwesten betreft, waar de heerweg op Laapers, die voortgaat op het Gooiland de Negen Roeden net niet kruist, kan dit deel uit te maken van het Lapersveen, aan de overzijde van de Lapersweg in 1625 vermeld als 15 morgen groot. Nog rond 1750 (!) blijken er rechtszaken om dit hoekje te lopen. In 1830 valt dit de gemeente de Vuursche, waarmee het tevens grensde aan Hilversum. Begin 17de eeuw was men nog niet zover..
In het oosten van de Negen Roeden is er een duidelijk verschil. De Lattre laat de Negen Roeden, wellicht 6 roeden breed vanaf de Baarnse Berg, op de Vuursche Berg lopen, zoals de oude brieven voorschrijven. De maker van de 1625 kaart laat de Negen Roeden tot aan de Vuursche Dijk lopen en langs deze naar het zuiden lopen.

Een evident verschil tussen de kaarten is de plaats van de galgeberg. Bij de Lattre mogen we een plek voorstellen ten westen van de grote weg, hoog op de helling van de Baarnse berg met drie bergjes. In 1625 bevinden twee bergjes aan de grote weg waarbij aan de rechter berg een soort ruggetje is getekend. Er is niets bekend dat de galg ooit binnen de heerlijkheid verplaatst is. De bronnen plaatsen de galg aan de grote weg, de Vuursche Dijk. Er zijn twee mogelijkheden. Dat galg en rad op kleine heuveltjes hebben gestaan. die allen geheel zijn afgegraven en daarmee voor altijd onvindbaar (spoorlijn?). Er is echter een plaats op de Vuursche Dijk die nog vrij goed voldoet aan de kaartbeelden (weliswaar op de kaart van de Lattre, net op een andere plaats) (toekomstig meer). Vermoedelijk waren de bergjes ter plaatse nog wel iets hoger dan tegenwoordig. Links is het heuveltje een paar meter hoog, rechts iets robuuster. Rechts weer hiervan is een berg of rugje zoals op de plattegronden gesuggereerd wordt. Niet in een driehoek zoals de Lattre het tekent maar in elkaars verlengde. Het fietspad maakt tegenwoordig een slinger links om de bergjes heen. Het is wat het is.

In het noordoosten laat niets blijken dat de oude Negen Roeden in hun geheel verplaatst zijn een stukje naar het westen. Als de hele strook tussen Vuursche Dijk en Domlaan als schrale heide in eigendom van Baarn was gekomen, was dat ook niet nodig. Misschien interessant voor een analyse hoe formeel de grens moest lopen maar in de praktijk zal dat heel weinig hebben uitgemaakt.
De relevante bronnen hierover laten de strook van de Negen Roeden een ietwat vagelijk lopen tot aan de Vuursche Dijk en daar vanaf de Galgeberg naar de Poel lopen. Zo’n diagonaal is op hoogtekaarten niet terug te vinden. Het lijkt het meest logisch dat wij op de kaart uit 1625 de grens van het territorium van de heerlijkheid daar tot aan de Sloot naar (de Poel en) Veenhuizen, langs de Vuursche Dijk leggen, met eventueel een kleine, symbolische afstand daaraan gelegen.

In 1625 laat de kaartmaker de grensstrook min of meer haaks aansluiten op de galgeberg. Hiermee zegt deze dat ook een noordelijk deel van het territorium van de heerlijkheid niet meer onder de Vuursche valt, tenzij we toch galg en rad direct op de noordelijke Negen Roeden strook plaatsen. Want op beide kaarten zien we de “Noch dat erve aen dye Vuijrse” binnen de begrenzing van de heerlijkheid aanwezig. De twee mogelijkheden lijken elkaar uit te sluiten. Er zijn verschillende verklaringen mogelijk. Of dit erf, dat wij als de latere de Zes Woningen hebben leren kennen, hoorde niet meer tot het gebied en zou ten onrechte zo zijn genoemd. Maar waarom dan letterlijk zo genoemd. Of een wel zeer klein gedeelte tussen erf en galg is als gebied opgegeven. Anders is alles ten westen van de Vuursche Dijk Vuursche gebleven. Dan is galg en rad mogelijk slechts gebruikt als iets wat zichtbaar was, ongeveer op de juiste plaats. Of hebben er toch bergjes, ten minste drie op of bij de Negen Roeden gezeten, waarvan nu geen spoor meer over is? Dan lijkt toch het voorlaatste, vanwege kaartbeeld en veldwaarneming, al met al het meest waarschijnlijke. (Over het kaartbeeld van de beiden kaarten in het algemeen toekomstig meer.)
In hoeverre de Negen Roeden zelf nog territoriaal tot de heerlijkheid gerekend mochten worden, is ook maar de vraag. In het oud volksrecht bleef een leen een leen, een achterleen een achterleen en een pacht een pacht. Voor verveningen golden wellicht nog nadere, regionale regels, zoals hier en daar in het archief terug te vinden. Maar met wellicht de receptie van romeins recht krijgt eigendom steeds meer zijn moderne betekenis. In 1564 is uitgesproken dat de Negen Roeden “eigendom” blijven van Baarn. Of ze nog tot het territorium van de Vuursche gerekend moeten worden, is als een moderne vraag niet dezelfde als in de 16de eeuw. Nog blooteigendom of eenvoudig overgegaan naar Baarn als stad of dorp, wie weet?

Het beste is wellicht los te laten hoe het indertijd “echt” was en ons te beperken wat de kaartmakers geloofden wat de situatie was of met hun kaart wilden stellen hoe het moest zijn. We constateren dat beiden de Negen Roeden zien als “op de Vuursche” maar in eigendom van Baarn.
— De Lattre geloofde in of stelt de oude grenzen van de heerlijkheid met de strook tussen Domlaan en Vuursche Dijk, zonder een Laapersveen. Wellicht heeft hij wel het Laapersveld getekend.
— De maker van de 1625 kaart heeft de strook tussen Domlaan en Vuursche Dijk niet getekend of laten opmeten en dus niet als “Vuursche” beschouwd maar eist wel expliciet 15 morgen Laapersveen op. Opmerkelijk is dat in het veld staat aangetekend 630 roe lang. Dat komt overeen met de afstand over de Negen Roeden vanaf het verlengde van de Vuursche Dijk achter Buitenzorg naar de knik achter het Zouthuisje.
Conclusie
Het blijkt met behulp van een enkel archiefbron en historische relicten in het veld, evident op hoogtekaarten, verschillende elementen van onze twee bijzondere kaarten van de Vuursche heerlijkheid vrij precies te kunnen duiden. Daar waar alternatieve interpretaties bij gebrek aan meer expliciete gegevens mogelijk zijn, valt een smalle bandwijdte aan te geven waarbinnen hypothesen nog reëel zijn.
Naast de nog niet uitgeputte zeven films, bestaan er natuurlijk nog meer beter en minder goed onderzochte bronnen die wellicht meer licht op de zaak kunnen brengen. De beschikbare gegevens kunnen weliswaar, zo zal steeds meer blijken, de gegevens op de kaart verklaren, er is nog veel meer aan veldnamen en tpografische gegevens te vinden. Met enig puzzelen is het wellicht mogelijk nog veel meer historische relicten een naam te geven en daarmee een plaats in het grote verhaal van de heerlijkheid.

Er bestond een “seekere bouckveen genaempt Grotsvelde (?) omtrent die goyse schans” in de negen roeden, op film 7 plaatje 304. Waar lag het 53½ morgen groot stuk, vermoedelijk hier in het noorden? Of de drie akkers van Drakenborg? De Kromme Arm lag bijvoorbeeld ergens bij Drakesteijn. De Zandhaar in het noorden is wellicht goed historisch geografisch te duiden..
Film 7 op pagina 323 (was 360 op mijn eigen film) begint een getuigenis van een vogelaar op Vuursche uit 1550. Dat is zeldzaam en geeft een topografische beschrijving vanuit net een ander perspectief. De hand waarmee het is afgeschreven, is een goede instapmodel om te kijken of paleografie wat voor je is.

We lezen onder andere over het volgende:
[7-324] op de gemeente van baern omtrent ende opde vuerse berg
[7-325] van barg naerden westen tot aen een wech die syluyde noempden Laaperswech lopende naer goylant
[7-326] gegraven tussen de drie ackeren van Drakenbourch leggende noordwaarts ‘vander voors. gemeente van baern, Alse die suytwaerts naerde Veursche gelegen en Rayende op ofte naerde poel’; die voors sceygruppel tussen die Drakenburgsche ackeren en henluyde gemeente geslagen
[7-327] zeker Lange Scheysloot; Jan Willems acker; drie Drakenburchsche ackeren
[7-328] zuydt oist werdt van de poel naer vaenhuysen toe
[7-329] om daer aen tebynden de netten van vogeloirs; gansen en vogelen
[7-331] aent blochuys laepers wech ten westen te leggen welken wech sy seyden hen vut Vuerschen driven te strecken naer goylandt als naer goyersbosch, nae hilfersom, neerden enz; de gruppel van heer dirk van zuylen; scey gruppel
[7-332] xxvi roeden xiii voet daer die van Baern… xxv roeden xiii voeten sy my verchoend hebben zekere veen daer mede zekere santhaere int tuuschen dwars duer gescheyden werdt; ix roiden; die negen royen veens
[7-333] op een grote hoichte, daerop stondt eenen berch dit tanderen tyden scheen ontwaetert geweest te zijne, ende genaimpd vurchberch; een geheel conigue sandt well groot alst scheen hondert mergens oft daeromtrent
[7-334] sey commen om daer hune te waschen.

Hopelijk nog vele jaren onder de huidige nummering te vinden, anders kijkt u maar even.
